4 De kinderen en de man van Evi hebben haar nooit zonder littekens gekend.
Greetje Van Buggenhout De kinderen en de man van Evi hebben haar nooit zonder littekens gekend.

Exclusief voor abonnees

Deze 3 vrouwen tonen trots hun imperfecties: “Mijn brandwonden lopen van mijn oor tot aan mijn grote teen. Vooral in de zomer weten mensen soms niet waar kijken”

De zomer komt piepen, onze armen en benen gaan weer bloot. En Evi, Marleen en Marit mogen de blikken dan wel voelen branden, met camoufleren houden ze zich niet bezig. Zij omarmen hun imperfecties. 

Evi brosius (28) raakte voor 65% verbrand en schreef een inspirerend boek voor mama’s: “Ik ga mezelf niet kwellen door mijn lichaam te bedekken”

4
Greetje Van Buggenhout

‘21 mei 2008, acht dagen voor mijn zeventiende verjaardag. Ik herinner me die dag nog goed. De BBQ raakte niet op dreef, dus goot mijn vader er wat brandspiritus op. Dat deed niet meteen iets en ik begon te blazen. Op dat moment ontstond er een steekvlam. Ik stond te dichtbij en raakte voor 65 procent verbrand. Ik wist meteen dat het niet goed was, maar aan de reactie van mijn papa zag ik dat het écht erg was. Hij was compleet in shock. Mijn zus hoorde me gillen, heeft de tuinslang aangezet en zo mijn leven gered.”

“Na zeven weken werd ik wakker gemaakt uit een kunstmatige coma. Om mijn hoofd te kunnen verzorgen, was mijn haar afgeschoren. Een eerste schok. De rest van mijn lichaam was bedekt met gaas. Praten lukte niet. Door de coma moest ik weer leren spreken, slikken, rechtop zitten, stappen ... Dat was heel beangstigend. Elke dinsdag en donderdag werd ik geopereerd: aan mijn been, arm, buik en hals. Mijn gezicht was vrijgemaakt, de rest van mijn ­lichaam bleef ingepakt. Dan besef je dat daar een reden voor moet zijn. Maar op dat moment was ik zodanig bezig met overleven dat er weinig tijd was om me zorgen te maken over littekens.”

“Na negen maanden ziekenhuis en drie maanden in een revalidatiecentrum kon ik voorzichtig de draad van het ‘normale’ leven weer oppikken. Naar school gaan in een drukpak was een enorme stap. Ik denk niet dat iemand het aandurfde om me scheef te bekijken. Ik kon nogal boos kijken. (lacht) Door mijn brandwonden is mijn innerlijke thermostaat ontregeld. Bij hoge temperaturen krijgt mijn lichaam de warmte niet kwijt. Lange mouwen dragen is moordend. Al die eerste zomer, toen nog in drukpak, besloot ik om mijn lichaam niet te bedekken. Ik ga mezelf niet nog meer kwellen om het oordeel van anderen bij te sturen. Op dat vlak ben ik altijd nogal rationeel ­geweest. Ook in relaties. Valt wat je ziet tegen? Jouw probleem. Die boodschap gaf ik ook letterlijk. Maar als ze me eenmaal kenden, deden mijn littekens er niet meer toe.”

“Mijn brandwonden lopen van mijn oor tot aan mijn grote teen. Ze zijn weliswaar minder rood, maar springen nog altijd in het oog. Vooral in de zomer weten mensen soms niet waar kijken. Hoe zwaar iemand ook verbrand is, onder die littekens zit nog altijd dezelfde persoon. Dat vergeten sommigen. Om die reden heb ik mijn boek ­Mama’s zijn mooi geschreven: een ode aan mama’s die er wat anders uitzien. Mijn man en kinderen hebben me nooit zonder littekens gekend, maar ik hoop dat het anderen kan helpen om het thema bespreekbaar te maken.”

