3
Britt Guns

Exclusief voor abonnees

Pleegzorg maakt je rijker: “Je weet wat die kinderen meemaakten, daardoor hou je nog meer van hen”

In Vlaanderen wonen meer dan 5.300 kwetsbare kinderen en volwassenen in een pleeggezin. Werner, Peter, Kristel en Tine weten als geen ander hoe belangrijk een warm nest voor hen is.

Voor Peter (58) en Werner (45) was pleegzorg de beste beslissing van hun leven

Werner: “Toen we zes jaar geleden met pleegzorg startten, namen we ons voor om ons pleegkind centraal te plaatsen. Dat betekent ook: aanvaarden dat het niet je eigen kind is. Daar praten we heel open over. Stefan*, Sofie* en Victor* hebben altijd geweten hoe de situatie in elkaar zat.”

Peter: “Willen of niet, de biologische ouders spelen ook een rol in het verhaal. Ik zie pleegouders afhaken omdat ze het kind moeten ‘delen’, wij ervaren dat niet zo. We halen die familiebanden bewust aan, omdat we ze belangrijk vinden. Net door die openheid krijgen we heel veel terug. Er is geen sprake van onderlinge strijd.”

Werner: “Enkele jaren geleden heeft de mama van Stefan ons zelf gevraagd of we hem wilden adopteren. Stefan draagt nu onze naam, maar verder zijn onze pleegkinderen alle drie gelijk voor ons.”

Peter: “Enkel de start is anders geweest. Naar de komst van Stefan hebben we enorm toegeleefd. We hadden hem al eens ontmoet voor hij bij ons kwam. Bij ons tweede pleegkind ging het om crisisopvang. ’s Middags kregen we de vraag of we beschikbaar waren, ’s avonds werd Sofie, toen vier, in shock met de politiewagen afgezet.”

Werner: “Dat was heftig. Sofie is van het ene moment op het andere uit haar gezin weggerukt. Ze heeft vreselijke dingen gezien. Dat laat zijn sporen na. Het heeft een tijd geduurd, maar nu hebben we een ongelooflijk sterke band met haar.”

Peter: “Je weet wat die kinderen meegemaakt hebben. Daardoor hou je nog meer van hen … Sinds kort woont ook Sofies broer bij ons. We kenden Victor al jaren en volgden zijn situatie op de voet, van pleeggezin naar pleeggezin. Toen we hoorden dat hij alweer van plek moest veranderen, hebben we aangegeven dat we hem graag bij ons wilden.”

VERLATINGSANGST

Werner: “Hoewel de kinderen hier een heel gewoon leven leiden, dragen ze flink wat bagage mee. Stefan kampt daardoor met enorme verlatingsangst. Hij slaapt al jaren bij ons op de kamer.”

Peter: “Als kleuter kwam hij elke nacht checken of we er nog waren. Op den duur hebben we zijn matras naast ons bed gelegd. Sindsdien slaapt hij door. In slaap vallen doet hij met een van ons stevig tegen zich aangeklemd. Warmte en liefde tijdens de eerste levensjaren is zó belangrijk, daar is hij het levende bewijs van.”

Werner: “Hij wist niet wat het was om geknuffeld te worden toen hij hier na veertien maanden toekwam. In de instelling was er één knuffelmoment: van kwart voor vijf tot vijf.”

Peter: “Natuurlijk maakt het ons soms kwaad dat ouders niet beseffen wat hun gedrag bij kinderen teweegbrengt. Maar anderzijds hebben zij zelf vaak niets anders gekend. Stefans mama is ook in een instelling opgegroeid, net als haar moeder. De beslissing om haar zoon af te staan, siert haar. Ook dat is kiezen voor je kind.”

Werner: “Je moet je leven zelf maken, die boodschap geef ik aan de kinderen mee. We bieden hen alle kansen, maar later is het aan hen. Al zullen we er ook dan altijd voor hen zijn.”

Peter: “Die band is voor het leven. Kennissen zeggen ons weleens dat pleegzorg niets voor hen is. ‘Want als ik dat kind zou moeten afgeven …’ Maar zelfs een korte pleegzorgperiode geeft een kind zoveel waarde mee. Het draait niet om ons. We hebben lang genoeg intens geleefd. Vandaag staan onze kinderen op de eerste plaats. Hen samen zien ravotten, een gezinswandeling in het bos … Die kleine dingen maken ons zo gelukkig.”

Werner: “Ik zou niet terug willen naar ons leven van toen. Pleegzorg is de grootste onderneming in ons leven, en de rijkste.”

*Om privacyredenen kregen de pleegkinderen in dit artikel een fictieve naam.

Tine (26) was 11 maanden oud toen ze thuis weggehaald werd en groeide op in een pleeggezin

3
Britt Guns

“Mijn echte ouders hebben nooit voor me kunnen zorgen. Als baby lag ik door verwaarlozing meer wel dan niet in het ziekenhuis. Ik was elf maanden oud toen ik naar mijn pleeggezin verhuisde, een warm nest met drie biologische, twee adoptie- en drie pleegkinderen. Al doen die termen er niet zo toe. Het voelt als één grote familie. Ook mijn jongere biologische zus is samen met mij opgegroeid, in ons gezin. We hebben altijd geweten dat onze ‘hartmama’ niet onze ‘buikmama’ was, maar ik heb me daardoor nooit anders gevoeld. Je hoeft niet hetzelfde bloed te delen om familie te zijn. Ik vergelijk ons gezin weleens met de Von Trappfamilie uit ‘The Sound of Music’. Die film wordt niet zomaar elk jaar met kerst uit de kast gehaald. (lacht) Ondanks het leeftijdsverschil vormen we een hechte bende. Mijn oudste zus is zestien jaar ouder. Vroeger bracht ze me naar school, vandaag staat ze me bij met raad en daad. Ze is als een tweede moeder voor mij.”

“Met mijn biologische familie heb ik geen contact. Mijn vader heb ik één keer gezien, toen ik op mijn twaalfde naar de jeugdrechtbank moest om aan te geven hoe alles liep. Ik zag de gelijkenissen meteen. We hebben enkele woorden gewisseld, maar veel herinner ik me niet van dat gesprekje. Ik heb een beeld van hem, dat volstaat. Mijn echte mama heeft me een keer opgebeld, midden in de examenperiode. ‘Tina (dat is mijn echte naam), het is je mama hier’, klonk het. Ik was daardoor helemaal van de kaart ... En ze heeft me ooit ook een postpakket gestuurd met daarin een grote ‘I love you’-knuffel. Heel raar, want je kent elkaar totaal niet. Ik hoef geen contact met haar, maar boos ben ik niet. Ik heb het geluk dat ik een warm gezin beland ben. Niet ieder pleegkind is zo’n succesverhaal.”

ZO GELIJK EN TOCH ZO VERSCHILLEND

“Tot mijn jongste zus heb ik als tiener wel toenadering gezocht. Ik kwam haar naam tegen op Facebook. Ze bleek bij mijn biologische ouders aan de kust te wonen, niet ver van het weekendverblijf waar we met het gezin vaak naartoe gingen. Na wat over-en-weergechat spraken we af om naar hetzelfde danscafé te gaan. Toen ik een drankje wilde bestellen, stond ze plots voor mij. Ik weet nog dat ik haar eerst voor mijn andere zus aanzag. Ze leek zo hard op ons, maar tegelijk waren we heel verschillend. Het is bij die ene ontmoeting gebleven. Zij is tienermoeder, vroeg met school gestopt … Dan besef je hoe bepalend opvoeding kan zijn. Ook mijn leven had er heel anders uit kunnen zien.” 

NOG ALTIJD EEN REBEL

“Zonder mijn pleegfamilie was ik er nu niet meer geweest. Ik heb het marfan-syndroom, een zeldzame bindweefselziekte die de bloedvaten aantast. Zeven jaar geleden moest ik daardoor een complexe hartoperatie ondergaan, als tweede in België. Die nieuwe techniek werd hier nog niet terugbetaald. Mijn ouders hebben dus letterlijk mijn leven gered. Ik heb alle kansen gekregen, elke keer opnieuw, maar heb ze zeker niet allemaal gegrepen. Als puber was ik een grote rebel. Ik besef dat ik het hen niet altijd gemakkelijk gemaakt heb. Ook vandaag trouwens niet. Voor hun geduld en eindeloze kansen ben ik hen ontzettend dankbaar.”

Het nieuw samengestelde gezin van Kristel (45) verzorgt kinderen die dringende opvang nodig hebben

3
Britt Guns

“Toen ik zeven jaar geleden stopte met werken, liep ik al snel tegen de muren op. Mijn job als verpleegster viel niet te combineren met de drukke shifts van mijn man – hij is arts – en onze vijf kinderen. Thuiszitten was evenmin iets voor mij. Een kennis vertelde me over pleegzorg, en zo is de bal aan het rollen gegaan. In 2013 volgden we een cursus voor kandidaat-pleegouders. Niet lang na onze toelating kregen we bericht dat we ons eerste pleegkindje mochten verwachten: een jongetje van vier maanden oud. Toen hadden we nog een heel rooskleurig beeld van pleegzorg, maar we leerden al snel dat de realiteit dikwijls anders is. Seppe* was zwaar mishandeld het ziekenhuis binnengebracht, waar hij een maand moeten herstellen had. Die letsels zien, dat doet wat met je. Hij huilde nooit, trok in de box het dekentje over zijn hoofd ... Zelfs een baby draagt de gevolgen van zo’n start mee. Geleidelijk aan zagen we hem veranderen, van een klein hoopje miserie tot een flinke baby die voorzichtig zijn eerste stapjes zette. We wisten dat hij niet eeuwig bij ons zou blijven, maar toen hij na zes maanden moest vertrekken, viel dat ons heel zwaar. Gelukkig wisten we dat zijn definitieve pleegmama hem een warm thuis zou bieden. Dat verzachtte de pijn een beetje. