4 Vaste prik op dinsdag en vrijdag, voor het ontbijt: de weegschaal. Djessey leert dat ze niet is afgevallen, maar: <<Was ik thuis gebleven, dan was ik verdikt.>>
Jan De Meuleneir/Photo News Vaste prik op dinsdag en vrijdag, voor het ontbijt: de weegschaal. Djessey leert dat ze niet is afgevallen, maar: <>

Exclusief voor abonnees

DEEL 2. Het leven zoals het is, het Zeepreventorium: "Kilo's kwijt, miserie kwijt: zo werkt het helaas niet"

Het gevecht met de weegschaal en met het zelfbeeld

Als doorsnee pubermeisjes al elke ochtend voor schooltijd een kommetje twijfels uitlepelen, wat dan met hun leeftijdsgenoten die met obesitas kampen? In het Zeepreventorium draait het niet alleen om kilo's kwijtspelen, maar ook om zelfvertrouwen tanken. En bijwinnen is soms moeilijker dan afvallen. "Je kilo's verliezen en weg miserie: zo werkt het helaas niet."

Veel obesitasjongeren vinden het Zeepreventorium beter meevallen dan gevreesd, maar aan één ding hebben ze allemaal een gi-gan-tische hekel: de wekker. Om half acht breekt de dag aan en voor sommigen is breken bijna letterlijk. Zeker op dinsdag en vrijdag, wanneer de meisjes nog voor het ontbijt op de weegschaal gaan. Onder barbaarse tl-buizen staat de oudste groep in de gang op een rij. Juister verwoord: hangt op een rij. Madina (17) is doorgaans van de vrolijke soort, maar ze kan ook vloeken. Ze was zalig aan het dromen - van wie of wat weet ze niet meer - en ze wil weer naar haar warme bed. In plaats daarvan krijgt ze een koude douche. Ze is een paar honderd gram bijgekomen. Geen ramp: Madina is in een half jaar tijd bijna 30 kilo kwijt, maar dat boeit haar nu niet. Ze hoopt dat het haar trui is die dat extra gewicht veroorzaakt, maar ook als ze die uitdoet, duidt de weegschaal hetzelfde aan. In een poging haar te kalmeren zegt de diëtiste dat ze denkt dat het vocht is en dat Madina erop moet letten voldoende te drinken, maar dat doet de lucht niet opklaren. Djessey komt als laatste op de balans staan en haar gewicht is - nadat ze de eerste twee weken in totaal vijf kilogram was afgevallen - nu voor het eerst hetzelfde gebleven. Ze haalt haar schouders op en zegt dat ze als ze thuis was gebleven, ze wellicht kilo's was bijgekomen. De diëtiste is opgelucht dat ze niet in haar trommel met peptalk moet grabbelen.

In groepssessies proberen psychologe Stephanie en een team van sociaal assistenten ervoor te zorgen dat de jongeren zich niet blindstaren op de weegschaal. "Je kilo's verliezen en weg miserie: zo werkt het helaas niet. Obesitas is een chronische ziekte. Het lichaam wil altijd weer naar die periode van overdaad en dus moeten ze daar de rest van hun leven rekening mee houden." Er zijn ook 'educatiefjes' over omgaan met elkaar, relaties, pesten en plagen en emoties plaatsen. Met wekelijkse een-op-eengesprekken met de psycholoog wordt aan dat laatste ruim aandacht besteed.

Zakken zout

Veel obesitaspatiënten eten om zich te troosten na een rotdag, iets waarvoor de Duitsers het prachtige woord Kummerspeck verzonnen. "Het is soms trekken en sleuren, maar ik forceer niets", zegt psychologe Stephanie. "Toch zijn die gesprekken nuttig. Wie mij in 't begin aankijkt met een blik van 'Wat moet ik in 's hemelsnaam aan u vertellen?', is vaak diegene bij wie ik na enkele weken het gesprek uit tijdgebrek moet afronden. Het voordeel van de multidisciplinaire aanpak hier is dat we veel aandacht aan het mentale schenken. Daar is bij gewone doktersbezoeken en bij diëtisten niet altijd tijd voor. Er zijn gelukkig ook wel jongeren die zeggen: 'Ik zit goed in m'n vel en vind gewoon dat mijn te hoge BMI gezondheidsrisico's met zich meebrengt', maar ze zijn in de minderheid. Meestal zijn er wel issues. Kinderen die trauma's meemaken en eten om zich te troosten, maar ook kinderen die bijkomen omdat ze zich door pestgedrag ongelukkig voelen en vluchten in voedsel. In groep werken we daaraan. De meesten zijn al gepest en gedeelde smart is halve smart. Met toneeltjes en groepsgesprekken leren ze hoe om te gaan met pesters.”

