4
Nathalie Samain

Exclusief voor abonnees

Deze 4 visionaire vrouwen bouwen mee aan een betere wereld: “Mijn ultieme droom is om onze soepen in alle schoolrefters te krijgen”

Sommige mensen zien verder in de toekomst dan anderen. Ze zien wat er moet veranderen en zijn niet bang om zelf de handen uit de mouwen te steken. Deze vier vrouwen dromen, durven én doen.

Naomi Smith (34) maakt soep van groentesurplussen met langdurig werklozen: “Mijn ultieme droom? Onze soepen in alle schoolrefters krijgen”

“Dat ik een sociale onderneming wilde opstarten, wist ik altijd al. Toen ik nog in de UK woonde, leidde ik een cateringbedrijf dat opereerde vanuit een vrouwenopvangtehuis. Zelf heb ik het geluk om een mooi leven te kunnen opbouwen, met veel kansen. Ik voel me geprivilegieerd. Daarom wil ik iets terugdoen. In 2018 gingen we van start met enVie, waarvoor we soep maken van groenteoverschotten. De groenten kopen we via de veiling aan van de boeren, omdat daar de grootste overschotten zitten. Ze zijn van topkwaliteit, maar voldoen niet aan de standaarden qua vorm en grootte, of er zijn er simpelweg te veel. De soepen worden gemaakt in ons atelier in Anderlecht, door langdurig werklozen die we via een opleidingsprogramma opnieuw proberen te integreren in de maatschappij. Ze blijven een jaar bij ons en kunnen doorgroeien naar een andere duurzame job.” 

Voortdurend sleutelen

“We hebben veel geleerd dat eerste jaar. Onze tomatensoep bleek zo’n topartikel dat we in twee dagen de voorraad voor twee maanden verkochten. Het was zoeken naar een evenwicht. De markt vraagt bepaalde smaken, maar dat zijn niet noodzakelijk de overschotten die je op dat moment vindt. En met ons team leren we nog elke dag bij. We zijn dan wel een bedrijf met een missie, maar het is voortdurend sleutelen aan dat evenwicht tussen onze economische en sociale doelstellingen. Waar trek je de lijn? Hoever gaat die sociale dimensie?”

Juiste partners

“We zijn enorm goed van start gegaan. Ons plan staat of valt met de juiste partners en die hebben we gelukkig snel gevonden. Randstad, McCain, Colruyt en de REO Veiling helpen ons dag na dag groeien. We liggen nu al in 133 OKay-winkels en 40 Colruyts. Maar we hebben nog andere plannen. We willen onze soepen ook aan bedrijfskantines aanbieden. En mijn ultieme droom: de soepen in alle schoolrefters krijgen. Kinderen via een lekker product het verhaal van duurzaam ondernemen met een hart kunnen vertellen, dat zou toch mooi zijn.”

Lichtpunt: “Onze cijfers. We konden dat eerste jaar al acht mensen opleiden in plaats van de beoogde vier, we verwerkten 50,4 ton groenten in plaats van de vooropgestelde 40 en we verkochten 134.400 flessen soep in plaats van de gehoopte 75.000. Een succes over de hele lijn.”

Mooie motivatie: “Dat moet de smaak zijn. Natuurlijk is het geweldig dat we groenteoverschotten gebruiken, en dat langdurig werklozen een kans krijgen. Maar je moet enVie kopen omdat het simpelweg de lekkerste soep is. Zonder additieven, bewaarmiddelen of bouillon. Puur natuur.”

Anne Drake (51) schrijft boeken en geeft workshops rond zero waste: “Zero waste is allang dat geitenwollensokkenimago ontgroeid”

4
Nathalie Samain

“De documentaire ‘Plastic Planet’ van Werner Boote uit 2009 was een kantelmoment. Voor de eerste keer zag ik hoe vernietigend al dat plastic is voor onze gezondheid én voor onze planeet. Het werkt hormoonverstorend, veroorzaakt kankers en onvruchtbaarheid. En er is geen ontsnappen aan. Je vindt plastic op de zeebodem en op de toppen van de Alpen. Die documentaire gaf me zin om mijn leven om te gooien, al was het maar om mijn kinderen een gezonde toekomst te bieden. Maar ik wist niet goed hoe. Al googelend ontdekte ik de term ‘zero waste’, en zo kwam ik in contact met mensen die er al jaren mee bezig waren. Ik herinner me dat ik iemand zag die zijn restafval van twee jaar in een potje van één liter kreeg. Extreem, maar ook motiverend: als je wil, is er veel mogelijk.”

