Charlotte De Bruyne.
Nathalie Samain Charlotte De Bruyne.

Exclusief voor abonnees

“Ik zou niet zomaar een seksscène doen”, actrice Charlotte De Bruyne (29) uit ‘De Twaalf’ nu in NINA

Ze is een van ‘De twaalf’ juryleden in de gelijknamige reeks op Eén. Geen onbekende, maar wel vree lang geleden gezien op tv: de Gentse actrice Charlotte De Bruyne komt na heel wat jaren in het theater nog eens proeven van televisie. En dat smaakt naar meer. “Ik heb dit gemist.”

Je kan er onmogelijk naast kijken. Die weelderige krullenbol. Dat gebeeldhouwde gezichtje. Helblauwe ogen. Jurylid met pit in De twaalf, op zondagavond. Daar moet ze als voorzitster van een assisenjury mee bepalen of Frie (gespeeld door Maaike Cafmeyer, red.) schuldig is aan dubbele moord.

De laatste keer dat we Charlotte De Bruyne op tv zagen, was in 2014 – in Vriendinnen. Dit is dus een soort terugkeer, en bovendien een die haar duidelijk deugd doet. “De twaalf is hét project waarop ik zat te wachten.”

Hoe blij ben je met je rol als voorzitter van de volksjury?

“Superblij! Ik had echt zin om nog eens iets voor tv te doen. En om iets goed te doen. Dat is altijd mijn zoektocht: naar iets waar ik helemaal achter sta. Iets waarvan ik voel dat mensen er hun ziel in gestoken hebben. En dat is bij De twaalf zeker het geval, zowel door scenaristen Bert (Van Dael, red.) en Sanne (Nuyens, red.), als door Wouter (Bouvijn, red.), die de serie regisseerde. Ik wilde deze rol héél graag.”

Voelt zo’n casting dan als een soort examen dat je moet afleggen?

“Het is een beetje vergelijkbaar, ja. Vroeger vond ik castings verschrikkelijk, maar het is zo’n deel van de job dat ik een manier heb gezocht, en gevonden, om dat fijn te vinden. Het lukt me meer en meer om het te zien als een moment om me intens in te werken in een scène, en om de persoon te leren kennen met wie ik daarna eventueel ga samenwerken.”

Heb je al eens een echte assisenzaak bijgewoond?

“Nee. Ik heb ter voorbereiding naar The People v. O.J. Simpson op Netflix, en naar 12 Angry Men gekeken. Op de persdag van deze reeks – die vond plaats in het justitiegebouw – zat ik trouwens plots per ongeluk midden in een échte loting. ‘Zijt gij hier ook voor de jury?’, vroeg een vrouw naast me. En ik zei: ‘Euh ja, maar niet voor die échte jury.’ (lachje) Het is wel heel bijzonder om uitgeloot te worden, denk ik. Ik hoorde mensen die dag tegen elkaar zuchten: ‘Ik hoop dat ik er niet bij ben’ en ‘Hoe krijg ik dat geregeld met de kinderen?’. Zetelen in een assisenjury is een heel letterlijke vorm van burgerplicht, hè. Het is moeilijk om eronderuit te komen. (denkt na) Het assisenproces an sich zorgt voor discussie in ons land. Ik heb zelf ook geen antwoord op de vraag: is assisen goed of niet? Ik vind het fijn dat de serie méé twijfelt over de vraag: klopt het dat we aan twaalf burgers vragen om te beslissen over iemands schuld of onschuld? Zijn we daar bekwaam genoeg voor? Of moeten we dat overlaten aan mensen die daarvoor gestudeerd hebben?”

En euh ... heeft Maaike het gedaan, of niet?

(lachje) Ik weet zelf nog altijd niet of ze het gedaan heeft. Niemand heeft ons dat gezegd: het was een groot geheim op de set. Iedereen van de jury heeft zijn of haar theorie of overtuiging, wat het allemaal wel héél echt maakt. Ik vind het alleszins spannend om thuis naar de reeks te kijken – alles is anderhalf jaar geleden al opgenomen – en ik ben in feite even benieuwd als jij.”

Jouw personage Holly spat van het scherm.

“Dank je wel. Ik sta ook écht graag op een set. Als dat te lang niet gebeurd is, voel ik een gemis. Een set is een eiland. Als een soort scoutskamp. En los daarvan: de manier van spelen is helemaal anders. In het theater (Charlotte speelt bij theatergezelschap Ontroerend Goed, red.) speel ik toch vooral een versie van ‘Charlotte’. Op een filmset word ik veel meer iemand anders. Het doet deugd soms om even niet mezelf te zijn.”

