Shutterstock

Exclusief voor abonnees

“Belg die werkt heeft soms amper 7 procent meer inkomen dan werkloze”: onze werkexpert legt uit hoe dat komt

Werken of niet werken? Voor het verschil in inkomen moet je het in ons land niet altijd doen. “Zo verliest wie aan het werk gaat momenteel sociale voordelen als goedkoper met de bus rijden”, stelt professor arbeidseconomie Stijn Baert, werkexpert binnen ons geldpanel. Wie dreigt in deze “werkloosheidsval” terecht te komen? Wat kunnen de gevolgen zijn? En vooral: hoe pak je dat aan?

Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Wie werkt in ons land, moet daar beter van worden, meer dan nu het geval is. U hebt het vaak al menig politicus (m/v/x) horen zeggen. Er bestaat in de Wetstraat dan ook amper discussie over. Van PVDA over CD&V en N-VA tot Vlaams Belang: ze zijn het er allemaal over eens. Als Conner Rousseau effectief zijn plan waarmaakt om onze toppolitici op te sluiten in Center Parcs tot er een federaal akkoord is, zouden ze een avondje bowlen vast besluiten met een samenzang van ‘Werken moet meer lonen’.

Het punt is: deze ambitie is de afgelopen jaren in woorden eerder dan in daden beleden. In daden hebben we vooral het Belgische compromis gezien; een beetje meer nettoloon en tegelijk de uitkeringen een beetje verhogen. Het gevolg is dat het verschil tussen werken en niet werken amper groter werd.

Als we meer sterke schouders onder onze sociale zekerheid willen krijgen en zo de pensioenen en onze gezondheidszorg op peil willen houden of verbeteren, dan moet dit anders

Werkloosheidsval

Cijfers van de Europese Commissie geven aan dat werken de afgelopen twintig jaar minder interessant werd in ons land. Dat blijkt uit de zogenaamde werkloosheidsval. Die drukt uit hoeveel een werkloze die terug gaat werken van haar/zijn brutoloon meteen ziet verdwijnen richting de staatskas, door onder andere belastingen op arbeid en omdat uitkeringen en sociale voordelen wegvallen.

Voor alleenstaanden met een relatief laag loon (67 procent van het gemiddelde loon) bedroeg de werkloosheidsval in België in 2019 gemiddeld 93 procent. Dat wil zeggen: hun inkomen stijgt met slechts 7 procent als zij een baan vinden. Omdat het niet zelden gaat om banen in minder goede arbeidsomstandigheden is dat natuurlijk véél te weinig. Bovendien hebben we het hier over gemiddeldes. In sommige gevallen is er vermoedelijk helemaal geen vooruitgang.

In de Europese Unie bedraagt de werkloosheidsval trouwens gemiddeld ‘maar’ 72 procent. Met andere woorden: in de meeste andere Europese landen gaan werklozen die werk vinden er veel sterker op vooruit.

Voor gezinnen met kinderen is de werkloosheidsval in ons land iets lager, typisch rond de 80 procent. Maar ook daar zitten we fel boven het Europese gemiddelde. Bovendien werd voor elke gezinssituatie de werkloosheidsval in vergelijking met 2001 alleen maar groter. Werken ging dus minder lonen, in plaats van meer.

In vergelijking met andere landen is het verschil tussen ons brutoloon en ons nettoloon nog altijd te hoog

Naast de werkloosheidsval is er ook nog een zogenaamde inactiviteitsval. Inactieven zijn burgers die niet werken en ook niet op zoek zijn naar werk. Gaan ze toch aan de slag, dan gaan ze er meestal meer op vooruit dan de werklozen, maar ook duidelijk beperkter dan gemiddeld in Europa.

Als we meer sterke schouders onder onze sociale zekerheid willen krijgen en zo de pensioenen en onze gezondheidszorg op peil willen houden of verbeteren, dan moet dit anders. Ik geef de federale onderhandelaars drie aanbevelingen.

1. Minder belastingen op je loon, meer op wat je ermee koopt

Als werken te weinig loont in ons land, dan heeft dat er veel mee te maken dat de belastingen die we betalen op onze arbeid in België heel hoog zijn. Jazeker, de taxshift van de regering-Michel was een stap in de goede richting. Maar in vergelijking met andere landen is het verschil tussen ons brutoloon en ons nettoloon nog altijd te hoog.

