3 Professor Mark Post met zijn (intussen sappige) slachtvrije hamburger.
RV Professor Mark Post met zijn (intussen sappige) slachtvrije hamburger.

Exclusief voor abonnees

4 op de 10 Belgen zijn bereid meer te betalen voor slachtvrij vlees uit laboratorium. Waar blijft die kweekburger dan?

Zeker vier op de tien Belgen zijn voorstander van kweekvlees - vlees dat in een laboratorium gekweekt is uit een stukje spierweefsel van een levende koe - en zouden zo’n revolutionaire burger op de grill gooien. Zo blijkt uit een enquête van dierenrechterorganisatie Gaia. Alleen is het al jaren wachten op de commerciële komst van de kweekburger, die in 2013 met veel poeha werd voorgesteld. Maar waarom duurt het toch zo lang?

Vijf augustus 2013: na vier jaar van proberen, experimenteren en herbeginnen stelt de Nederlandse professor Mark Post, een specialist in cardiovasculaire fysiologie, in Londen zijn kweekvlees voor. De verzamelde wereldpers smult – figuurlijk  althans – gretig mee en doopt dat sudderende ding in de pan meteen ‘Franken-burger’. Het stuk vlees werd immers niet uit een geslachte koe versneden, maar helemaal in een laboratorium opgekweekt met stamcellen uit een piepklein stukje spierweefsel van een Belgische koe als vertrekpunt. Daarna werden uiteindelijk twintigduizend geoogste spiervezeltjes aaneengeplakt tot een hamburger van 120 gram.

 De revolutionaire kweekburger van de Nederlandse professor Mark Post verhitte in 2013 wekenlang het wereldnieuws, om vervolgens geruisloos weer af te koelen. «Het zal nog drie à vier jaar duren voor onze burgers in de supermarkt liggen, maar in tussentijd zijn al tal van technische problemen opgelost», klinkt het bij zijn bedrijf Mosa Meat.

Hoewel die augustusdag slechts twee uitverkorenen de kweekburger daadwerkelijk mogen proeven — met ‘een tikje te flauw’ én ‘wat te weinig vetsmaak, maar toch met de textuur van echt vlees’ als opvallendste opmerkingen — reageren de media dolenthousiast. Eindelijk écht vlees zonder dat een koe hoeft te worden geslacht nadat ze een heel voetbalveld heeft leeggegraasd en dagelijks gemiddeld 450 gram vervuilende methaanwinden richting ozonlaag heeft gestuurd. Kortom: De Grote Goednieuwsshow.

Zes jaar voorbij

Het leek maar een kwestie van tijd voor die kweekburger ook in de supermarktrekken zou liggen. Dat aan die ene burger een prijskaartje van zomaar even 250.000 euro hing, werd afgedaan als een detail. De centen bleken immers op tafel gelegd door Sergey Brin, mede-oprichter van de in geld grossierende internetgigant Google. Maar zie: hoewel Mark Post intussen het gespecialiseerde bedrijf Mosa Meat oprichtte, speuren we in de winkelrekken bijna zes jaar later nog altijd vergeefs naar zo’n kweekburger. Wij klopten dan maar zelf bij Mosa Meat aan met de vraag: waar blijft ons sappige stukje kweekvlees?

“Het gaat allemaal wat trager dan verwacht”, geeft men daar toe. Dat tot op vandaag nog maar twintig mensen van de kweekburger konden proeven, zegt genoeg. “Al zijn er intussen wel belangrijke wetenschappelijke vorderingen gemaakt”, vult Sarah Lucas, head of operations bij Mosa Meat, aan.

Rodebietensap

“Vergeet niet dat die allereerste kweekburger nog enkele onvolmaaktheden vertoonde. Zo kleurde die eerder geel dan het ‘normale’ rood, wat destijds werd opgelost door rodebietensap toe te voegen. Net zoals het vetweefsel volledig ontbrak, omdat het nu eenmaal ging om aan elkaar geplakte spiervezels. Maar beide euvels zijn intussen opgelost. Meer heemijzerwitten in de burger zorgen nu voor de vertrouwde rode kleur, net zoals we intussen ook vetweefsel kunnen kweken.” Ook bij het aanvankelijke serum waarin de spiercellen werden opgekweekt, stelde zich een probleem: “Daarin zaten toen nog stoffen op basis van bloed uit koe-foetussen, wat niet kan als je een 100 procent diervrije burger op de markt wil brengen. Maar intussen hebben we gelukkig een serum kunnen ontwikkelen dat enkel nog plantaardige groeistoffen bevat.”

