Foto door Kinga Cichewicz via Unsplash

Uren minder slapen, maar je toch geweldig voelen: dit moet je weten over ‘polyfasisch slapen’

Leonardo da Vinci zou op zijn meest geniale ideeën gekomen zijn door een polyfasisch slaapschema aan te houden. Nu breekt het slapen in verschillende korte(re) blokken in plaats van in één ruk ook bij ons door. Maar wat is het precies, werkt het echt en is het ook iets voor jou?

Slaap is er altijd al geweest. ’s Nachts de ogen sluiten om de batterijen weer op te laden is een eeuwenoud gegeven dat ons verbindt met onze voorouders. Maar vandaag de dag is onze relatie met slaap in crisis. Wereldwijd kampen we met slaapproblemen en lijkt het steeds moeilijker om voldoende te slapen. Het voelt alsof we niet genoeg uren in een dag hebben, omdat behalve werk en privéleven ook onze smartphone, laptop en televisie voortdurend onze aandacht opeisen. We willen niets missen, dus zoeken we iets om tijd mee te winnen. Op slaap besparen is dan een makkelijke oplossing, maar te weinig slaap heeft ernstige gevolgen. Er zijn verbanden ontdekt tussen te weinig slaap en obesitas, hartaandoeningen en Alzheimer, en je kan zelfs letterlijk iemands leven in gevaar brengen door met te weinig slaap in de auto te kruipen of in een ziekenhuis te werken.

Daartegenover staat een groeiende groep mensen die net bewust minder tijd in bed probeert door te brengen: polyfasische slapers.

Wat is het net?

De meeste mensen zijn monofasische slapers, wat wil zeggen dat ze al hun rust halen uit één lang stuk slapen in de nacht. Polyfasische slapers daarentegen slapen in korte blokken, zowel ’s nachts als overdag. Er zijn verschillende polyfasische slaapschema’s, maar één van de meest populaire is ’s nachts tussen de 90 minuten en 6 uur slapen en overdag verschillende dutjes van 20 minuten doen. Sommige mensen doen ook alleen maar dutjes van 20 minuten doorheen de dag en slapen ’s nachts niet. Zij halen dan ongeveer twee tot drie uur slaap per dag.

Volgens voorstanders breng je hierdoor meer tijd door in de zeer diepe slaapfase en de REM-slaap (Rapid Eye Movement), omdat je hier sneller in terecht komt als je lichaam moe is. In deze fases dromen we, ontspannen de spieren zich en verwerken de hersenen informatie. De andere slaapfases zijn volgens polyfasische slapers nutteloos. Je zou je fantastisch en altijd alert voelen, onophoudelijk uitgerust en productief zijn en bovendien win je een paar uur per dag/nacht die je kan besteden aan wat je ook maar wil.

Om zelf uit te proberen?

“Absoluut niet”, legt Dr. Alon Avidan, directeur van het slaapcentrum aan de universiteit van Californië in Los Angeles, aan Time uit. “Er is heel weinig onderzoek dat de zogenaamde voordelen van een polyfasisch slaapschema ondersteunt, en er is er zelfs geen in de medische literatuur. Dat minder dan 7 uur per nacht slapen slecht voor de gezondheid is, is daarentegen wél bewezen,” aldus Avidan. “Slaapfases overslaan is niet natuurlijk, en collega’s en ik gaan er toch nog altijd vanuit dat elke slaapfase nuttig is.”

Toch is het ook belangrijk om te beseffen dat slaap iets heel persoonlijks is, en dat sommige mensen hier misschien wel baat bij kunnen hebben. Zeker bij mensen die veel slaapproblemen hebben en hoe dan ook maar 5 à 6 uur per nacht halen. Op het internet wemelt het in ieder geval van de mensen die niet meer anders willen en bij grote techbedrijven zoals Google en Apple zou het slaapschema ondertussen helemaal ingeburgerd zijn. Ze hebben zelfs slaapzalen gebouwd, zodat hun werknemers overdag even kort kunnen gaan dutten. 

13 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.
  • Wivina Renier

    op naar de volgende zoveelste zever

  • Eduard wynants

    prachtig onze ambtenaren hebben nu het perfecte alibi om op het werk te slapen

Lees meer