4 Op wandel naar de wekelijkse markt in De Haan. Het lijkt wreed, met al die verleidingen — wafelverkopers en hotdogkramen — maar de meisjes stoppen spontaan bij een fruitboer
Jan De Meuleneir/Photo News Op wandel naar de wekelijkse markt in De Haan. Het lijkt wreed, met al die verleidingen — wafelverkopers en hotdogkramen — maar de meisjes stoppen spontaan bij een fruitboer

“Maar het kost tijd. Om één negatieve opmerking te counteren, heb je vijf complimentjes nodig. Wij zijn heel gul met aanmoedigingen, maar veel van onze kinderen kunnen daar niet mee om. Ze zijn het niet gewoon iets positiefs te horen. Je ziet aan hun lichaamstaal dat het deugd doet een compliment te krijgen, maar toch vegen ze dat dan van tafel of ze lachen het weg. We merken wel dat ze, wanneer ze gewicht verliezen, zich beter in hun vel gaan voelen. Al is kilo's kwijtspelen geen garantie op meer zelfvertrouwen. Wie heel dik was en dan fors vermagert, ziet zich in de spiegel wel als een slankere versie, maar in het hoofd blijft soms dat oude beeld hangen. Als eyeopener laten we hen op hun laatste dag een doktersjas aantrekken, verzwaard met zakken zout die overeenkomen met het gewicht dat ze hier verloren. Wanneer ze dan rondstappen en de trappen doen met soms wel 50 of 60 kilo extra aan hun lijf, dan beseffen ze pas wat voor een transformatie ze hebben doorgemaakt én hoe hun leven er vroeger uitzag."

Met dié bommashort op straat?

De theorie zal wel kloppen, maar de praktijk is de leermeester van alle dingen. En dus maken de obesitasgroepen ook geregeld een wandeling op de wekelijkse markt in De Haan, waar op een zomerse voormiddag toeristen opwarmen voor een dagje strand. "Moet ik met zo'n bommashort onder de mensen?" Een verzorgd Limburgs meisje, altijd goed gecoiffeerd, kan haar enthousiasme nogal in toom houden. De vraag om eens eigen kleren te mogen dragen in plaats van de kleurige T-shirts en de shorts - het uniform van het Zeepreventorium - valt in dovemansoren. "Al die mensen gaan kijken naar ons." Valt best mee, zo blijkt. Volgens de opvoeders kon de goegemeente tot enkele jaren geleden de jongeren weleens aangapen of hen zelfs op boertige opmerkingen trakteren, maar dat is gelukkig verleden tijd.

Het lijkt wreed om de meisjes tussen de kramen met warme wafels, snoep en hotdogs te laten stappen en dat is het misschien ook, maar niemand die erover klaagt. Straffer nog, enkelen stoppen aan het fruitkraam en smeken de begeleiding om een sappig stuk watermeloen. Tevergeefs, maar ze krijgen de belofte dat er nog diezelfde dag watermeloenen worden besteld bij de keuken. Terug in het Zeepreventorium voelt de tocht langs de verleidingen aan als een mentale opkikker. In de namiddag tonen de anciens - jongens en meisjes die er al een half jaar zijn - hoe ze hun complexen samen met hun bommashort over de haag smijten. Ze zwemmen in badpak tussen de toeristen in zee en het zijn zij die het meeste lol maken. Ondanks het warme weer hebben de nieuwtjes "geen zin in zwemmen". Dat vertalen de opvoeders naar 'nog een paar dagen wennen en dan vliegen ze mee in 't water'.

Slaagkans: 75%

Achter de duinen doet een meisje een poging om te leren fietsen. Heel behoedzaam laveert de Brusselse langs de gebouwen. Ze is al 16, maar toen de leefgroep eens op uitstap ging, bleek dat zij niet kon fietsen. "Als kleuter wilde ik het leren, maar ik ben hard gevallen en sindsdien was ik bang van een fiets. Mijn mama durfde het me niet meer te leren. Als mijn vriendinnen ergens naartoe fietsten, zei ik altijd dat ik later kwam en nam ik de bus. Of ik bleef thuis. Nu oefen ik al een paar dagen en ik vind het geweldig."

4 De anciens zwemmen complexloos in zee, de nieuwtjes “hebben geen zin”. De opvoeders vertalen dat naar: 'Nog een paar dagen wennen en ze vliegen mee in 't water.'
Jan De Meuleneir/Photo News De anciens zwemmen complexloos in zee, de nieuwtjes “hebben geen zin”. De opvoeders vertalen dat naar: 'Nog een paar dagen wennen en ze vliegen mee in 't water.'