Met één reactor zullen we 350.000 à 400.000 kilo vlees per jaar
kunnen aanmaken, of voldoende om zo’n tienduizend mensen van
hun jaarlijkse vleesbehoefte te voorzien

Professor Mark Post

Maar zelfs dan moesten nog enkele andere horden genomen worden. “Toen Mark Post in 2013 zijn burger voorstelde, was hij nog een gewone universiteitsprofessor met een klein labo. Om de stap te kunnen zetten naar een volwaardig internationaal bedrijf, is nu eenmaal tijd nodig. Intussen werken er zo’n twintig mensen met wetenschappelijke achtergrond bij Mosa Meat en werden ook enkele miljoenen euro extra investeringsgeld binnengehaald. Zo kunnen we eindelijk werk beginnen te maken van opschaling.”

Of zoals professor Post het zelf omschrijft: “We moeten de productie opdrijven van een tankje van 1,5 liter naar een bioreactor van liefst 25.000 liter. Met één reactor kunnen we dan 350.000 à 400.000 kilo vlees per jaar aanmaken, of voldoende om zo’n tienduizend mensen van hun jaarlijkse vleesbehoefte te voorzien.”

Vergunningen

Maar dat zal nog niet meteen voor morgen zijn, zegt Sarah Lucas: “De vergunningen voor de commercialisering zijn nog niet aangevraagd bij de voedselautoriteiten, een procedure die in Europa toch makkelijk twee jaar in beslag neemt. We willen er eerst zeker van zijn dat het industriële productieproces perfect draait voor we de markt op gaan.”

“Sowieso hopen we tegen 2021 met onze kweekburgers in de eerste restaurants te belanden. Met een verhoopte productie van zo’n 100 kilo per maand willen we alvast vijf restaurants kunnen bevoorraden. Al zal dat nog altijd ‘premium priced’ zijn, als luxevlees, voor zo’n 50 euro per burger. Om dan enkele jaren later, ten laatste 2025, ook in de supermarkten te liggen.” Mark Post denkt dan aan een verkoopprijs van zo’n 10 euro per burger. Nog steeds prijzig, maar tegen dan is gewoon vlees dat misschien ook.

Intussen onthulde professor Post al zijn volgende project: de kweeksteak. “Al is daar wel een andere technologie voor nodig”, verklaarde hij eerder in De Tijd. “Kleine stukjes weefsel maken is vrij eenvoudig, een hele biefstuk is veel complexer. Je moet de spiervezels in een grote 3D-structuur maken, met een 3D-printer die ook biomaterialen kan printen. Daar gebeurt nu veel onderzoek naar. Je moet er ook in slagen om vet- en spierweefsel tegelijk naast elkaar te laten groeien. Daarnaast heb je ook een kanalensysteem en een perfusiesysteem nodig om in het dikke weefsel zuurstof en voedingsstoffen te verdelen én afval weer af te voeren. Nu, ik heb als professor 25 jaar besteed aan het maken van bloedvaten, dus daar deins ik niet voor terug. (lacht) Maar eerst nog even wachten op die hamburger.”

(lees verder onder de foto)

3 De eerste kweekvleesburger wordt gebakken, maandag 5 augustus 2013.
David Parry / PA De eerste kweekvleesburger wordt gebakken, maandag 5 augustus 2013.

Eén op vier wil er zelfs meer voor betalen

Bij dierenrechtenorganisatie Gaia kijkt men reikhalzend uit naar de komst van (betaalbaar) kweekvlees. Ze zien zich als pleitbezorgers van dit ‘slachtvrije vlees’ en hielden een enquête bij duizend Belgen. Dit zijn de opvallendste resultaten.

Hoe eten de proefpersonen?

66,4 procent, een grote meerderheid dus, omschrijft zich als vleeseter. 31,1 procent is flexitariër (vlees en af en toe vegetarisch)1,3 procent vegetariër (geen vlees, geen vis) en 1 procent pescotariër (geen vlees, maar wel vis). De veganisten (geen producten van dierlijke oorsprong) zijn met  0,2 procent sterk in de minderheid.