En hopla! Meteen een pittige seksscène met acteur Gilles De Schryver in die eerste aflevering.

“Het heeft iets bevrijdends om naakt te zijn op een set. Ik begreep plots waarom nudisten doen wat ze doen, zeg maar. Er is dat licht akelige moment waarop je die kamerjas moet uitdoen: dat is eventjes raar, maar tegelijk is iedereen vooral professioneel bezig met de scène die we die dag moeten draaien. Ik stond helemaal achter die scène, anders zou ik het nooit met zoveel gemak gedaan hebben. Het is ook maar een lichaam, weet je. Dat besefte ik op de set, waardoor ik me van niets nog iets aantrok. Dat is een fijne ervaring. Ik was gezond zenuwachtig, uiteraard, maar we hebben het goed aangepakt: er is lang gebabbeld over hoe we dat zouden draaien, en welke shots we zouden nemen, waardoor ik ook wist: oké, er zal geen rare bilspleet in beeld komen. (lacht)

Lijkt me geen onbelangrijk detail.

“Absoluut. Nogmaals: ik zou niet zomaar een seksscène doen. Maar ik vind dat het echt iets zegt over dat personage. Het zet een stempel op Holly en ik heb dat wel graag. Ze is heel complex: ze is in de war en zet een façade op. Ze lijkt stoer in het leven te staan, maar heeft tegelijk een kwetsbare kant. Enfin. Je zal het allemaal wel zien op tv.” 

Zit er weer méér film en tv in vanaf nu?

(snel) Ik heb nooit echt afscheid genomen van het filmen. Ik was negentien toen ik in de film Little Black Spiders speelde, twee jaar later volgde Flying Home en daarna deed ik mee in Vriendinnen voor Eén. Je bent snel gewend aan een soort tempo, en als dat plots een paar jaar stilvalt, of je krijgt aanbiedingen die je niet helemaal liggen – ik heb ‘nee’ gezegd tegen een paar rollen – dan is het eventjes stil, ja. Ik had altijd de chance om deel te zijn van Ontroerend Goed, dus ik had niet het gevoel dat er een groot ‘gat’ zat. Maar er is íéts dat film en tv je geven als acteur wat je niet terugvindt op een podium. Het is zo anders dat ik na een tijdje wel liep te denken: nou, het mag een keer terugkomen.”

Zeven jaar geleden selecteerde regisseur Dominique Deruddere jou als ‘grootste talent’, hier in NINA, door je rol in Flying Home. Wat is er sindsdien zoal gebeurd?

“Véél! Ik ben dus vooral aan het werk geweest met ons theatergezelschap Ontroerend Goed. We maken één voorstelling per jaar, telkens rond onderwerpen die ons dwarszitten, en we touren daarmee in binnen- en buitenland. Zo is er Fight Night, een voorstelling rond democratie, waarbij het publiek op zijn favoriete acteur kan stemmen. We hebben ook iets gemaakt rond feminisme, vlak voor het #metoo-potje opengeschroefd werd. Daar heb ik met een bende vrouwen hard aan gewerkt, samen ook met Alexander Devriendt, artistiek leider van Ontroerend Goed, met wie ik intussen getrouwd ben.”

Oké. Er is inderdaad véél gebeurd.

(lacht luid) Zeg dat wel. We zijn getrouwd op Sicilië, we zijn er helemaal voor gegaan. Het was top. Met onze beste vrienden en dichte familie, en dan een vakantie eraan gekoppeld. Héérlijk.”

Is samenwerken altijd even leuk?

“Wij hebben elkaar leren kennen terwijl we aan het werken waren. Voor ons was de werkplek de setting waarin onze liefde ontstaan is. Ik ben verliefd geworden op de manier waarop hij werkt, op hoe we samenwerken, op de vibe die dan tussen ons ontstaat. Ik denk dat het misschien moeilijker is als twee creatievelingen elkaar op een andere manier leren kennen, en pas daarna proberen samen te werken als koppel. Ik kan me voorstellen dat je dan pas kantjes van elkaar ziet waarvan je denkt: nou, het is misschien beter dat dit jouw werk is en dat het mijne. Bij Alexander heb ik dat dus niet. Het is evenwel ook fijn om elkaar soms wat los te laten. Daarom is het goed om niet voor élke voorstelling samen te werken.”

Als jij een rol niet hebt, zit er thuis dan geen haar in de boter?