Wat je zelf doet...

“Recycleren deed ik al, ‘zerowasteshoppen’ volgde. Liefst in de buurtwinkel waar er geen piepschuim en plastic rond de voeding zit. Ik weiger verpakkingen en heb mijn eigen herbruikbare potjes, zakken en tasjes. Dat vraagt enige organisatie, maar het wordt snel routine. De volgende stap was: mijn eigen producten ontwikkelen. Zowel schoonmaakmiddelen als verzorgingsproducten zijn vrij agressief en vervuilend, en in een mum van tijd zelf gemaakt, voor veel minder geld. Minder vlees eten kwam er zo’n beetje automatisch bij, en uiteindelijk is ons gezin nu vegetarisch.”

Klein beginnen

“Als mensen me leren kennen, zijn ze soms verbaasd. Ze verwachten een geitenwollensokkentype. Maar duurzaam leven is al lang niet meer het domein van hippies. Het belangt iedereen aan. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe noodzakelijk het is om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, onze planeet gaat echt niet eeuwig mee. Wegwerpplastic is een milieuprobleem, maar we hebben ook een klimaatprobleem. De meeste mensen snappen dat wel, maar zuchten: ‘Ik heb geen tijd voor dat zerowastegedoe.’ Ik denk niet dat we nog tijd hebben om het anders te doen. Duurzaam leven zou een prioriteit moeten zijn. Ik wil niet met het vingertje zwaaien, maar ik zou iedereen willen aanmoedigen om te doen wat hij kan. Koop een drinkbus in plaats van flesjes water. Zorg ervoor dat je altijd een herbruikbare tas bij je hebt. Eet minder vlees. Grote veranderingen kunnen klein beginnen.”

Lichtpunt: “Duurzaam wordt langzaam maar zeker het nieuwe normaal. Vroeger sprak ik bijna uitsluitend voor particulieren, nu word ik steeds vaker door bedrijven gevraagd. Omdat ik zulke mooie reacties kreeg op mijn verzorgingsproducten, denk ik eraan om dit jaar een eigen lijn te lanceren.”

Mooie motivatie: “Als ik mensen met iets heel concreets wil overtuigen, dan reken ik hen voor dat ons gezin – ik, mijn man en drie kinderen – met een zerowaste-levensstijl zo’n vijfduizend euro per jaar uitspaart. Gewoon door bewuster te kopen en minder weg te gooien en door schoonmaakmiddelen en verzorgingsproducten zelf te maken.”

Eef Tanghe (35) begeleidt cohousingprojecten: “Met cohousing krijg je meer: een grote tuin, een atelier”

4
Nathalie Samain

Tien jaar geleden waren wij samen met een aantal andere initiatiefnemers een van de eersten om een nieuwbouwcohousingproject op te starten. Ik heb toen veel onderzoek gedaan. Sites in Scandinavië bezocht, met buitenlandse experts en ervaringsdeskundigen gepraat, en aan den lijve ondervonden hoe complex en moeizaam het proces in België kan zijn. Je vecht hier tegen een kluwen van reglementeringen. Vernieuwend bouwen wordt gepromoot, maar de maatschappij blijft ingesteld op een traditioneel huisje met twee auto’s voor de deur. Alles wat daarbuiten valt, zorgt voor problemen. We hebben toen onderschat hoeveel tijd en werk er in zo’n samenleefproject kruipt. En dat merk ik nog steeds. Als mensen bij ons terechtkomen, hebben ze er vaak al een zoektocht van jaren op zitten. Het begint met een droom: een oud klooster vinden en verbouwen, of een mooi woonerf maken van een verlaten fabriek,... Vaak loopt het vast op tijdgebrek en vermoeidheid. Eigenlijk heb je iemand nodig die zich honderd procent inzet om die droom te realiseren. Ik kan die persoon zijn.”

Alles op maat

“We moeten de bestaande ruimte efficiënter gebruiken, onze huizen duurzamer bouwen en onze voetafdruk verkleinen. Met een gemeenschappelijk woonproject kan dat. Wij bedenken elk project op maat van de bewoners. Veel thuiswerkers? Misschien moeten we dan een coworkingplek voorzien. Veel kleine kinderen? Dan is een speelveld een goed idee. Geen enkel project is hetzelfde.”

