3 Orgaantransport door het Rode Kruis aan het UZA in Antwerpen.
photo_news Orgaantransport door het Rode Kruis aan het UZA in Antwerpen.

Je organen doneren om andere levens te redden: dit moet je weten

"Ze zal altijd blijven voortleven voor ons. Ook via haar hart, dat al getransplanteerd werd bij iemand anders." Die boodschap van acteur Stefaan Degand, die woensdag zijn 31-jarige echtgenote Julie verloor aan een bacteriële hersenvliesontsteking, raakt velen. Orgaandonatie kan effectief het leven van anderen redden, steeds meer mensen laten zich dan ook expliciet als donor registreren. Hier lees je hoe je dat doet.

Weten dat je overleden geliefde na zijn of haar dood toch nog iemand of zelfs meerdere personen heeft kunnen helpen, het kan een grote troost zijn. "Orgaandonatie kan helpen bij het rouwen, vertelde Luc Colenbie, transplantatiecoördinator van het UZ Gent vorig jaar al aan onze krant. "Het geeft nabestaanden een vorm van geruststelling. Weten dat hun geliefde ergens verder leeft: dat verzacht."

Het is een tendens die al een tijdje te zien is: steeds meer mensen zijn zich bewust van het feit dat ze na hun dood mogelijk nog iets kunnen betekenen voor iemand anders. Het aantal positieve registraties als orgaandonor neemt jaar na jaar fors toe, terwijl het aantal mensen dat expliciet zegt geen donor te willen zijn, stabiel blijft. In 2014 werd het kantelpunt bereikt, en waren er voor het eerst ooit meer positieve dan negatieve registraties. Eind vorig jaar waren er al meer dan 247.000 mensen die verklaarden orgaandonor te zijn, tegenover bijna 191.000 weigeraars (zie grafiek).

Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Iedereen = donor

In principe is iedereen die al langer dan zes maanden in België woont een orgaandonor, omdat ons land gekozen heeft voor het zogenaamde 'opt-out'-systeem. Dat wil zeggen dat je als je om welke reden dan ook geen donor wil zijn, dat expliciet moet laten weten. Doe je dat niet, dan ben je eigenlijk akkoord dat je organen na je dood afgestaan kunnen worden en mogen artsen na je overlijden sowieso je organen wegnemen.

In de praktijk zal de arts echter eerst controleren of iemand geregistreerd staat als donor. Is dat niet zo, dan zal hij de familie vragen hoe de overledene tegenover orgaandonatie staat. Dat is vaak een moeilijk gesprek voor de familie, die niet altijd weet wat hun geliefde geantwoord zou hebben.

Registratie biedt dan ook het voordeel van de duidelijkheid. Iedereen weet dan wat jouw expliciete wil was, moeilijke discussies worden vermeden.

3
belga

Gemeentehuis

Je laten registeren als orgaandonor doe je op de dienst Bevolking van het gemeentehuis, waar je een formulier kan invullen (je kan het ook onderaan dit artikel downloaden en afprinten) waarop je je wens kenbaar maakt. Neem ook je identiteitskaart mee. De gemeenteambtenaar zal dan je wens invoeren in het centrale Rijksregister en je een ontvangstbevestiging meegeven. Als je je mening wil herzien, kan dat zonder problemen opnieuw bij het gemeentehuis.

Op orgaandonatie staat trouwens geen leeftijd, dankzij onze hogere levensverwachting en betere medische technieken. Het aantal oudere donoren neemt al jarenlang toe. 40 procent van de donoren was vorig jaar bijvoorbeeld 60 jaar of ouder, twintig jaar geleden was dat nog geen tien procent. De gemiddelde leeftijd lag op 52 jaar. De leeftijd hangt ook af van het orgaan dat wordt afgestaan. Zo was de oudste leverdonor vorig jaar 87 jaar oud, de oudste pancreasdonor 44.

Hersendood

Orgaandonatie gebeurt meestal bij hersendode patiënten van wie het hart dankzij kunstmatige beademing nog wel klopt, maar het leven niet meer gered kan worden. Drie onafhankelijke artsen moeten de hersendood vaststellen, waarna gecontroleerd wordt of de patiënt geregistreerd stond als donor of de familie om toestemming gevraagd wordt. Pas daarna kan er eventueel met de transplantatie van gezonde organen begonnen worden.

Het ziekenhuis zal zo snel mogelijk contact opnemen met Eurotransplant, een organisatie van een aantal Europese landen. Daar zal de coördinatiedienst bepalen naar wie welk orgaan getransplanteerd kan worden, afhankelijk van een aantal parameters zoals de locatie en de plaats op de wachtlijst van de ontvanger. Een nier kan bijvoorbeeld langer onderweg zijn dan een hart.

In 2016 werden er bij 321 overleden mensen één of meer organen weggenomen voor transplantatie. Dat aantal stijgt weer na een kleine daling enkele jaren geleden.

3
thinkstock
Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Wachtlijsten

Maar dat donortransplantatie nodig is, bewijzen de wachtlijsten, die nog altijd langer worden. De vraag blijft dus groter dan het aanbod. In 2007 stonden er bijvoorbeeld 34 mensen op de wachtlijst voor een nieuw hart, vorig jaar waren het er al 117. Voor een longtransplantatie gaat het om een stijging van 52 in 2007 naar 122 vorig jaar. Voor andere organen bleef de wachtlijst ongeveer even hoog. Het totale aantal wachtenden ligt boven de duizend, terwijl er elk jaar nog altijd honderd mensen sterven omdat er te weinig organen beschikbaar zijn.

Eén donor kan tot acht levens redden, transplanteerbaar zijn de lever, de longen, de nieren, het hart, de pancreas en de dunne darm. Orgaandonatie gebeurt volledig anoniem, de ontvanger weet niet wie zijn of haar donor is, en ook de nabestaanden weten niet naar wie de organen van de overledene getransplanteerd zijn.

Download hier het formulier waarmee je je als orgaandonor kan registeren (klik op het pijltje naar beneden onderaan):

Je cookie instellingen zorgen ervoor dat deze inhoud niet getoond wordt.
Pas je cookie instellingen hier aan.

Lees meer