Thinkstock

Nergens in Europa minder allochtonen aan het werk dan in België

In haar nieuwe beleidsaanbevelingen voor de Europese lidstaten heeft de Commissie opnieuw kritiek op de achterstelling van migranten en andere kansengroepen op de Belgische arbeidsmarkt. Nergens in de Europese Unie is het verschil in tewerkstellingsgraad tussen personen die in de EU geboren zijn en personen van buiten de EU groter dan in ons land.

De Europese Commissie heeft vandaag haar jaarlijkse nationale beleidsaanbevelingen gepubliceerd. Voor België voegde ze ook een schuldrapport toe: België moet extra inspanningen doen, klinkt het daar.

In de Belgische aanbevelingen wordt ingegaan op de situatie op de Belgische arbeidsmarkt. Die is volgens de Commissie zeer gepolariseerd: jongeren, ouderen, laaggeschoolden en vooral migranten komen te weinig aan de bak.

49,1%
De tewerkstellingsgraad van mensen met een migratieafkomst hoort zelfs tot de laagste in heel de EU. Concreet: in België heeft in de leeftijdsgroep 20-64 jaar slechts 49,1 procent van de mensen die buiten de EU geboren werden een job, tegenover 70,2 procent van de personen die met een Europees paspoort geboren werden.

Er moet ook worden geïnvesteerd in infrastructuur, vooral in transportinfrastructuur. "Het probleem van de piekuurfiles wordt steeds groter, ondermijnt de aantrekkelijkheid (van België) voor buitenlandse investeerders en brengt ook zeer grote economische en milieukosten met zich mee", schrijft de Commissie. Het moderniseren van spoorinfrastructuur en het wegwerken van de 'missing links' tussen de belangrijkste economische hubs moeten een topprioriteit zijn.

Ook de fiscaal voordelige behandeling van bedrijfswagens werkt files in de hand. Daar moet iets aan gedaan worden, vindt de Commissie. Het openbaar vervoer moet eveneens beter. Tot slot komen ook de belemmeringen in de dienstensector en de "zeer geconcentreerde" budgetten voor onderzoek en ontwikkeling ter sprake.

Lees meer