EPA

Syrië: 20 gevallen van mogelijk gebruik chemische wapens onderzocht

De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag onderzoekt momenteel "meer dan twintig" beschuldigingen over het gebruik van chemische wapen in Syrië sinds augustus. Dat zegt Ahmet Üzümcü, directeur-generaal van de organisatie, in een interview met het Franse persagentschap AFP.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nam zopas nog een resolutie aan die het mandaat van de gezamenlijke missie van de VN en de OPCW in Syrië met een jaar verlengt. Dat zogenaamde "Joint Investigative Mechanism" (JIM) werd in augustus 2015 gecreëerd.

Concreet is de OPCW verantwoordelijk voor het verzamelen van bewijzen over de inzet van chemische wapens tijdens het conflict in Syrië. Daarna moeten de bewijzen worden aangeleverd aan de JIM, die op basis daarvan de verantwoordelijkheid van een chemische aanval toekent aan een bepaalde partij in het conflict.

Sinds begin augustus werden al "meer dan twintig" beschuldigingen geregistreerd, zowel vanuit de regering als de rebellen, over de inzet van "chloorgas en andere niet-geïndentificeerde middelen in Aleppo en het noorden van Syrië". Donderdag nog diende het regime van president Bashar al-Assad een klacht in.

Sinds de oprichting van de JIM konden de onderzoekers al concluderen dat het Syrische leger al zeker chloorgas heeft ingezet in drie dorpen in het noorden van Syrië in 2014 en 2015 en dat terreurgroep Islamitische Staat in augustus 2015 een aanval met mosterdgas uitvoerde.

Lees meer