Exclusief voor abonnees

Wuyts

COLUMN | In Silvelle

De burger Klaas Vantornout zei het scherp: "Ik ben blij dat ik geen crosser meer ben." Klaas had een luchtfoto van het EK-traject gezien: schraal aanbod, geen niveauverschil. In Klaas' oordeel ontbrak zoals vanouds nuance. Voegde hij er nog aan toe: "Geld speelde weer de bovenhand." Mag het even? Zo'n EK kost een kleine 300.000 euro. De Italiaanse federatie gilde van de pret toen Silvelle aanklopte. Het dorpje bij Padua krijgt centen van bouwgiganten Alpacem en Mapei, van bandenproducent Vittoria en zadelfabrikant Selle Italia. Veel meer koersgezind zal men elders in de laars niet zijn. Meer gebonden aan cross zeker niet. In de jaren negentig organiseerde het kraaknette oord in de brede vlakte van de Po vijf Superprestigecrossen. De allereerste, in de herfst van '94, werd gewonnen door collega Paul Herygers. De wereldkampioen reed weg in de eerste ronde en stak niet alleen sportief een eind boven Simunek, Bramati, Adrie van der Poel en Pontoni uit. Dandy Paul had meer uitstraling dan de andere gabbers bijeen. Glimmende regenboogtrui, rode broek, witte handschoentjes, rode Colnago-fiets en peperdure vierspaakwielen. Herygers was een ster en werd in de laars als een vedette bejegend. "Bravo, bravissimo Heraaigers", sprak de omroeper met heldere bas. Tieren deden speakers toen nog niet. Paul nam de honneurs waar en reed vervolgens met schoonpapa Modest in zijn Chrysler dwars door de nacht naar huis. Start- en prijzengeld zorgvuldig in de binnenzak geborgen. Belgen waren in die tijd dol op het wentelen tussen linten en kanaaltjes. In '98 drong een piepkuiken in Silvelle brutaal het hok van haan Pontoni binnen. Sven Nys dreef de gerodeerde Italiaan tot wanhoop en won zijn vierde van vierenzestig SP-crossen. Het jaar erna deed hij dat vakkundig over. Nys haalde in zijn eerste twee profjaren telkens een opzienbarende zes op elf. De Superprestige ging toen nog ronduit Europees. Ook in Zwitserland, Tsjechië en Noord-Frankrijk wisten wielerliefhebbers wie Herygers en Nys waren. Nu niet meer. In 2019 tillen alleen alleskunners als Van der Poel en Van Aert hun faam over grenzen. Bij het noemen van Sweeck, Aerts, Hermans of Van Kessel worden schouders opgetrokken. Precies daarom moet die verbredende Wereldbeker er komen. Om een gewezen crossregio weer wakker te schudden is het goed dat acht jaar na Lucca het wereldje nog eens naar Italië reist. Silvelle en het nabije Treviso hebben het potentieel om vanaf 2020 een Wereldbekermanche te organiseren. Dat het landschap niet één bult aanbiedt, is dan even triviaal. Als het even platte Ruddervoorde spektakel biedt, moet Silvelle dat ook kunnen. Wielertraditie - ook door passages van de Giro - gaat nooit helemaal verloren. Is alles dan koek en ei? Zo ziet het er naar uit. De aangekondigde depressie schuift op. Duurregens worden vervangen door zon met een wolkje. De droogte is een godsgeschenk. Zaterdag worden op dat stukje aarde niet minder dan zeventien crossen door masters betwist. Zondag staat het sterrentruitje op het spel. Na de wereldtrui en de nationale is dat truitje drie. Het meest schattige. Het meenemertje. Dat truitje waarvoor crossers nog geen koortsblazen vertonen.

Dit artikel is exclusief
voor abonnees.

Word ook abonnee en lees onbeperkt alle artikels. Meer dan 200.000 mensen gingen je voor.

  • Krijg onbeperkt toegangLees alle artikels via de site en app
  • Lees 2 weken gratisNadien slechts €6,95 per 4 weken
  • Stop wanneer je wilOok tijdens jouw proefperiode
Lees 2 weken gratis

Lees meer