“Nee, want voor sommige rollen past iemand anders sowieso beter dan ik. Er is onze professionele relatie en onze private liefdesrelatie – en die overlappen elkaar niet zo heftig. Wij kunnen naar de repetitie vertrekken en daar pas zal Alexander iets zeggen als: ‘Ik heb vanmorgen dit en dat beslist.’ En dan denk ik: en wanneer heb je dat gedaan? Tijdens het eten van je granola? (lacht) Of in een vergadering zegt hij tegen mij: ‘Ik wacht al een week op je antwoord, Charlotte, je hebt die mail niet beantwoord.’ Euh ... waarom zeg je dat niet even thuis, in de zetel? (lacht) Maar eigenlijk is het perfect zo. Het is alsof we vergeten dat we samenwerken zodra we thuis zijn. We hebben sinds enkele maanden ook een dochtertje samen. Ik denk dat het moederschap me alleen maar kan verrijken – als vrouw sowieso, maar ook als actrice.”

Die zwangerschap heb je goed verstopt, zeg ik.

“Je zag mijn buikje niet zo fel, behalve dan op het einde. En ach, de media volgen mij ook niet zo hard op de voet, hè. Andere bekende mensen zullen daar meer mee te maken krijgen dan ik. Ik heb ook geen zin om daar veel over te delen. Het is allemaal nog zo pril.”

Je gaat je laatste jaar als twintiger in. Is de kaap van dertig een dingetje voor je?

“Ik heb een beetje het omgekeerde. Ik ben vorige maand 29 geworden en ik vind het zot hoeveel er al gebeurd is. Hoeveel ik al gedaan heb! Dat is best een leuk gevoel. Ik ben 29 en er is nog zóveel tijd! Ik denk dat ik me al wat ouder waan zelfs. Misschien zal ik over een jaar de typische clichématige crisis ‘oh nee, ik ben 30’ hebben, maar voorlopig? Prima, zo.”

Onthoud alvast: vrouwen zijn op hun best in de dertig.

“Dat heb ik al vaker gehoord. Maar klopt dat wel? Want die piek zou dan maar tot je veertigste duren en dat is toch niet serieus? Dat hele ding van ‘she’s in her prime’? Dat wordt zo vaak gezegd, maar dat gaat over een veel te korte tijdspanne, vind ik. Ik zou zogezegd ‘op mijn top’ geweest zijn op mijn 25ste. Maar zelfs als je nog 25 bént, is dat kut om te horen. Want wat dan? Na die 365 dagen is het gedaan, of wat? Ik vind niet dat we dat zo mogen zien. Na je veertigste volgen er hopelijk nog minstens veertig jaren die óók fantastisch kunnen zijn.”

Dat is zo. Maar geniet er toch maar van.

“Dat doe ik zeker, hoor. Al is het ook wel wat tricky: dertig is zo’n leeftijd waar heel veel verwachtingen aan vasthangen. Want in die jaren erna móét je een vast lief vinden, kindjes krijgen, je huisje afbetalen, je financiën op orde hebben. Vriendinnen die nog geen lief hebben, kunnen daar echt over flippen. Iedereen rondom hen is aan het settelen, en de druk neemt alleen maar toe. Als je op je 25ste zoekende bent, is dat oké. Maar rond je dertigste komt toch de vraag: ‘Weet je het nu nóg altijd niet?’ En als je eraan beantwoordt, zoals ik – ik ben by the book getrouwd (vinkt af: tjing!) en mama geworden (vinkt af: tjing!) – ben je per definitie wél goed bezig? Ik vind dat niet eerlijk tegenover anderen. Jongens toch, laat iedereen eens gerust. (lacht)

Dominique Deruddere zei, ook in NINA: ‘België zal te klein zijn voor Charlotte.’

“Ik vond dat toen heel lief van hem. Maar het creëerde wel een soort verwachting: alsof mijn carrière elk jaar exponentieel zou groeien. Op een bepaald moment besefte ik: dat is niet zo. Ik ben sowieso heel content met waar ik nu sta – ik kan leven van ‘actrice zijn’ en doe uitsluitend projecten die ik interessant vind – maar op een bepaald moment leek het wel alsof het bijna ráár zou zijn als ik niet in Hollywood zat tegen mijn dertigste. Ik weet dat ik daar op mijn 27ste heel erg mee geworsteld heb. Ik kreeg een soort realitycheck: Charlotte, het zal zo niet zijn. Dat is ook niet erg, maar als mensen zulke zaken verkondigen – hoe lief bedoeld ook – móést het precies gebeuren. Anders is het plots ‘niet goed genoeg’ meer. Ik heb toen toch even een gevecht moeten leveren met mezelf. Door me aan te stellen.”

Aan te stellen?

