REUTERS

Aanvallen met onder meer vatbommen eisen zo'n 100 burgerlevens in 2 dagen

Aanvallen met onder meer vatbommen door de Syrische luchtmacht hebben de afgelopen twee dagen aan ongeveer honderd burgers het leven gekost. Het doelwit waren vooral gebieden in het noorden en noordwesten van het land die in handen van de opstandelingen tegen het bewind van president Bashar al-Assad zijn. Dat meldde het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten vandaag.

Het bewind-Assad verloor de afgelopen maanden terrein aan de opstandelingen in het noordwesten, oosten en zuiden van Syrië. Het leger is daarom een offensief begonnen. Het observatorium telde de afgelopen twee dagen 390 luchtaanvallen. Onder de doden zijn twintig kinderen.

Vatbommen zijn vaten die met explosieven en metaaldeeltjes zijn gevuld. Door de explosie worden die deeltjes over een groot oppervlak verspreid. Er vallen daardoor vaak veel slachtoffers.

Amnesty International heeft berekend dat aanvallen met vatbommen in Syrië sinds 2012 aan meer dan 12.000 mensen het leven hebben gekost. Dat is ongeveer 5 procent van alle doden in de Syrische burgeroorlog. Het leger van Assad is de enige partij die de vatbommen gebruikt. Het oorlogstuig wordt vanuit helikopters naar doelen gegooid en de opstandelingen hebben geen toestellen.

Lees meer