Carla Van Corenland

“Veel vrouwen durven niet op tafel kloppen. Van die bescheidenheid ben ik af.” Dit leerde ondernemer Carla Van Corenland van haar fouten.

Iedereen loopt wel eens met zijn kop tegen de muur. Goede ondernemers krabbelen dan weer recht en leren van hun fouten. ‘Failing Forward’, heet dat. Carla Van Corenland (42) zette met haar bedrijf Fisc@dvies radicaal in op digitale fiscaliteit. Het werd een heftige rit, met veel putten en bulten. Maar het zijn net de tegenslagen die haar klaarstoomden voor de toekomst, vindt ze zelf.

Je richtte Fisc@dvies samen met een partner op in 2008, maar jullie wegen groeiden uit elkaar.
Carla Van Corenland: “Zij wilde het houden bij gewoon boekhouden, ik wilde echt ondernemen en groeien. In 2014 zijn we officieel apart gaan werken.”

Op dat moment ben je helemaal de digitale richting ingeslagen. Gedaan met facturen in schoendozen?
“Een handvol klanten brengt de facturen nog op papier binnen, waarna wij ze inscannen. De overgrote meerderheid tracht zoveel mogelijk documenten al digitaal te ontvangen en scant de analoge facturen zelf in. Ze forwarden die vervolgens naar ons digitaal platform Yuki en betalen ze daar eventueel ook. Via een dashboard kunnen ze op dagelijkse basis hun resultaten monitoren. We mikken op klanten met een digitale mindset, die hun cijfers echt als beleidsinstrument gebruiken.”

Veel boekhoudkantoren verdrinken vandaag nog in het papier. Je was er vroeg bij?
“Een beetje te vroeg. (lacht) Dat is soms een valkuil voor mij. Als ik ergens warm voor loop, kan ik niet meer wachten en wil ik er helemaal voor gaan.”

Wat was het probleem daarmee?
“Ten eerste was de software voor dat digitaal platform enkele jaren geleden nog niet stabiel. We zijn van leverancier en softwarepakket moeten veranderen. Pas het laatste half jaar valt alles in zijn plooi. Maar het blijft een uitdaging. Naast ons klassiek advies moesten we ook technische support leveren, want de helpdesk van onze leverancier is uitsluitend voor ons beschikbaar en niet voor onze eindklant.”

Je hebt een tiental medewerkers. Wat vonden die ervan?
“Eerst dacht ik dat iedereen die nieuwe richting superleuk zou vinden, maar ik ben twee mensen verloren die niet helemaal mee waren in die digitale mindset. Het technische aspect is niet te onderschatten. Bovendien omvat de dienstverlening van de boekhouder van de toekomst meer dan enkel het voorbereiden van de cijfers. Dat is niet voor elke medewerker evident.”

En de klanten?
“Dat was een derde probleem. Sommige klanten haakten af, omdat ze niet klaar waren voor ons digitaal verhaal. We hadden dat wel een beetje verwacht, maar het is toch telkens een opdoffer – we zijn erg begaan met onze klanten. Andere bedrijven waren niet bereid om de gevraagde prijs te betalen, aangezien ze facturen zelf invoerden en veel dingen automatisch gingen. Maar die software is tien keer duurder dan de klassieke software, omdat er nog niet zoveel mensen mee werken. Dat moet je kunnen doorrekenen. De prijs zal pas zakken als de overheid papier gaat ontmoedigen en digitaal gaat stimuleren.”

Voor die toekomst ben jij helemaal klaar?
“Ja! Het was soms afzien, maar we konden daardoor wel een voorsprong op veel collega’s opbouwen. We hebben een light-helpdesk voor softwareadvies en het hele team is getransformeerd. We krijgen zelfs spontane sollicitaties van jonge mensen die koste wat kost in een digitale omgeving willen werken.”

Wat zou je vandaag anders aanpakken?
“Ik heb geleerd dat het geen zin heeft om vast te houden aan mensen. Ik wil graag een hecht team, maar niet ten koste van alles. Als het niet werkt, dan kun je daar beter snel en open over communiceren. Anders blijft het aanslepen en worden mensen soms gekwetst.”

Wat heb je nog geleerd van die moeilijke periode?
“Op tafel kloppen. Ik vond dat onze eerste softwareleverancier niet snel genoeg schakelde. Ik werd daar wel boos over, maar ik had meer druk moeten zetten. Typische vrouwelijke bescheidenheid, denk ik. Ik had ook schroom om een correcte prijs te vragen voor ons werk. Ik zie dat ook bij sommige vrouwelijke klanten. Mijn advies: durf factureren wat je waard bent.”

Wat was je grootste tegenslag?
“Het overlijden van mijn moeder, in januari. Ze werkte mee in de zaak. Het was voor iedereen een grote schok. Op dat moment heb ik enorm veel aan ons team gehad. Ze hebben goed voor mij en het bedrijf gezorgd. Het doet deugd als je zo gedragen wordt.”

Op 24 april vertel je je verhaal op Joe. Je mag dan drie nummers aanvragen en de fakkel doorgeven aan een andere ondernemer die je geholpen of geïnspireerd heeft. Wie wordt dat?
“Jammer genoeg is mijn vader zes jaar geleden al gestorven, anders was de fakkel voor hem. Ik heb zijn ondernemersgoesting geërfd. Nu kies ik voor Jo Deferm van het webbedrijf Webhero. We zitten in hetzelfde gebouw. Ik kijk naar hem op omdat hij al verschillende succesvolle bedrijven in diverse sectoren heeft opgebouwd. Als ik vragen heb, mag ik altijd aan zijn mouw trekken.”

Van een mislukking kan je leren: dat is de centrale boodschap op de Failing Forward conferentie van Startups.be en VLAIO, het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Deze conferentie vindt plaats in Antwerpen op 9 mei. Je hoort er de verhalen van bekende ondernemers en kunt er aan de slag in boeiende workshops. Alle info op www.metfalenenopstaan.be/conferentie.

2 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.
  • Catherine MISTIAEN

    Het papierloze kantoor, een droom uit de vorige eeuw, is een illusie gebleken en een doorn in het oog. Het is veel praktischer om meerdere A4'tjes samen naast mekaar te leggen op een tafel, om te vergelijken. Een papieren kaart (stratenplan, wegenplan) breed uitgevouwd op een tafel, is veel praktischer dan tien PC-schermen samen. Om nog te zwijgen van al dat tijdrovend getokkel op voorhand ...

  • Bix Froefel

    Liever niet ondernemen dan... want vele bedrijven laten schuldenputten achter wat leidt tot nog meer faillisementen. Zeer gevaarlijke boodschap. De overheid moet de kleine man zeker ontraden van te ondernemen want het duurt jaren eer je iets overhoudt. En de vraag naar wat ik soms in de winkels zie liggen kan toch niet hoog zijn?

Lees meer