“Ja, zo vree hard lopen zagen en klagen, hè. (lachje) Om dan door te hebben: what the fuck ben ik eigenlijk over aan het zeuren? Noem het een soort eerste kleine midlifecrisis. In die periode van Flying Home – waarvoor ik samenwerkte met Jamie Dornan, die in Fifty Shades of Grey speelde – ga je ook plots praten met een agent in Londen. Kom je thuis na een heel fijn en beloftevol gesprek … en dan? Dan belt die agent je nooit meer. Dat agentspelletje heb ik even geprobeerd, maar ik geloof intussen dat ze echt wel genoeg blonde actrices hebben aan die kant van de wereld. So be it.”

Wat niet is kan nog komen.

(stellig) Ik ben zeker nog heel ambitieus. Maar ik wil niet dat het me nog ongelukkig maakt.”

Als dat prille moederschap je iets leert, is het wel iets met prioriteiten.

“Klopt. Tegelijk is er die angst dat kinderen je net minder ambitieus zouden kunnen maken, en daar kan ik dan op voorhand al mee bezig zijn. Dan ben ik ongerust dat ik met niks meer content zal zijn.”

Je bent een piekeraartje.

(knikt) Ik denk dat dat ook niet slecht is. Maar ik mag mezelf daarin niet verliezen. Zelfanalyse is oké. Maar soms moet je ook gewoon dóén. Zoals in de keuze om een baby op de wereld te zetten. Dát is trouwens pas een heuse oefening in loslaten: de eerste maanden met je kind zijn als een stórm die door je leven raast, dag en nacht. (lachje)

Uit wat voor nest kom je zelf?

“Ik heb één jongere zus, Pauline. Onze band is heel innig. Toen we kind waren, hebben we veel ruziegemaakt: het typische ‘grote en kleine zus’-gedoe. Maar nu is het anders. Er is een moment waarop leeftijd relatief wordt en waarop je voelt: zij is niet meer mijn kleine zus, ze is ook mijn vriendin. We zijn samen opgegroeid in een heel warm nest. Mijn ouders zijn nog altijd bij elkaar en zien elkaar graag, wat heel fijn is. Mijn zus was altijd een halve jongen, ik meer het meisje. Ik had één ingebeelde vriend, mijn zus had er meerdere. Ja, we waren soms met vélen in mijn kamertje, hoor. (lacht) Mijn zus is sociaal werkster geworden, ik actrice. Haar job is belangrijker dan de mijne, zeg ik altijd.”

Kreeg je een artistieke opvoeding?

“Niet zo. We gingen niet extreem veel naar het theater of zo. Maar toen ik twaalf was, nam mijn moeder me mee naar de Kopergietery, kind- en jeugdtheater, in Gent. En ik was jaloers op die acteurs. (lachje) Een jaar later ging ik zelf bij de Kopergietery spelen. En dat spelen is nooit meer gestopt. Mijn ouders komen vandaag regelmatig naar mijn voorstellingen, maar ze zijn eerder ‘achter mijn rug’ trots. Ik vind dat wel gezellig. Ik wéét dat ze trots zijn, ze zeggen dat soms ook wel, maar daar is toch ook een soort droogheid over. Op het juiste moment zijn ze er, en zíé ik ze denken: dat is ónze dochter. Maar ze hebben me nooit dat podium op geduwd vroeger. Mijn moeder en vader deden eerder het omgekeerde, zo van: we zien wel. Ik heb nooit aan hun verwachtingen hoeven voldoen, wat wel fijn is. Uiteraard zat er bij hen een zekere ongerustheid in over mijn toekomst. Mijn ouders hebben allebei een heel normale job. Ze waren vast en zeker bezorgd over mijn jobkansen later, maar ook daar hebben ze me nooit mee lastiggevallen. Ze hebben enorm hun best gedaan om mij met rust te laten. Ik ben hen daar heel dankbaar voor.”

Ten slotte: waarin schuilt jouw kleine geluk?

“In een vorm van onzekerheid. Je hebt periodes in je leven dat je genoeg weet wat er aan de hand is, en dat je voor een groot deel de touwtjes in handen hebt, maar dat er ook ergens een deeltje is dat daar zo’n beetje hangt, en waarvan je moet zeggen: ach, we zien wel. Als de balans goed zit tussen die twee? Zalig. Daarom ben ik zo graag actrice. Ik heb totaal geen invloed op wat er gaat gebeuren, op welke rollen er op mijn pad komen, maar tegelijk ben ik zó overtuigd van, en gelukkig met, datgene wat ik doe.”

Bedankt, Charlotte. 

1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.
  • Marc Spandel

    Heb de serie gezien en dit meisje kent dus blijkbaar hare 'stiel' goed.

Lees meer