Het is vaste prik in het jaar Zeepreventorium dat de jongeren grenzen verleggen in datgene dat ze vroeger nog meer verfoeiden dan wiskunde, fysica en geschiedenis samen: sporten. Eén keer per jaar is er een loopwedstrijd en dan probeert iedereen vijf kilometer te joggen. Voor wie er vroeger tegenop zag om 100 meter te stappen zonder een bankje, staat die vijf kilometer gelijk aan een marathon. Het zijn succeservaringen die belangrijk zijn om de ziekte obesitas te bekampen, vinden ze op het Zeepreventorium. "Ik ben bezorgd wanneer stemmen opgaan om al vanaf 16 jaar maagverkleiningen te doen", zegt patiëntendirecteur Nick. "Het systeem is gericht op zoveel mogelijk prestaties - operaties, dus - te doen. Dat is fout. Hoe vroeger, hoe beter voor een gastric bypass: zo lijkt het soms. Hoe moeten kinderen zich dan nog motiveren om hier een heel jaar lang een gezonde levensstijl aan te leren en daarna de rest van hun leven hun best te doen om dat vol te houden? Die succesverhalen - een paar dagen in het ziekenhuis en kijk eens hoe mooi slank na een paar maanden - worden veel gedeeld op sociale media, maar wij zien hier veel ouders die zeggen: 'Zorg alstublieft dat mijn kind zo'n operatie nooit nodig heeft.' De gevolgen van een maagverkleining kunnen immens zijn: hormonale schommelingen, veel dingen niet meer kunnen eten, reflux, en dan zwijg ik nog over de psychologische weerslag. Natuurlijk zijn dat levensreddende operaties voor een bepaalde groep mensen, maar dan alleen als ze er alles aan gedaan hebben om zo'n ingreep te vermijden."

Is een verblijf in het Zeepreventorium dan altijd heilzaam? Helaas ook niet. Uit onderzoek blijkt dat de helft van de patiënten na een jaar De Haan goed blijft: 25% komt een béétje bij en 25% blijft op gewicht of valt zelfs nog een beetje af. Een kwart van de jongens en meisjes komt wel weer aanzienlijk wat kilo's bij, maar blijft toch onder het startgewicht. Een laatste kwart komt meer bij dan ooit. "75% slaagkans is eigenlijk toch heel goed", zegt psychologe Stephanie. "Jongeren investeren veel in zo'n jaar en ze bereiken ook heel wat, maar de context van hun problemen en hun omgeving zitten soms tegen. We planten soms een gezond zaadje in braakliggend terrein en dan is het maar hopen dat het goed gaat."

HET VERHAAL VAN MADINA

"Ik begon te eten uit verdriet, na mama's dood"

4
Jan De Meuleneir/Photo News

In een half jaar kan veel. Het was met een bang hartje dat Madina (17) in januari naar De Haan kwam, maar vandaag is ze opengebloeid. Ze is nu 30 kilo lichter dan toen, maar véél belangrijker: de zware last - na de plotse dood van haar mama - valt stilaan van haar schouders.

"Ik nam te grote porties en had weinig beweging, maar de specialisten zeggen dat mijn eetgewoontes niet zó dramatisch waren. Alleen had ik een groot probleem omdat ik altijd at als ik emotioneel was. En ik ben vaak emotioneel omdat ik nog worstel met de dood van mijn mama. Zeven jaar geleden kwam ze om in een verkeersongeval. Mijn ouders waren al gescheiden en ik was bij m'n papa toen hij opeens overstuur dat nieuws kwam vertellen. Ik was 10, maar plots was ik geen kind meer. Ik durfde nooit te huilen thuis. Ik rouwde stilletjes. Eigenlijk niet, zo weet ik nu. Bij psychologe Stephanie begon ik eens heel hard te wenen en sindsdien voelt het anders. Er zijn meer zonnige dan donkere dagen nu. Ik was altijd een molliger type. Ik heb Kazachse roots en het zit in de familie. Als ik triest was als kind, vroeg ik snoepjes. Ik heb nog een broer van 11, eentje van 5 en een zusje van 3: als zij zeuren om snoep, geef ik hen fruit (lacht)."

