Getty Images/Nina.be

Exclusief voor abonnees

3 moeders getuigen over spijt van het ouderschap: “Waarom heeft niemand me verwittigd dat het zo zwaar zou zijn?”

Ex-wereldkampioen veldrijden Niels Albert en zijn vriendin Valeska vertellen in Story openhartig dat ze het ouderschap onderschat hadden. “Een kind is zwaar, het blijft waarschijnlijk bij eentje.” Een uitspraak waar veel ouders zich in kunnen herkennen. Maar wat als het nog een stap verder gaat? Wat als je níet vindt dat kinderen krijgen het beste is wat je ooit is overkomen? Wat als je je kroost doodgraag ziet, maar toch spijt hebt? Drie moeders getuigen. 

Ellen* (46) heeft een zoon (10): “Ik heb zelf voor mijn kind gekozen. Het is geen hamster die ik kan wegdoen omdat ik er niet meer voor wil zorgen”

“Toen ik jong was, had ik nog geen kinderwens. Pas wanneer ik mijn man heb leren kennen, is mijn biologische klok beginnen tikken. Op zich heb ik ook een heel vlotte zwangerschap en bevalling gehad. Daar kan ik niet over klagen. Maar op een roze wolk heb ik nooit gezeten. Vooral het zwangerschapsverlof vond ik een moeilijke periode. Voordien ging ik elke dag werken en was ik altijd omringd door mensen. Nu zat ik elke dag thuis. Volledig geïsoleerd. Er zijn vrouwen die spontaan in de moederrol vallen en al hun tijd in hun kroost willen steken, maar ik voelde dat niet. Dat was om gek van te worden. In eerste instantie had ik drie maanden ouderschapsverlof aangevraagd, maar de laatste twee heb ik zonder verpinken geannuleerd.” 

“Op voorhand dacht ik dat het moederschap mijn leven niet zou veranderen. Ik zou dezelfde vrouw blijven, maar dan met een kind. Dat bleek een grote illusie te zijn. Plots ben je gebonden aan een strak schema, want je kleintje moet op een bepaald uur eten en slapen. Je bent constant bezig met de was en de plas, en tot overmaat van ramp ben je compleet uitgeput omdat je ‘s nachts niet fatsoenlijk slaapt. En het ergste van al? Je hebt geen tijd meer voor jezelf. Die aanpassing vond ik enorm moeilijk. Soms zie ik moeders aan de schoolpoort staan met 3 of 4 kinderen. Hoe spelen zij dat in godsnaam klaar?” 

“Natuurlijk voel ik me schuldig tegenover mijn zoontje. Ik zie hem doodgraag en zou er alles voor doen. Dat is net het schizofrene: ik kan nooit genoeg doen voor hem. Zo werk ik fulltime en heb ik per jaar 20 dagen verlof. Dus nu, tijdens de vakantiemaanden, heb ik het gevoel dat ik niet voldoende tijd met hem doorbreng. Het is onmogelijk om er constant te zijn.”

“Door al die zorgen stevende ik 4 jaar geleden op een burn-out af. Een moeder van een kind in de kleuterklas overleed onverwachts, en dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik stelde me allemaal vragen: wat zit ik hier te doen? Het leven kan zo gedaan zijn. En wat heb ik er dan aan gehad? Niets eigenlijk ... Tijdens mijn burn-out kon ik met die gedachten terecht bij een psychotherapeute. Het deed deugd om mijn verhaal te vertellen, maar tegelijk was ik beschaamd. Ik heb zelf voor mijn kind gekozen. Het is geen hamster die ik kan wegdoen omdat ik er niet meer voor wil zorgen. Sindsdien heb ik er nooit meer een woord over gerept. Mijn gevoelens zijn not done. Alleen als ik heel moe ben, kan ik er thuis iets uitflappen. ‘Verdorie toch, waar ben ik ooit aan begonnen?’ Zelfs als mijn partner dat hoort, wordt er verder niet meer over gesproken.”

“Nu is mijn zoontje 10 jaar en langzaam maar zeker gaat het beter. Hij kan zijn plan trekken, waardoor ik hem niet meer constant in het oog moet houden en meer me-time heb. Maar of die twijfels ooit volledig zullen verdwijnen? Ik denk het niet. Tijdens de eerste jaren heb ik zo veel tijd ‘verspild’. Ik ga daar altijd met spijt op terugkijken. Die beginjaren zijn weg en krijg ik nooit meer terug.”

Isabelle* (39) heeft een zoon (9): “Het is heel gemakkelijk om met de vinger te wijzen naar andere moeders, maar je weet nooit hoe het er thuis aan toegaat.”

“Ik heb de vader van mijn zoon lang gekend. We werkten eerst samen, hadden dan een relatie en besloten om een kindje te krijgen. Maar op het einde van mijn zwangerschap heeft hij z’n boeltje gepakt en is hij vertrokken met de noorderzon. Sindsdien heb ik hem nooit meer gehoord. Ik heb daar nooit flauw over gedaan: ik wist dat ik een sterke zelfstandige vrouw was en dat ik een fantastische mama zou zijn. Op zich vielen die eerste maanden ook goed mee. Mijn zoon sliep en at goed. Als ik nu naar babyfoto’s kijk, besef ik maar al te goed hoe zalig die periode was.” 

“Maar aan alle mooie liedjes komt een eind. Toen mijn zoon 3 à 4 jaar werd, kreeg hij ook een eigen willetje. Sindsdien heb ik nooit nog een moment voor mij alleen. Sporten lukt niet meer, spontaan iets gaan drinken met vrienden evenmin. Ik kan me zelfs niet enkele minuten afzonderen met een kop koffie. Hij is er al-tijd. Dat hij ADHD heeft, maakt de situatie niet makkelijker.”

“Op vakantie moet je geen rekening houden met het huishouden. Dan kan ik bijvoorbeeld een uur met hem spelen in het zwembad en vervolgens op mijn gemak een boekje lezen. De rest van het jaar lukt dat niet. Dan kom ik thuis van mijn werk en begint mijn tweede job. Onder meer tijdens het eten moet ik constant commentaar geven. ‘Gedraag je.’ ‘Doe je ellebogen van tafel.’ ‘Gebruik je mes.’ Dat vreet energie. Tegen dat hij in bed ligt, ben ik doodop en heb ik nergens meer zin in.” 

“Sinds een jaar heb ik een partner. Hij is een hele hulp. Als hij ziet dat ik eronder door ga, gaat hij wandelen of fietsen met mijn zoon. Het is ook fijn dat we op dezelfde lijn zitten en dezelfde visie op opvoeding delen. Bij mijn vriendinnen is dat wel anders. In de grote worstelpartij met het moederschap hebben we allemaal kritiek op elkaar. Iedereen denkt het beter te weten. Toegegeven: elders is mijn zoon een zalig kind. Hij vraagt veel aandacht, maar is grappig en beleefd. Andere mama’s sussen dan wel eens: ‘Ach, hij is gewoon een enthousiaste jongen met veel energie’. Zo'n opmerkingen zetten bij mij kwaad bloed. Het is heel gemakkelijk om met de vinger te wijzen naar andere moeders, maar je weet nooit hoe het er thuis aan toegaat. Dan gedraagt hij zich volledig anders. Hij slaat met deuren, noemt me een ‘domme mama’ en zegt dat hij liever een andere familie zou hebben. Dat kwetst.” 

“Voor de duidelijkheid: ik hou zielsveel van mijn zoon. Soms hebben we wél een connectie en kunnen we samen lachen. Die momenten zou ik voor geen geld van de wereld willen missen. Maar alle negatieve aspecten tezamen zijn té veel. Het is té zwaar. Vorige maand heb ik dat terloops gezegd tijdens een communiefeest. Iedereen keek me gechoqueerd aan. Maar ik voel me daar niet schuldig om. Integendeel: ik denk dat veel moeders hetzelfde voelen, alleen durven zij dat niet uit te spreken. Ik daarentegen ben een open boek en wil dat taboe doorbreken. We mogen voor jonge meisjes niet verzwijgen hoe lastig het ouderschap is. Ik snap niet dat niemand me verwittigd heeft dat het zo heavy is. Waarom zijn er geen boeken van ouders die vertellen over alle beslommeringen die komen kijken bij een kind?”