Hoe staan jullie tegenover kweekvlees?

42 procent geeft aan zeer positief tot positief tegenover gekweekt vlees te staan. 43 procent neemt een neutrale houding aan, 15 procent is negatief.

Zijn jullie van plan kweekvlees te kopen (tegen vleesprijs van vandaag)?

Bij 39 procent van de proefpersonen is dit zeker en waarschijnlijk. 36 procent weet het nog niet, 25 procent zegt waarschijnlijk niet en zeker niet.

Zijn jullie van plan kweekvlees te kopen (tegen 10 procent hogere prijs dan vandaag)?

Veertig procent geeft aan dit niet te doen. 35 procent weet het niet en bij 25 procent van de ondervraagden is dit waarschijnlijk tot zeker wel.

Waarom zouden jullie kweekvlees wél kopen?

Ruim een derde geeft aan kweekvlees te willen kopen omdat dieren dan niet meer hoeven te lijden. 17 procent heeft het milieu als belangrijkste reden en vijftien procent zegt dat het de oplossing kan betekenen van het wereldwijde voedselprobleem. 

Waarom zouden jullie kweekvlees niet kopen?

Voor bijna een kwart van de ondervraagden lijkt kweekvlees te duur. 21 procent vindt het proces onnatuurlijk, en veertien procent geeft aan het niet te vertrouwen. Voor een minderheid van zeven procent lijkt kweekvlees fake en niet zo goed als gewoon vlees te zijn.

(lees verder onder de foto)

3 Professor Mark Post stelt de eerste kweekburger voor op maandag 5 augustus 2013.
David Parry/PA Professor Mark Post stelt de eerste kweekburger voor op maandag 5 augustus 2013.

Zo wordt kweekvlees gemaakt

Bij een koe wordt onder verdoving middels een biopsie een piepklein stukje spierweefsel (niet groter dan een zaadje) afgenomen. Uit dat stukje spierweefsel worden wel­bepaalde stamcellen afgescheiden: de zogenaamde ‘myo-satellietcellen’. Die hebben als vaste eigenschap dat ze nieuw spierweefsel beginnen aan te maken zodra een spier beschadigd raakt en komen dus perfect van pas bij dit productieproces. 

Bij de start van de productie worden de myo-satellietcellen in een bioreactor geplaatst. Bij Mosa Meat moeten dat dus tanken tot 25.000 liter worden. In zo’n bioreactor/tank wordt net dezelfde omgeving als in het binnenste van een koe nagebootst, zodat de cellen zich letterlijk thuisvoelen.

Met bijvoorbeeld een lichaamstemperatuur van 37°C en naast zuurstof ook 5% CO2 om het koolstofdioxidegehalte van het bloed na te bootsen. Maar het is vooral een geheim serum van zout, suiker en andere groeimodellen waardoor de cellen zich bliksemsnel beginnen te vermenigvuldigen en uiteindelijk met vele miljarden tegelijk de tank bevolken. 

Zodra er geen serum en dus groeistoffen meer worden toegediend, zullen die vele miljarden cellen zich als reactie ook nog eens beginnen te delen in spiercellen. Samen zullen al die cellen dan samen zogeheten ‘myotubes’ vormen, primitieve spiervezeltjes met een lengte van 0,3 mm. Al die myotubes worden ondergedompeld in een gel (die voor 99% uit water bestaat) en zullen zo beginnen samen te klitten in grotere bundels, om vervolgens uit te groeien tot kleine strengen van spierweefsel of ‘myofibrillen’.

  Van die myofibrillen wordt het uiteindelijke vleesproduct vervaardigd. Om tot een hamburger van 120 gram te komen, zijn zo’n 10.000 myofibrillen nodig. Met slechts één biopsie van één koe kunnen in principe 800 miljoen myofibrillen gekweekt worden, goed voor zomaar even 80.000 hamburgers. 

Lees ook binnen HLN+:

Wat als we allemaal vegetarisch eten? Veel zal het niet uithalen voor onze planeet

Is bewerkt voedsel echt zo slecht voor je?

Elke dag een joint? Drie keer meer kans op psychose

33 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.
  • paul snemmel

    zeer goed , dat geeft meer vlees voor de andere

  • PIETER ROGIERS

    Jakkes, men kweekt een tumor in een labo en dat zou een stuk vlees moeten vervangen? Bah!!!

Lees meer