“De grootste misvatting over cohousing is dat je alles samen moet doen. Welnee. Je hebt je eigen woning en deelt alleen de ruimtes en voorzieningen die je wil delen. Zie het als een huis met extra kamers. Je krijgt er een atelier, een logeerkamer of een wasruimte bovenop. Je medebewoners hoeven ook niet je beste vrienden te zijn, maar wel de best mogelijke buren. Natuurlijk moeten er concrete woonafspraken gemaakt worden, maar ook daar begeleiden wij de bewoners bij. Ik zeg weleens: we leren onze kinderen om speelgoed te delen, en als we dan groot zijn, willen we elk onze eigen grasmaaier. Waarom?”

“Wij construeren dorpjes. Net als vroeger kan je aan de buurvrouw vragen of ze even op je kind kan passen. Of aan de buurman of hij je kan helpen met die lekke band. Wij maken een plaats waar je bij de brievenbus gezellig bijpraat. Dát is cohousing.”

Lichtpunt: “Onlangs las ik in een onderzoek: nog maar twintig procent van de bevolking denkt aan cohousing. Ik dacht: vier jaar geleden was dat amper vijf procent.”

Mooie motivatie: “Met cohousing krijg je niet minder, maar meer. Voorzieningen die voor één persoon duur zijn worden toegankelijker als meerdere gezinnen delen in de kosten. Een bodem-water-warmtepomp of een elektrische auto, maar ook een grote tuin of een zwembad.”

Niki De Schryver (35) toont met COSH! welke kledingmerken en -winkels écht duurzaam zijn: “Duurzame mode is écht niet duur”

4
Nathalie Samain

“Mijn dochter moest lachen toen ik met COSH! begon. ‘Nog een bedrijfje, mama?’ Ik had op dat moment al een organische kinderlijn, Kioko, en een Airbnb. Het is niet evident als alleenstaande moeder om alle bezigheden te combineren. Het waren vooral de experts in het veld die me gestimuleerd hebben om door te gaan. Jasmien Wynants van Flanders DC, Piet Verhoeve van Origanius,... Ik kreeg veel advies, en ontmoette gaandeweg veel mentoren. Gelukkig maar. Zonder de subsidie van Vlaanderen Circulair bijvoorbeeld was de lancering van COSH! veel moeilijker geweest.”

Misverstanden ophelderen

“COSH! wil de consument begeleiden naar duurzame mode. Onderzoek wees namelijk uit dat er nog veel misverstanden bestaan rond mode, ecologie en duurzaamheid. Mensen denken dat mode die duurzaam en ethisch verantwoord is ook heel erg prijzig is. Of dat je dat alleen in het buitenland vindt. Of dat het niet bestaat in hun stijl. Dat is helemaal niet waar. Vandaag vind je ethische en duurzame mode in alle stijlen, voor elk budget. 

Mensen weten ook vaak niet of een merk nu echt goed bezig is of niet. Met COSH! willen we merken screenen, winkels aanduiden die duurzame mode verkopen, maar vooral eerlijke en heldere informatie geven aan de consument, zodat iedereen in België duurzaam kan shoppen: lokaal én in de stijl en prijscategorie die zij willen. Er zijn nu 57 winkels aangesloten en meer dan honderd merken. Zeker niet slecht, maar natuurlijk willen we meer. Meer aangesloten winkels en meer gebruikers. Maar vooral meer tijd om onze technologie te versterken. Merken en hun hele supply chain onderzoeken om te zien of ze ethisch werken, dat vraagt tijd. We willen niet aan greenwashing (wanneer bedrijven zich groener of meer maatschappelijk verantwoord voordoen dan ze eigenlijk zijn, red.) doen. Labels moeten het echt verdienen om in onze database te komen.”

Lichtpunt: “Duurzame mode hinkt in België wat achterop. Het maakt amper één procent van de markt uit. Maar ik zie veel positieve ontwikkelingen. Technische innovaties zoals het gebruik van gerecycleerd polyester van petflessen worden mainstream, en de meest vooruitstrevende merken experimenteren met zeewier. In andere sectoren – elektrische auto’s, groene energie – gaat de omschakeling sneller. Dus ik blijf optimistisch.”

Mooie motivatie: “Als consument heb je zóveel macht. Duurzaam kopen betekent kiezen voor de wereld waarin je wil leven: groener, rechtvaardiger, ethischer. Just do it.”

Lees meer