Mobiliteit in Limburg: geraak je vlot van Noord naar Zuid... zonder wagen?

Onze journalisten Marco en Birger meten de tijd tussen Overpelt en Hasselt

Hij staat wat wankel, die troon van Koning Auto. Te klimaatonvriendelijk, te weinig garanties voor een vlotte trip van A naar B. Maar kan je ’m in Limburg zomaar laten staan? Want hinken we niet zwaar achterop inzake ontsluiting en openbaar vervoer, zoals menig lijsttrekker van bij ons in de jongste maanden aanhaalde? “Je zal maar in Noord-Limburg wonen, en dagelijks naar Hasselt moeten pendelen”, knikten journalisten Marco Mariotti en Birger Vandael onlangs nog tijdens een redactievergadering. Twee minuten later waren hun autosleutels geconfisceerd, en mochten ze zich een alternatieve weg zoeken van Overpelt naar de provinciehoofdstad. Tijd om te ontdekken of ze zich dat geknik beklaagd hebben.

4 De routes die onze journalisten volgden.
RV De routes die onze journalisten volgden.

BIRGER VANDAEL, OP DE FIETS: “HET IS ALS STOPPEN MET ROKEN, JE MOET HET ECHT WILLEN”

Of ik op de trappers wil tussen Overpelt en Hasselt? Snel en sportief... mij hoef je niet te overtuigen. “Eigenlijk is dat slim bekeken”, zo zie je automobilisten wel vaker denken wanneer zij staan aan te schuiven op de Grote Baan in Houthalen-Helchteren. En toch blijft het voor 99% van hen bij een denkoefening. Tijd om uit te vissen waarom.

4 Met een zware rugzak op de schouders trekken we naar Hasselt.
BVDH Met een zware rugzak op de schouders trekken we naar Hasselt.

In tegenstelling tot de automobilist heeft een fietser eigenlijk niet te klagen over de noord-zuidverbinding. Tussen Neerpelt en Zonhoven is het aangenaam trappen op de zogeheten fietssnelweg F74, die in de komende jaren nog meer vorm zal krijgen. Natuurlijk moet je de drukke Grote Baan over en nemen fietsende scholieren al eens een groot deel van het fietspad in beslag. Maar kom, da’s noodzakelijk kwaad. Echt vloeken doe je pas op het laatste stukje tussen Zonhoven en Hasselt, met een paar kuitenbijtende bruggen en een kwartet rode lichten in het stadscentrum als toemaatje.

Maar terug naar het vertrekpunt: Overpelt. Terwijl ik daar voor de gesloten slagbomen sta, vervoegt een man van middelbare leeftijd me. “Hier passeert elk uur een trein, en ik sta er altijd voor te wachten”, zucht hij. Twee keer per week doet ie dat: fietsen naar Diepenbeek. Kwestie van voldoende beweging te krijgen. “Mijn kleren en laptop laat ik op het werk liggen, waar ik me ook kan opfrissen”, klinkt het. “Maar meer dan twee keer per week is me wat té vermoeiend.”

Kan ik me iets bij voorstellen, want comfort blijkt toch een groot manco bij deze onderneming. Douche en opslagruimte heb ik zelf niet op mijn werkplek (de Hasseltse rechtbank), en dus moet ik het doen met een behoorlijk zware rugzak. Dat rijdt een pak minder gezellig, zoveel kan ik beamen. En dat opfrissen, dat zal achteraf met een geïmproviseerd kattenwasje op het toilet moeten. Neen, echt aangenaam belooft dit niet te worden.

Gelukkig word ik de baan opgestuurd op een warme, droge dag. Doe dit in de winter, en dan kom je er zelfs met dubbele handschoenen en drie paar sokken niet. Al kom ik er snel achter dat er ook niet-seizoensgebonden nadelen zijn, wanneer ik mijn beide banden lek rijd en de tocht noodgedwongen moet staken in Wijchmaal. Even de noodlijn bellen, en een tweede poging inplannen, dan maar.

4 Helaas onvermijdelijk in het leven van een fietser: pech onderweg.
BVDH Helaas onvermijdelijk in het leven van een fietser: pech onderweg.

En tweede keer, goede keer. Ik geraak probleemloos in Hasselt én weer terug in Overpelt. Samen goed voor ruim zeventig relatief vlotte kilometers op de teller, en een flinke dosis lichaamsbeweging. Zelfs als je weet dat ik er in totaal een dik uur langer over gedaan heb dan met de wagen het geval zou geweest zijn, dan nog is dat sportieve element voldoende om het een win-win te dopen.

Maar laat ons eerlijk zijn: ook de winst is wankel. Want hoewel het vlot fietst, zo tussen Overpelt en Hasselt, is het zeker niet zonder pijnpunten. Denk dan aan het punt in Helchteren, wanneer je — net voorbij de Colruyt — de Grote Baan over moet. Dat is wellicht het gevaarlijkste punt. En omdat fietsers doorgaans liever geen voet van het pedaal halen, durven ze hier al eens een berekend risico te nemen. Maar gevaar schuilt ook in andere hoeken. Pech onderweg, en je bent letterlijk ver van huis. Denk daar de winterkoude en een plensbui bij, en je weet waarom het zo vaak een denkoefening blijft. 