Een volgende regering moet veel drastischer de belastingen verschuiven van belastingen op arbeid naar belastingen op consumptie. Op die manier zal het leven voor elke burger iets duurder worden, maar zal wie werkt dat overgecompenseerd zien in haar/zijn nettoloon.

Men zou bij deze verschuiving kunnen focussen op een sterkere verhoging van de btw op producten die vervuilend of ongezond zijn. Ook een vermogenswinstbelasting is het overwegen waard. Voor mij mag een euro die je met beleggingen verdient evenveel belast worden als een die je verdient door arbeid.

De werkloosheidsuitkeringen mogen zelfs nog wat hoger zijn gedurende de eerste weken werkloosheid. Maar na enkele maanden moeten ze sterker dan nu beginnen afnemen

2. Meer werkloosheidsuitkering in het begin, minder daarna

De werkloosheidsval gaat niet alleen over te lage nettolonen, maar ook over uitkeringen die te dicht bij deze nettolonen liggen. Hoewel, dat wie een laag loon heeft amper een lager inkomen heeft als zij/hij werkloos wordt: in feite vind ik dat perfect verdedigbaar. Niemand kiest ervoor om ontslagen te worden. We moeten mensen die een hypotheek af te betalen hebben niet stimuleren om om het even welke baan aan te nemen.

Voor mij mogen de werkloosheidsuitkeringen dus zelfs nog wat hoger zijn gedurende de eerste weken werkloosheid. Maar na enkele maanden moeten ze sterker dan nu beginnen afnemen, zodat werkzoekenden op dat moment de poule van vacatures die ze overwegen verbreden. Dit is complementair met wat de VDAB probeert te doen: werkzoekenden terug aan de slag krijgen voordat ze langdurig werkloos worden en dit veel minder evident wordt.

Deze hervorming, die ik ooit zelf in de markt zette als ‘versnelde degressiviteit’, zou de werkloosheidsval duidelijk terugdringen voor wie meer dan enkele maanden werkloos is.

3. Koppel sociale voordelen aan inkomen, niet aan statuut

Wat ook speelt, is dat wie aan het werk gaat momenteel sociale voordelen verliest. In Vlaanderen gaat dat bijvoorbeeld over goedkoper met de bus rijden. Het is natuurlijk weinig aantrekkelijk dat je dergelijke voordelen verliest als je tegen een laag loon aan de slag gaat.

Veel logischer zou het zijn om de sociale voordelen en toeslagen die momenteel gekoppeld zijn aan statuten zoals werkzoekende of leefloner te koppelen aan je inkomensniveau. Is dat inkomen laag, dan krijg je die tussenkomst, of je nu werkt of niet werkt.

Kost niets

Door deze drie maatregelen worden de werkloosheidsval en de inactiviteitsval automatisch kleiner. En wordt, als je het mij vraagt, onze samenleving een stuk rechtvaardiger. Bovendien gaat het telkens om verschuivingen en niet om meer uitgaven. Ze kosten onze schatkist dus geen geld. Integendeel: ze geven uitzicht op meer inkomsten en minder uitgaven, wanneer meer burgers zich verleid weten tot de arbeidsmarkt.

Politici die ervoor gaan, maken dus de jarenlange belofte van werken meer te laten lonen waar zonder geld te moeten uitgeven. Hopelijk bespreken ze bovenstaande recepten deze zomer even tijdens de barbecue aan de cottage of terwijl het rustig is in het golfslagbad.

Donderdag in ons Geld-dossier: Geert Noels geeft jonge beleggers advies voor hun eerste stappen op de beurs.

Lees ook:

“Een oudere leeftijd schaadt je cv even sterk als een Turkse naam”: onze werkexpert geeft advies voor wie op latere leeftijd solliciteert (+)

ZOVEEL VERDIEN IK. Steve (37) is duiker-ontmijner bij het leger: “Bovenop mijn basisloon van 1.900 euro krijg ik nog een gevaren­premie” (+)

Mag Yusuf echt minder op jobgesprek dan Jan? Werkexpert Stijn Baert onderzocht de Vlaamse arbeidsmarkt (+)

Lees meer