3 Ivo Cornelis, rechts, ving tal van jongens op in zijn tehuizen.
Laenen Ivo Cornelis, rechts, ving tal van jongens op in zijn tehuizen.

Niel brengt hulde aan Ivo Cornelis: de man die zijn leven riskeerde om Joodse kinderen te helpen

Op zaterdag 18 mei is het exact 75 jaar geleden dat de Gestapo een razzia hield in het zogenaamde ‘Wezenhuis’ aan het Sint-Hubertusplein. Ivo Cornelis ving daar tientallen Joodse jongens op, met gevaar voor zijn eigen leven. Het gemeentebestuur wil hulde brengen aan deze markante figuur en onthult daarom morgen een gedenkplaat.

Ivo Cornelis: de naam leeft in Niel nog altijd verder dankzij de Ivo Cornelisstraat. Maar stel aan een willekeurige inwoner de vraag wie Ivo Cornelis is en de kans is groot dat hij of zij het antwoord moet schuldig blijven. Het gemeentebestuur wil deze markante figuur nu van de vergetelheid redden en zal daarom morgen een gedenkplaat onthullen op het Sint-Hubertusplein. Dat gebeurt vlakbij de plaats waar Ivo Cornelis in 1942 zijn jongenstehuis oprichtte, in de volksmond bekend als het ‘Wezenhuis’.

“Ivo Cornelis was de onderpastoor van de Sint-Romboutsparochie in Mechelen”, vertelt Vic Van Dijck, voorzitter van het Niels Erfgoedarchief (NEA). “Hij zette zich in voor de armen in zijn parochie en richtte tehuizen op om hulpbehoevende jongens te kunnen opvangen. Eerst aan de Wollemarkt in Mechelen, daarna in Weelde Statie bij Turnhout en als derde in zijn ouderlijke woning aan het Sint-Hubertusplein in Niel.”

In de weeshuizen komen tijdens de Tweede Wereldoorlog niet alleen verzetslieden terecht, maar ook zo’n 25 Joodse jongens. “Het is er een voortdurend komen en gaan”, zegt Van Dijck. “Op die manier valt het niet op wie er bij komt of weggaat. Bovendien vermijdt iedereen het over zijn herkomst te praten. Hoeveel Joodse kinderen er precies waren, is dus moeilijk te zeggen. Omdat er gevaar is voor razzia’s, worden de Joodse kinderen ook regelmatig verplaatst.”

3 Het weeshuis van Ivo Cornelis.
NEA Het weeshuis van Ivo Cornelis.

De angst is terecht: op 18 mei 1944 wordt er in de huizen van Cornelis een razzia gehouden. Niel komt als eerste aan de beurt. Rond 16 uur rijden personenwagens en een legervrachtwagen het Sint-Hubertusplein op. Met gierende banden stoppen zij aan het weeshuis van Ivo Cornelis. Gehelmde Feldgendarmen en zwart geüniformeerde Vlaamse SS’ers springen uit de vrachtwagen, gaan post vatten op de vier hoeken van het plein en snauwen alle belangstellenden weg.

In de Kerkhofstraat zijn inmiddels enkele nieuwsgierigen samengetroept. Een van de Vlaamse SS’ers schiet verschillende malen met zijn mitrailleurpistool rakelings boven hun hoofden. De Feldgendarmen slaan met hun geweerkolven het glas uit de voordeur van het weeshuis en wanneer de deur begeeft, stormen de Duitsers het huis binnen. Ze beginnen schreeuwend alles te doorzoeken. Ivo Cornelis, die toevallig aanwezig is, weet nergens van als hem gevraagd wordt hoeveel joodse kinderen er in dit tehuis verblijven.

“Wat Cornelis niet vertelt, is dat hij ‘s middags door een onbekende telefonisch verwittigd was dat er een razzia op komst was”, zegt Van Dijck. “Hij heeft daarop meteen zijn zuster, die aan de overkant van het Sint-Hubertusplein woont, gealarmeerd en die stuurde onmiddellijk haar 14-jarige dochter mee naar het tehuis. Het meisje hielp een dertigtal joodse jongetjes aankleden en nam hen mee voor een grote wandeling naar het Nielse Broek.”

Cornelis houdt staande dat er helemaal geen joodse kinderen in zijn weeshuis verblijven, maar intussen hebben de Duitsers de rantsoeneringskaarten van de jongetjes gevonden. Een jonge joodse vrouw die in het weeshuis inwoont, wordt al vlug ontdekt en in een overvalwagen geduwd. Cornelis moet nu wel toegeven dat er een aantal kinderen ‘toevallig’ op wandel zijn, maar weet niet waarheen.

3 Kanoclub De Rupelsneppen organiseerde zelfs tijdens de oorlogsjaren een paaseierenraap voor de kinderen van het tehuis.
NEA Kanoclub De Rupelsneppen organiseerde zelfs tijdens de oorlogsjaren een paaseierenraap voor de kinderen van het tehuis.

De Duitsers zijn echter goed ingelicht, waarschijnlijk getipt door een Nielse collaborateur. Ze halen de zuster van Cornelis uit haar woning tegenover het weeshuis, confronteren haar met de ‘bewijzen’ en voeren de druk op: ofwel worden de kinderen direct teruggehaald, ofwel verdwijnen Ivo Cornelis en zijn zuster voorgoed in een concentratiekamp.

“Dat is het punt waarop de zuster begeeft en de jongetjes laat terugbrengen”, zegt Van Dijck. “De Duitsers laten de kinderen ontkleden en al wie duidelijk besneden is, wordt in de vrachtwagen gezet. Slechts twee kinderen, waarvan de joodse afkomst blijkbaar onzeker is, ontspringen de selectie en blijven achter. Cornelis en zijn zuster worden meegenomen voor het verhoor naar het hoofdkwartier van de Geheime Feldpolizei op de Belgiëlei in Antwerpen. Na een nacht opsluiting en ondervraging worden ze allebei weer vrijgelaten en niet meer lastig gevallen.”

En de opgepakte kinderen? “Die hebben het ‘geluk’ dat ze pas laat in de oorlog in handen van de Duitsers zijn gevallen. Vanaf mei 1943 werden kinderen zonder ouders niet meer gedeporteerd, maar ondergebracht in de weeshuizen van de Joden in België (VJB). Dat gold dus ook voor de jongens die werden gearresteerd in de huizen van Cornelis.”

Na de oorlog heeft Cornelis bijna nooit gesproken over de Joodse kinderen die hij kon redden. Op 11 juli 1958 overleed hij, aan de gevolgen van een klap op het hoofd, die hem was toegebracht door een Hongaarse jongen die hij kort tevoren in huis had genomen. Op zijn sterfbed zou hij de jongen nog ‘vergiffenis’ schenken.

Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.

Lees meer