“Ik geloof dat het leven je niet meer geeft dan je aankan. Je krijgt een nieuw normaal opgemeten. Ofwel maak je daar iets moois van, ofwel laat je het hoofd hangen. Ik heb al heel snel voor het eerste gekozen en gevochten om mijn zelfstandigheid terug te winnen. Voor sommige doelen moet je een nieuwe weg zoeken, maar het kan. Dat probeer ik ook aan lotgenoten mee te geven. Bij Oscare, een nazorgcentrum voor patiënten met brandwonden en littekens, leer ik mensen hoe ze zichzelf kunnen opmaken en zo hun littekens medisch kunnen camoufleren. Voor sommigen zorgt dat voor het laatste duwtje in de rug om weer in de maatschappij te integreren. Contact met lotgenoten vind ik onmisbaar. Iemand die weet wat het is kan zoveel meer betekenen dan iemand die je zegt wat je moet doen.”

Als Simonneke worden de witte vlekken weggeschminkt, in haar privéleven verstopt Marleen Merckx (62) haar vitiligo niet: “Ik zie die vlekken niet meer. Ze horen bij mij”

4
Greetje Van Buggenhout

Na mijn bevalling merkte ik plots een klein wit vlekje op mijn hand en eentje op mijn decolleté. Ik was veertig en had nog nooit van vitiligo gehoord. De huidziekte verloopt met opstoten. Soms stagneert het een tijdje en dan sta je op een ochtend op, met je armen vol witte vlekken. Heel onvoorspelbaar allemaal. Na die allereerste opstoot ben ik naar de dokter gegaan. Hij raadde me een resem van therapieën aan: zalven, PUVA- en UVB-therapie … Voor die lichtbehandeling moest ik drie keer per week naar het ziekenhuis. Het duurde langer om er te geraken dan dat ik effectief in de cabine stond. Door die lichttherapie lag ik ’s nachts wakker van de jeuk. Vreselijk. Ik had al snel door dat het allemaal niets uithaalde en ben toen overal mee gestopt.”

“Ik kan me voorstellen dat het voor jonge meisjes moeilijker moet zijn. Wie jong is, de liefde en de wereld nog moet ontdekken, ziet er graag op z’n best uit. Maar als veertiger speelde dat minder. Natuurlijk hoopte ik er in het begin nog vanaf te raken – anders zou ik niet naar de dokter geweest zijn – maar ik heb er snel vrede mee genomen. Al baalde ik wel even toen het ook op mijn benen begon. Maar bon, er zijn ergere dingen in het leven.”

“Gelukkig heb ik een tamelijk witte huid. Daardoor vallen de vlekken minder op. Vitiligo zou mogelijk erfelijk zijn, maar dan troost ik me met de gedachte dat mijn dochter een nóg wittere huid heeft dan ik. Mocht Britt het ooit ook krijgen, dan zal dat allemaal wel meevallen. We zoeken bewust de zon nooit op, maar na een vakantie kan je een bruiner tintje natuurlijk niet vermijden. Tijdens de zomer valt mijn gevlekte huid dus meer op. Ik herinner me nog dat ik net na een vakantie naar een trouwfeest moest. Omdat mijn huid zwaar ­gevlekt was, had ik geprobeerd om de witte plekken op mijn decolleté te camoufleren. Blijkbaar zag je ze zo alleen nog meer, want een vriend vroeg me ‘wat dat daar allemaal was’. (lacht) De jongste vijftien jaar verstop ik niets meer. ‘Het is niet besmettelijk en je gaat er niet van dood’ zei ik altijd. Ik heb er nooit mijn slaap voor gelaten en loop zonder gêne met blote armen en benen rond.”