“De situatie zorgt ook voor extra spanningen met mijn ouders. Mijn moeder doet niets liever dan oppassen en hem gaan halen van school. Mijn vader deelt die mening niet. Hij zegt: ‘Je hebt zelf kinderen op de wereld gebracht. Je moet dan maar zelf je plan trekken’. Elk jaar haalt hij met Kerstmis zijn agenda boven. Dan bekijkt hij hoeveel keer mijn zoon bij hem is blijven slapen. ‘Dit jaar is hij 193 keer geweest. Ik zou kindergeld van jou moeten krijgen! Volgend jaar zal je als moeder toch beter moeten presteren’. Als mama heb je al het idee dat je tekortschiet, want volgens onze maatschappij moet alles perfect zijn. Zo’n opmerkingen zadelen me dan ook op met extra schuldgevoelens. Dat is niet alleen erg voor mij, maar ook voor mijn zoon. Hij voelt ook dat er iets mis is.” 

“Af en toe zeg ik al lachend tegen mijn partner dat ik uitkijk naar het moment dat mijn zoon zijn vleugels uitslaat en het huis uit is. Maar dat meen ik niet. Ik ga hem niet gemakkelijk kunnen loslaten. Ik kan zelfs nog niet denken aan het moment dat ik een schoonmoeder wordt! Neen. Een kind is vermoeiend en veeleisend, maar voorlopig heb ik hem toch nog liever thuis.” (lacht)

Nathalie* (40) heeft twee dochters, Jana* (20) en Charlotte* (18): “Ik heb zo veel opgeofferd voor mijn kinderen, maar krijg niets in return”

“Toen ik 20 was, ben ik bevallen van Jana. Best vroeg, maar dat was een bewuste keuze. Toen ik mijn man ontmoette, wist ik meteen: hij wordt de vader van mijn kinderen. Die eerste zwangerschap is heel vlot verlopen. Het was ook even geweldig als ik me had ingebeeld. Vanaf mijn meisje ter wereld kwam, leek het wel alsof er een interne schakelaar werd ingedrukt. De oude ik vervelde en plots draaide alles rond dat kleine wezentje.” 

“Twee jaar later was het een heel ander verhaal. Charlotte is te vroeg geboren met een spoedkeizersnede. Omdat ik volledig verdoofd was, heb ik haar geboorte niet bewust meegemaakt. De eerste dagen was het zelfs niet zeker of ze het zou halen. Als moeder is dat een harde noot om te kraken. Uiteindelijk is het allemaal goedgekomen, maar toch zat ik de eerste maanden boordevol schuldgevoelens. Niet dat ik daar iets van liet merken. Ik bleef voort ploeteren. Mijn man was zelfstandige, dus ik stond er in het huishouden alleen voor. Pas enkele jaren later kreeg ik mijn klopje. Mijn batterij was volledig opgebrand. Toen heb ik me in het ziekenhuis laten opnemen voor een postnatale depressie.” 

“Het is me wel gelukt om uit die put te kruipen. Een tijdlang ging het beter, tot de scheiding met mijn man. Toen zijn de problemen pas echt begonnen. Jana beleefde haar pubertijd, waardoor we voortdurend conflicten hadden. Ze zocht steeds meer het gezelschap op van haar vader, die haar tegen mij opzette. Het resultaat: ze bleef bij me weg. Dat heeft me ongelofelijk verdrietig gemaakt. Ik had - en heb nog steeds - het gevoel dat ik als moeder niet geapprecieerd word. Ik heb zo veel opgeofferd voor mijn kinderen, maar krijg niets in return. Behalve pijn en leed. Moest ik dat 20 jaar geleden geweten hebben, had ik nooit een gezin gestart.” 

“Enkele weken geleden ben ik met een vriendin op een terras een glaasje wijn gaan drinken. We zijn allebei gescheiden en hebben alle twee puberende kinderen. Op een bepaald moment durfden we onze teleurgestelde gevoelens toe te geven aan elkaar. Het was raar om die woorden luidop uit te spreken, maar eindelijk was er iemand die me begreep. Facebook vormt een groot contrast. Veel ouders posten prachtige foto’s met hun kinderen. Op basis van die foto’s zou je bijna denken dat een kind opvoeden rozengeur en maneschijn is. Nonsens, natuurlijk.”

*Om de anonimiteit te bewaren, zijn andere namen gebruikt.

Lees meer