Getty Images

Exclusief voor abonnees

Waar vul ik bedrag voor rechtsbijstand in op mijn belastingbrief? Wat met schoolkosten? Onze expert beantwoordt de 5 meest gestelde lezersvragen

Honderdduizenden Belgen hebben de voorbije weken hun belastingaangifte al ingediend. U hebt daarvoor nog de tijd tot 30 juni (papieren aangifte) of 16 juli (Tax-On-Web). Onze lezers stuurden ruim 200 vragen over hun aangifte. Kan je de premie voor je schuldsaldoverzekeringen inbrengen? Wat met winsten uit aandelen of huurinkomsten? En kan je kosten gemaakt voor de school van je kinderen aftrekken van de belastingen? Michel Maus, fiscaal expert binnen ons geldpanel, beantwoordde een ruime selectie van deze vragen. Dit zijn de vijf meest gestelde.

Waar vul ik het bedrag voor de rechtsbijstand in? En geef ik het bedrag voor ons gezin eenmalig aan of is het te verdelen over meerdere jaren?

Voor het eerst kunnen belastingplichtigen ook een belastingvermindering krijgen voor de premies die ze betaalden voor een rechtsbijstandsverzekering. Deze vermindering bedraagt 40% van de betaalde premie, maar is wel beperkt tot 310 euro. U kan zo maximaal 124 euro aan belastingvermindering genieten. Als u 176 euro aan premie hebt betaald, zal uw belastingvermindering 70 euro bedragen. De premie moet u aangeven in code 1344/2344.

Mag ik kosten voor de school van mijn kind (onder andere extra kledij, printerinkt, ..) inbrengen bij de belastingen?

Neen, schoolkosten zijn privékosten die niet fiscaal aftrekbaar zijn. Wanneer de ouders gescheiden zijn, kan de vader of moeder die onderhoudsgeld betaalt voor de kinderen die bij de andere ouder wonen, schoolkosten wel deels fiscaal recupereren. Dat gebeurt dan als onderdeel van het onderhoudsgeld.

Mijn echtgenoot is overleden in 2019. Moet ik een gemeenschappelijke of een individuele aangifte indienen?

Bij een overlijden van een gehuwde of wettelijk samenwonende partner moeten in het jaar van het overlijden twee aangiftes worden ingediend: een eerste op naam van de langstlevende partner en een tweede op naam van de nalatenschap van de overleden partner. De langstlevende partner moet in de eigen aangifte aanduiden of er wordt gekozen voor een gezamenlijke aanslag op beide aangiften (code 1012) of voor een individuele aanslag (code 1013).

Wat is het maximumbedrag voor beide partners, die niet getrouwd zijn, dat er mag ingevuld worden als je een hypotheek hebt. Hoe moeten we dit aangeven op onze belastingsbrieven?

Voor de woonbonus is het eigenlijk niet van belang of u gehuwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend bent. Iedere belastingplichtige die een lening heeft aangegaan voor de aankoop en/of de renovatie van een eigen woning heeft recht op de woonbonus. Indien twee personen samen een woning kopen en een lening aangaan, hebben ze elk recht op de woonbonus.

Het maximumbedrag van de woonbonus is afhankelijk van het jaar waarin de lening werd afgesloten.

Indien het gaat om een lening afgesloten na 2016 dan hebt u in het Vlaams Gewest recht op de ‘geïntegreerde woonbonus’. Deze woonbonus bedraagt 40% van de kapitaalsaflossingen, intresten en premies van de schuldsaldoverzekering die u op uw lening hebt betaald in 2019. De grondslag waarop de belastingvermindering van 40% wordt berekend is wel beperkt tot een basisbedrag van 1.520 euro. Dit bedrag wordt verhoogd met 760 euro gedurende de eerste tien jaar van de lening (voor wie geen eigenaar is van een ander onroerend goed) en met 80 euro voor wie minstens drie kinderen ten laste heeft op 1 januari 2020. Het absolute maximumbedrag van de belastingvermindering voor de woonbonus bedraagt dus 944 euro (2.360 euro x 40%).

Indien de lening werd afgesloten in 2015 is dezelfde regeling van toepassing, maar enkel voor de ‘enige en eigen woning’.

Dateert de lening van voor 2015, dan hebt u recht op een hogere woonbonus voor de lening voor de ‘enige en eigen woning’. In dat geval bedraagt het basisbedrag van de woonbonus geen 1.520 euro, maar 2.280 euro. Ook bedraagt het percentage van de belastingvermindering dan geen 40%, maar wel het hoogste belastingpercentage dat u betaalt op uw inkomsten. Dat is tussen 30% en 50%.

