UNKNOWN

"Belgisch voorzitterschap Europese Unie was een succes"

Het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 2010 was een succes. Zo luidt de conclusie van een wetenschappelijke studie over de zes maanden dat ons land de leiding had over de Europese ministerraden. Dat de federale regering tijdens die periode in eigen land enkel de lopende zaken mocht afhandelen, heeft volgens de wetenschappers bijgedragen tot het succes.

"Het is nooit goed om op te scheppen, maar wanneer ik zeg dat ons voorzitterschap een succes was, kan ik nu ook naar een academische publicatie verwijzen", grapte minister van Financiën en voormalig buitenlandminister Steven Vanackere bij de voorstelling van het boek 'Readjusting the Council Presidency. Belgian Leadership in the EU'.

13 hoofdstukken
In 13 hoofdstukken wordt de periode geschetst waarin België de Raad van ministers van de EU voorzat. Meer dan twintig wetenschappers schreven mee aan de studie. De coördinatie was in handen van Steven Van Hecke en Peter Bursens van de Universiteit Antwerpen.

Toen België op 1 juli 2010 het voorzitterschap opnam, zeiden alle bevoegde ministers er een prioriteit van te willen maken de Europese Unie "post-Lissabon" goed te doen functioneren. De Europese machinerie moest namelijk nog wennen aan de hervorming van de instellingen die het Verdrag van Lissabon met zich had meegebracht.

Dat Verdrag is op 1 december 2009 in werking getreden. Ook vijf beleidsdomeinen kregen prioriteit: de sociaal-economische dossiers, sociale zaken, leefmilieu en energie, justitie en binnenlandse zaken en het buitenlands beleid.

Bemiddelaar
"In plaats van het voorzitterschap te gebruiken om Belgische belangen te verdedigen - zoals Afrika, met vooral Congo - gebruikten de Belgen het voorzitterschap om vooruitgang te boeken bij de bestaande EU-agenda", schrijven de onderzoekers. "De institutionele configuratie post-Lissabon maakte het het Belgische voorzitterschap mogelijk te focussen op zijn rol als bemiddelaar in wetgevende dossiers."

Twee van de grootste veranderingen van 'Lissabon' waren de installering van een permanente voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders en van een Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken, zodat het land dat de ministerraad voorzit niet langer de Europese toppen hoeft te leiden en het buitenlands beleid niet meer in handen moet nemen. "De politieke rol van het voorzitterschap werd dramatisch verminderd, enkel de technische en minder gemediatiseerde raden bleven over", leest de studie. "Met andere woorden: België kon resultaatgericht optreden omdat het geen politieke rol meer moest en mocht opnemen."

Resultaten

En er werd wel degelijk resultaat geboekt. Er werden doorbraken of akkoorden gerealiseerd in tal van dossiers: het Europees patent, het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea, de Eurovignette-richtlijn, de EU-begroting 2011... Maar ook op het vlak van buitenlands beleid, waar de leiding in handen was van Catherine Ashton, speelde België een belangrijke rol. De Belgische diplomaten vielen namelijk in voor de nog niet georganiseerde Europese diplomatie.

De onderzoekers halen verschillende redenen aan voor het succesvolle voorzitterschap. Naast de ervaring, kennis en expertise van de diplomatie speelde ook de afwezigheid van een regering met volheid van bevoegdheden een rol. Dat zorgde er namelijk voor dat veel kabinetsmedewerkers op post bleven, terwijl ook in de administratie geen grote reshuffle plaatsvond.

Aandacht voor EU-thema's

Meer zelfs: "Er valt iets voor te zeggen dat de cabinetards en de ministers in de regering van lopende zaken zich meer konden concentreren op het succes van het voorzitterschap dan ze in normale tijden hadden kunnen doen. Door het uitblijven van nieuwe binnenlandse politieke initiatieven konden de ministers en hun medewerkers hun aandacht op Europese thema's richten." Bovendien werd het voorzitterschap in eigen land politiek zeer breed gedragen.

De onderzoekers lijsten ook op waar het Belgische voorzitterschap geen succes was. Zo bood het triovoorzitterschap met Spanje en Hongarije minder voordelen dan verwacht werd. "Behalve tijdens de voorbereidende fase was het meer een aflossingswedstrijd dan een teaminspanning." (belga/adha)

Lees meer