REUTERS

Duizenden textielarbeiders herdenken omgekomen collega's in Bangladesh

Precies een jaar na de instorting van een groot fabrieksgebouw in Bangladesh hebben textielarbeiders op de plaats van het drama bloemenkransen neergelegd. In Savar, een buitenwijk van de hoofdstad Dhaka, kwamen duizenden mensen samen om de slachtoffers van de ramp te herdenken, en heel wat fabrieken in Savar hingen zwarte vlaggen uit.

Enkele honderden textielarbeiders blokkeerden in de buurt een hoofdweg en eisten dat de eigenaars van het gebouw en de fabriek eindelijk ter verantwoording zouden worden geroepen. Ze vroegen ook meer hulp voor de slachtoffers en riepen middels slogans om vergoedingen voor de textielarbeiders en straffen voor de verantwoordelijken van de ramp. Ook de families van 140 arbeiders die nog steeds als vermist staan opgegeven, tekenden present. Zij vroegen dat de regering hen zou helpen bij het zoeken naar de lichamen.

Bij de instorting van het acht verdiepingen tellend Rana Plaza kwamen op 24 april 2013 meer dan 1.100 mensen om het leven en raakten 2.500 anderen gewond. Het gaat om het zwaarste fabrieksongeval in de geschiedenis van Bangladesh. Het drama bracht de lamentabele werkomstandigheden in de duizenden textielateliers in Bangladesh onder de internationale aandacht en verplichtte de westerse bedrijven om veiligheidsinspecties uit te voeren op de lokale werkvloeren. Een ander gevolg was dat het minimumloon van de arbeiders werd opgetrokken.

De arbeidersorganisatie Sramik Sanghati heeft naar aanleiding van de herdenking gevraagd dat de regering 24 april zou uitroepen tot de dag van de arbeidsveiligheid in Bangladesh.

Lees meer