Als u naast de bestaande lening uit 2016 een nieuwe lening bent moeten aangaan in 2019, dan zal u moeten kiezen tussen de oude en de nieuwe regeling. Als u kiest voor de oude regeling, dan geven enkel de betalingen op de oude lening recht op het oude bestaande voordeel. De nieuwe lening levert dan geen belastingvoordeel op. Als u kiest voor de nieuwe regeling, dan komen enkel de uitgaven van de nieuwe lening in aanmerking voor de geïntegreerde woonbonus.

De codes die u moet invullen voor het verkrijgen van de woonbonus, vindt u op pagina 9 van de aangifte. Het gaat om de codes 3334/4334 en volgende.

Ik krijg geen vergoeding voor woon-werkverkeer. Kan ik deze onkosten zelf inbrengen als beroepskosten?

Iedereen die een beroepsinkomen heeft, heeft het recht om dit inkomen te verminderen met beroepskosten. Dit zijn de kosten die men heeft moeten maken om dat beroep te kunnen uitoefenen. Daarvoor zijn er twee mogelijkheden: je kan een beroep doen op het forfaitair systeem of op het systeem van de werkelijke kosten.

1. Bij het forfaitair systeem krijgt u kostenaftrek toegekend, zonder dat u moet bewijzen dat u kosten hebt gemaakt. Deze forfaitaire aftrek is wel beperkt. Voor werknemers bedraagt deze aftrek 30% van het beroepsinkomen, met een maximum van 4.810 euro. Dit forfait dekt dan alle beroepskosten, inclusief de verplaatsingskosten van en naar het werk. Wie op meer dan 75 kilometer van zijn werk woont, zal wel nog een extra forfait krijgen van 75 euro (tussen 75 en 100 km verplaatsing), 100 euro (tussen 100 en 125 km) of 125 euro (meer dan 125 km) per jaar.

2. Als u meer beroepskosten heeft dan dit forfait, dan kan u een beroep doen op het stelsel van de werkelijke beroepskosten. Dan kan u eventueel een hoger bedrag aan kosten ingeven op uw aangifte, maar dan zal u die kosten wel moeten bewijzen met bewijsstukken. In het systeem van de werkelijke kosten worden de kosten voor de verplaatsingen van en naar het werk op een bijzondere manier berekend:
● Als u met uw eigen wagen naar het werk rijdt, dan mag u 0,15 euro per km woon-werkverplaatsing in mindering brengen. Bovenop dit bedrag mag u wel nog de kosten van de installatie van een carkit voor telefonie en de intresten op een autolening in mindering brengen.
● Als u met de motor naar het werk rijdt, dan kan u gebruikmaken van de all-in kosten van 0,15 euro per km. Of mag u ook uw werkelijke kosten in mindering brengen, maar dan moet u die kunnen aantonen. Dit zijn dan naast de aankoop van de motorfiets en de beschermkledij, ook alle brandstofkosten, verzekering, onderhoud, ...
● Als u met de fiets naar het werk rijdt, dan bedragen de all-in kosten 0,24 euro per km. Maar ook hier mag u hogere kosten aantonen als u deze kan bewijzen.
● Wie tot slot te voet naar het werk gaat, kan 0,15 euro per km in mindering brengen.

Als u kiest voor de werkelijke kosten, zal u dus ten opzichte van de fiscus moeten aantonen hoeveel dagen u hebt gewerkt, hoeveel de afstand bedraagt tussen uw woon- en werkplaats en met welk vervoermiddel u deze afstand hebt afgelegd. Een combinatie van verschillende vervoersmiddelen is uiteraard ook mogelijk.

De werkelijke kosten moet u aangeven onder code 1258/2258.

Jullie stuurden meer dan 200 vragen naar Michel Maus over de belastingaangifte. Wij selecteerden de vier onderwerpen die het vaakst aan bod komen:

- Vastgoed
Gezin
Bankieren, sparen en beleggen
- Werk

Lees ook:

Hoe begin je aan je belastingaangifte en wat als het niet lukt? Expert helpt je op weg (+)

Haal dit jaar het meeste uit uw belastingaangifte: waar kunt u geld besparen? (+)

Econoom Geert Noels: “Hogere belastingen zullen Vlaanderen hard raken” (+)

Lees meer