“Als Simonneke in Thuis worden mijn vlekken wel weggeschminkt. Die allereerste opstoot kwam vanuit het niets en stond natuurlijk niet in de verhaallijn. Voor de kijkers zou het vreemd zijn om plots een gevlekt ­Simonneke te zien. En nu kan je het moeilijk nog in haar verhaal opnemen. Maar voor mezelf is mijn vitiligo totaal geen issue meer. Ik heb het geluk dat mijn gezicht wel vrij egaal is. Omdat mijn huid daar al zo licht was, vielen vooral de zones mét pigment op. Die donkere verkleuringen laat ik af en toe weglaseren bij de ­Antwerpse esthetische kliniek Carpe Clinic. Ik ga er ­regelmatig voor een check-up van mijn gelaat. Maar de vlekken op mijn armen, benen en decolleté laat ik zo.Ik zie ze zelfs niet meer. Ze horen bij mij.”

Marit smit (30) is geboren zonder linkerhand en maakte van haar handicap haar trademark: “Toen ik mijn trouw plande, werd ik heel onzeker. Trouwen draait om perfectie”

4
Greetje Van Buggenhout

“‘Er is iets ergs gebeurd’, riep de vroedvrouw vlak na mijn geboorte. Mijn ouders dachten aan iets levensbedreigends. Toen bleek dat ik mijn linkerhand miste, waren ze opgelucht. ‘Als het dat maar is.’ Natuurlijk hadden ze vragen. Zou ik zelfstandig kunnen eten, mijn veters kunnen strikken, kunnen sporten? Ze hebben me van jongs af gestimuleerd om zo veel mogelijk zelf te doen. Op mijn negende kon ik surfen. Mijn elleboog gebruik ik om dingen vast te houden. Ik kan typen, fietsen, groenten snijden ... maar ik doe alles een beetje scheef. Doorzetten zit in mijn DNA. Ik denk dat het typisch is voor mensen met een handicap. Je wil vooral niet zielig zijn.”

“Als kind merkte ik snel dat ik anders was. Ik stelde me voor met ‘Ik ben Marit en ben geboren met één hand’. Veel vragen stelde ik me niet, maar dat veranderde rond mijn dertiende. Op foto’s van toen zie je nooit mijn ontbrekende hand. Ik wist mijn handicap te verstoppen met lange mouwen en gekruiste armen. Ik heb me als puber heel eenzaam gevoeld. Op straat, op tv of in schoolboeken: nergens zag ik iemand zoals ik.”

“Ik heb de lat voor mezelf lange tijd heel hoog gelegd en moest ervoor zorgen dat ik verder wel oké was: slank, mooi opgemaakt en gekleed volgens de laatste trends. Sommige reacties op sociale media – vooral van mannen – versterkten dat gevoel: ‘Gelukkig ben je wel knap.’ Tegelijk vond ik online eindelijk herkenning, zoals bij Lucky Fin Project: een Amerikaanse community voor mensen met een limb difference. Ik vond er rolmodellen om naar op te kijken. Bij hen draait het om plezier en gezelligheid, ondanks beperkingen. Zien hoe anderen hun handicap omarmden, hielp me mijn eigen imperfectie te aanvaarden.”

“Toen ik vijf jaar geleden mijn huwelijk plande, staken oude onzekerheden plots de kop op. In de trouw-
industrie draait het om perfectie: het ideale lijf, de juiste jurk, het mooiste kapsel. Op sociale media ontdekte ik dat zoveel vrouwen zich net als ik niet in het ideaalplaatje voelden passen. Vrouwen die zwaarder zijn, een andere huidskleur hebben, in een rolstoel zitten of op vrouwen vallen … Dat is zo jammer. Met hen in gedachten ben ik mijn trouwblog ‘Girls of Honour’ gestart. Iedereen is goed genoeg om te trouwen. Mijn handicap is mijn trademark. Omdat ik zelf die herkenning gemist heb, toon ik me bewust zoals ik ben. Ik verstop me voor niets of niemand. En ja, als het mooi weer is en ik een T-shirt draag, voel ik weleens blikken branden, maar dat is dan maar zo. This is me.” 

Lees meer