Mijn conclusie? Om pendelaars tussen Noord-Limburg en de provinciehoofdstad op de fiets krijgen, heb je motivatie nodig. Denk aan voldoende faciliteiten op de werkplek in de vorm van douches en dergelijke. Maar ook een pechdienst voor fietsers, of rustplaatsen waar je zelf wat herstelmateriaal vindt, lijkt me wel wat. Nu, zelfs als je dat er allemaal door zou krijgen, blijft fietsen naar het werk ook op de Noord-Zuidas zoiets als stoppen met roken. Je moet het écht willen. Want als het van moeten is, hou je het nooit vol.

MARCO MARIOTTI, MET DE TREIN: “TIJDROVEND... MAAR JONGENS, WAT BEN IK ZEN!”

De hel bestaat. Alleen noemen we die in Limburg de Noord-Zuidverbinding. De trein dan maar? Geen file, maar misschien wel vertraging. En stations, die zijn in het Noord-Oosten van onze provincie ook niet in overtal. Maar alles is beter dan aanschuiven op een reeds overvolle baan, denken we dan. Kaartje kopen, dus!

4 Met een grote glimlach de trein verlaten, heet dat dan.
Mine Dalemans Met een grote glimlach de trein verlaten, heet dat dan.

In het hele Maasland is geen treinstation te bespeuren, maar wij hebben geluk. We vertrekken immers vanuit Pelt, alwaar we er zowaar twee hebben: Neerpelt en Overpelt. Ik arriveer tien minuutjes te vroeg aan dat laatste station, maar mijn trein missen is iets wat ik zeker vandaag absoluut wil vermijden. Nu, de parkeerplek wordt vlot gevonden. Stress zal er vandaag niet meer bij komen kijken, zo blijkt achteraf. Eén spoor, één perron, alwaar ik rond 8.30 uur samen met vier andere reizigers opstap. We zijn vertrokken.

Overvolle treinen, ze bestaan. Maar wanneer je van Pelt over Mol naar Hasselt spoort, kom je die categorie niet tegen. Wat een zee van ruimte! Het worden de 25 rustigste minuten van de dag: een uitzicht om bij weg te dommelen, een tafeltje voor wie al fris genoeg is om wat op de laptop te tokkelen. Ik toon mijn ticket — op mijn smartphone — aan de conducteur, waarop zij vriendelijk lacht. Het is misschien banaal, maar wie lacht er naar je wanneer je tussen Hechtel-Eksel en Helchteren aanschuift en zowat klaar bent om je pet op te vreten? Juist ja, niemand. Luxe.

Eens in Mol moet ik overstappen op de trein naar Hasselt. Niet moeilijk, want ik kom in een proper station terecht, waar alles duidelijk aangegeven is. Wel weinig zitbankjes en beschutting, en dat terwijl ik helaas twintig minuten wachttijd heb. Gelukkig schijnt de zon, maar ik weet nu al dat ik op een barre winterochtend wellicht de warmte van de wagen zal verkiezen. Of is dat net te veel luxe?

Sporen van Mol naar Hasselt doe ik in ietwat grotere drukte, maar het reist best nog aangenaam. Ik stap op om 9.07 uur, en bedenk me dat ik — bij rustig verkeer — met de wagen nu al in Hasselt zou staan. Helaas, vandaag heb ik nog veertig minuten voor de boeg. Ontspannende minuten, dat wel. Als je er de tijd voor hebt.

Vandaag heb ik de tijd. Zonder enige vorm van verkeersstress kom ik aan in Hasselt-station, met dank aan treinen die op tijd reden en comfort dat meer dan naar behoren was. Toegegeven, een treinticket is niet goedkoop — maar dat is tanken ook niet. Een jaarabonnement Pelt-Mol-Hasselt kost je 1.760 euro, brandstof zal een pak duurder zijn. En dan zwijgen we nog over onderhoud van je wagen, en slijtage.

Eerlijk? De trein is tijdrovend, maar heeft op de Noord-Zuidas zeker potentieel. Ja, ik ben bijna dubbel zo lang onderweg geweest, maar ik heb me niet moeten opjagen, heb — relatief gezien — minder geld uitgegeven én heb nieuwe mensen leren kennen. Laat die extra stations en verbindingen maar komen! Behalve in de winter, natuurlijk.

2 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.
  • Stef Wuyts

    Op die route zal je inderdaad rustig op de trein kunnen zitten en helemaal "zen" kunnen arriveren, probeer hetzelfde eens op een traject naar Brussel, dan is het een uurtje rechtstaan in vele gevallen.

  • Benjamin Goudeseune

    Ik denk niet dat dagelijks op en neer tussen Pelt en Hasselt meer dan 1760€ kost. Integendeel. Ja, een auto heeft nog veel andere kosten, maar het is wel je vrijheid, en dat mag iets kosten. Openbaar vervoer zou de helft van de huidige prijs moeten kosten om het echt interessant te maken.

Lees meer