"Vanaf m'n twaalfde hoorde ik commentaar: 'Madina, je wordt precies dik', 'Madina, doe er eens iets aan'. Ik wist dat zelf ook wel, maar gaf de schuld aan m'n lichaam. Ik verzon iets over een slecht werkende nier. In het middelbaar moet je veel studeren en krijg je stress. En dan ging ik eten. Elke avond als ik boven m'n boeken hing, at ik snoepjes, gebak of chips. Dan word je dik voor je het beseft. Als mijn papa en mijn stiefmama - met wie ik goed opschiet - na de winter m'n zomerkleding weer uit een doos haalden, was die altijd te klein. 'Je bent weer gegroeid, Madina.' 'Niet zeveren', dacht ik, 'ik ben te dik'. Soms ging ik op dieet en at ik alleen nog salade en dronk ik water. Maar dan was ik na een paar weken uitgeput. Of ik at alleen zoetigheden, maar geen warme maaltijden. Ook niet gezond. Ik kreeg fysieke ongemakken. Als ik een dag naar school was geweest, leek het alsof mijn rug gebroken was. Terwijl ik gewoon op een stoel had gezeten. Mijn knieën deden pijn en ik hoorde mezelf ademhalen. Jurkjes pasten mij niet en op school mogen we geen legging dragen, dus moest ik altijd naar Primark voor een nieuwe stretch-jeans. Daar deed ik dan grote T-shirts over, maat XXL of XXXL. Soms nog wel mooi hoor, maar meer iets voor oudere vrouwen."

Vlees met confituur

"Op school deed ik altijd stoer - blijkbaar heb ik een vieze blik als ik boos kijk (lacht) - maar er waren wel opmerkingen die me kwetsten. Van vriendinnen zelfs, zonder dat ze het zo bedoelden. Als we gingen shoppen, zeiden ze soms: 'Naar de Bershka gaan we niet: in die winkel zijn veel kleine maten en da's niks voor Madina.' Ik dacht: 'Wow, dankjewel. Hou je mening maar. Ik kan toch gewoon even meegaan?', maar zei niks. Hier heb ik geleerd van me af te bijten."

"Zelfs hier roddelen ze soms, terwijl we toch allemaal overgewicht hebben? 'Amai, die nieuwe meisjes zijn dikker dan wij waren toen we hier toekwamen', hoor ik. Of als ik een opmerking geef dat m'n badpak al te los zit, doen ze alsof ik iets verzin. Wie zo doet, zit zelf niet goed in z'n vel, weet ik nu. Maar als ik vroeger gekwetst was, at ik. De zotste dingen soms. Met mayonaise en ketchup kon ik altijd iets lekkers maken van wat ik in de koelkast vond. Knettergek, maar ik heb een periode gehad dat ik op mijn vlees ook nog eens een laag confituur smeerde. Geweldig lekker, maar zó fout. Nu maak ik ook smaakvolle gerechten, maar alleen door er veel kruiden bij te doen."

28 kilo lichter

"Toen ik hier kwam - omdat ik een jongen kende die hier veel was afgevallen - was ik in shock. Ik woog 131 kilo en dat kon ik niet geloven. Ik had mezelf al zo lang niet meer gewogen. 'Zot, Madina, hoe vér heb je het laten komen!' Iets anders kon ik niet denken. Ik woog meer dan m'n pa en die was al niet mager: dat wil je niet als pubermeisje. Hij zei: 'Ach Madina, dik of dun: ik zal je altijd even graag zien.' Ik antwoordde dat hij zoiets nooit meer mocht zeggen, want zo wilde ik niet blijven. M'n pa en ik botsen weleens, maar we kunnen niet zonder elkaar. Elke avond moet ik 'm bellen."

"Ik ben nu al 28 kilo kwijt en de dag dat ik onder de drie cijfers ga, komt dichterbij. Eén keer heb ik gecheat. We waren op uitstap en oudere meisjes glipten de Kruidvat binnen voor chocoladewafels. Ze gaven mij er ook één. Eerst wilde ik niet, maar ik nam toch een stukje. Natuurlijk was ik nadien kwaad op mezelf. Nu ben ik nog weleens emotioneel - door de verjaardag van mijn mama die dichterbij komt, bijvoorbeeld - maar dan ga ik wandelen of lopen. Of ik zet wat muziek op of kijk op m'n Instagram. En als ik zin heb om iets te eten, neem ik fruit. Voor de zomer heb ik vijf kilometer gelopen. Had ik thuis niet verteld, en op een dag zei ik tegen m'n oudste broertje: zullen we eens gaan lopen? 'Echt, Madina? Jij? Jij haat lopen toch?' Hij was in shock (lacht)."

DEEL 3: Hun slijmen zijn taai, maar muco's zijn nog taaier

1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.
  • Sandra Peeters

    Je leest altijd dat het komt door de dames in de boekjes, maar denk eerlijk dat je het dichter bij huis moet zoeken. Mijn moeder kleineerde mij van kindsaf, op een gegeven moment was het zo erg dat terwijl half het school dacht dat ik anorexia had mijn moeder opmerkte dat ik dik was. Mijn bmi was toen 15. En toen ik later dikker werd en daarna afviel deed ze alsof het er niet aan te zien was dat ik was afgevallen, -40kg op 5 maanden. Ze wil me slechts 'helpen' is hooguit haar reactie.

Lees meer