Annick Ruyts
Steven Richardson Annick Ruyts

Exclusief voor abonnees

Reportagemaakster Annick Ruyts kan al 4,5 jaar amper slapen: “Dat verlies van controle is het ergste”

“Wat je altijd als vanzelfsprekend hebt beschouwd, lukt plots niet meer.” Reportagemaker en presentatrice Annick Ruyts worstelt intussen al 4,5 jaar met slapeloosheid. Een korte getuigenis hierover in het radioprogramma ‘Hautekiet’ veroorzaakte een lawine aan reacties en werd uiteindelijk het begin van het boek en de tv-reeks ‘Slapeloos’. “Op een bepaald moment werd het lawaai in mijn hoofd ’s nachts heel erg: schetterende stemmetjes, knallen, sirenes. Dat zijn momenten waarop je denkt: nu ben ik heel ver weg.”

“Het begon met piekeren”, vertelt Ruyts. “In 2015 kocht ik een nieuw appartement waar een zware bouwovertreding aan bleek te plakken. Plots zat ik in een heel ingewikkeld verhaal met advocaten en bedrog, en de ene complicatie na de andere. Ik zag het ergste gebeuren: met mijn kinderen op straat staan, mijn spaargeld verdwenen, mijn leven een chaos. De onzekerheid hield me wakker. Hartkloppingen, paniekaanvallen… Ik lag te piekeren zoals je dat alleen in het donker kan. Alsof je gevangen zit in een draaikolk van negatieve gedachten.”

“In die periode sliep ik gemiddeld zo’n drie uur per nacht. Ik werd kribbig, vergat namen, was verstrooid. Ik sleepte me verder. Alles was een opgave: werken, autorijden... Als je zo weinig slaapt, moet je grote inspanningen leveren om geconcentreerd te blijven. Maar hoe verschrikkelijk het ook was, zolang de situatie met het appartement duurde, kon ik het plaatsen. Advocaten, geld: ik wist waaróm ik wakker lag.”

Lichte paniek

Na drie maanden is alles geregeld, maar de slaap komt nog steeds niet. “De stressfactor was dan wel verdwenen, de insomnia bleef. Er installeerde zich een lichte paniek: waarom lig ik nog steeds met de ogen wijd open in bed? Van maandenlang slecht slapen word je wat fragieler, je ziet de zaken negatiever.”

“‘Ik moet slapen’, werd een mantra. Ik. Moet. Slapen. Anders verlies ik mijn job. Anders staat mijn leven op z’n kop. Klinkt dramatisch, maar als je moe bent, zie je overal problemen, ook waar er geen zijn. Ik bleef hopen op een natuurlijk herstel en dacht: kom, niks aan de hand, je moet gewoon even afkicken van die slapeloosheid en er weer inkomen. Je vindt wel opnieuw rust. Toen er na de zomer en een lange vakantie niets veranderde, begon ik te beseffen: misschien heb ik wel een slaapprobleem. Intussen behoor ik al zo’n vierenhalf jaar tot die grote groep van mensen die in hun bed naar het plafond staren of liggen te woelen. De slapelozen.”

“Het gevoel niet te kunnen slapen was mij volledig vreemd. Ik ben altijd een marmot geweest: hoofd op het kussen en vertrokken. Dan kon je vuurwerk afsteken in mijn kamer, een verhuiswagen erdoorheen laten rijden… ik bleef rustig liggen. Ik ben ook een ochtendmens. In mijn studententijd was ik die brave die in slaap viel op feestjes en om vijf uur fris achter de boeken zat. Zelfs nu het niet lukt, heb ik rond het begrip ‘slaap’ alleen maar positieve associaties. Slaap is geen monster voor mij, het is nog steeds die lieve marmot, warm en gezellig, knus onder de dekens.”

Onverwoestbaar

“Ooit heb ik psychiater Dirk De Wachter geïnterviewd voor het programma ‘Té gek’ (over de psychische problemen van vandaag, red.). Ik vertelde hem dat ik wel hield van deadlines en hard werken, van alles geven, van living on the edge. Zijn antwoord was: ‘Dat is erg fijn voor je, en dat gaat goed zolang er niets gebeurt in je leven. Je gezondheid, je kinderen, je familie… Geniet ervan. Want er moet maar een fractie veranderen en het kaartenhuisje stort in elkaar. Je bent niet onverwoestbaar.’ Aan die woorden heb ik nog vaak teruggedacht.”

“Ik wist natuurlijk wel dat iedereen kwetsbaar is, maar had het nog nooit zo aan den lijve ondervonden. Ik werd labieler, mijn geheugen liet me in de steek, ik moest moeite doen om geen steekjes te laten vallen. Op een bepaald moment werd het lawaai in mijn hoofd ’s nachts heel erg: schetterende stemmetjes, knallen, sirenes. Dat zijn momenten waarop je denkt: nu ben ik heel ver weg.”

“Tijdens die eerste drie maanden van slapeloosheid dacht ik: ‘Als dit nog lang duurt, moet ik naar de psychiatrie’. Het is een harde les om te leren dat je niet alles in de hand hebt, dat de zaken niet altijd gaan zoals jij wil. Insomnia destabiliseert je en je moet het gewoon ondergaan. Je kan alleen maar proberen om er het beste van te maken. Dat verlies van controle is het ergste.”

“Onlangs ben ik gaan denken dat er misschien zoiets bestaat als een slapeloze persoonlijkheid. Ik weet niet of ik te perfectionistisch ben, maar ik wil de zaken graag beheersen en oplossen. De problemen in mijn leven die ik niet kan wegwerken — de diabetes van mijn zoon, mijn slapeloosheid — zijn beperkt gebleven, maar erg confronterend. Hoe meer ik ze wil beredderen, hoe minder het lukt. Mijn grootste werk is nu: leren loslaten. Delegeren, niet alles mee naar huis nemen, de slaap laten gebeuren.Loslaten, dat is het moeilijkste.”

Stress als trigger

“De situatie met het appartement was achteraf gezien waarschijnlijk niet de oorzaak van mijn slapeloosheid. Het was alleen de trigger”, beseft Ruyts. “Insomnia komt niet van de ene dag op de andere, het sluipt binnen. Ik heb jarenlang buitenlandreportages gemaakt, ben van de ene jetlag in de andere getuimeld. Door de diabetes van mijn zoon sliep ik misschien al minder diep en waakte ik wat meer. Ik zit in de menopauze. Alle zaadjes voor slapeloosheid zaten vermoedelijk al in me, en zijn door de stress rond het appartement actief geworden.”

Ruyts’ leven en persoonlijkheid zijn erdoor veranderd. “Vroeger was ik een echte stuiterbal. Nu leef ik met een mindere versie van mezelf. Een uitvoering met haken en ogen die oplossingen moet zoeken om te kunnen blijven functioneren. Iedereen komt met goedbedoelde adviezen, en ik denk dat ik het hele rijtje heb afgewerkt. Maar wat voor de ene persoon werkt, doet niks voor de andere. Heel vaak en heel makkelijk werd me medicatie aangeboden, maar de weinige keren dat ik een pil nam, voelde ik me een zombie. Dat wil ik dus niet. Ik probeerde yoga, meditatie en mindfulness. Ben naar een slaaplabo geweest en heb met slaapexperts gepraat. Installeerde wat apps — Calm, Headspace —, probeerde powernaps en sliep ooit een nacht, bij wijze van test, met een somnox slaaprobot. Ik luisterde naar walvisgeluiden en sleutelde aan mijn slaaphygiëne.”

“Elke avond om elf uur ga ik slapen, maar wát ik ook doe, om drie uur ben ik wakker. Soms val ik om vijf uur weer in slaap, soms ook niet. Om zeven uur gaat de wekker. Als ik geen afspraken heb, kan ik tot acht uur blijven liggen en dat maakt een wereld van verschil. Meestal stel ik het dus met vier uur slaap. Soms ook met vijf of zelfs zes uur.”

Zuinig op zichzelf

“Mijn sociaal leven heb ik afgebouwd. Ik kan niet langer én werken, én vrienden zien, én aan cultuur doen. Vroeger kon dat wel. Ooit liep ik over van energie, nu ben ik zuiniger op mezelf. Eén activiteit in het weekend is genoeg. Ik kan er het mooie van inzien: grenzen stellen, niet te veel van jezelf weggeven, genieten van wat wél kan. Maar ik mis het onbezorgd en eindeloos kunnen afspreken met vriendinnen. Het is niet fijn te moeten afbellen met de mededeling dat je nog net een bad kan nemen en daarna comateus in bed zal vallen. Ik mis de positieve instelling waarmee ik elke dag begon, dat fijne gevoel van: we vliegen erin. Het glas is nog steeds halfvol, maar als ik moe ben, lijkt het vaker halfleeg, en dat is niet wie ik wil zijn. Toen ik het klad van mijn boek naar mijn beste vriendinnen stuurde, schrokken ze: ’Wat een gevecht, wat een worsteling’. Ze hadden zich nooit gerealiseerd dat het zo erg was. Maar ik ben altijd blijven vechten, kwam de werkdag door op adrenaline. Je zet je beste gezicht op en gaat ertegenaan.”

Berusten

“Mindfulness heeft me niet geholpen om te slapen, maar wel om mijn piekermolen af te zetten, om de deur dicht te trekken. Ik vind het minder erg dat ik wakker lig, kan het beter aanvaarden en erin berusten. Als ik een nacht niet slaap, denk ik: morgen lukt het vast en zeker wel. En ik leid een gezonder leven met minder alcohol en meer beweging. Ik denk dat iedereen een eigen oplossing moet zoeken om met zijn slapeloosheid om te gaan.”

“Slaapexperte Inge Declercq vertelde me dat het nu twee kanten kan uitgaan. Door een jaar zo intensief bezig te zijn met de problematiek zou de insomnia kunnen verergeren, omdat ik er intussen te veel over weet en er te zeer op ben gefixeerd. Of al mijn opgedane kennis laat me toe om het net meer los te laten. Ik heb de indruk dat het tweede aan het gebeuren is.”

‘Slapeloos, wanneer de nacht eindeloos lijkt’. Annick Ruyts. Horizon. 21,99 euro. 9 oktober in de winkel.
In ‘De slapelozen’, praat Annick met experts en lotgenoten. Vanaf woensdag 9 oktober om 21.20 uur op Canvas.

We liggen vaak wakker ’s nachts, en de uiteenlopende redenen en oplossingen daarvoor houden ons bezig. Daarom verzamelen we de beste stukken over slapen en slaapproblemen in dit dossier.

Lees ook binnen HLN+ :

Moeten we echt acht uur slapen per nacht? “Middagdutje is hét recept voor een lang en gezond leven”

Professor slaapstoornissen: “Je kan seks hebben terwijl je slaapt en je achteraf niets meer herinneren”

Slaapproblemen zijn niet zelden te wijten aan apneu: “Dat is een sluipmoordenaar. Apneu put je volledig uit”

Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.

Lees meer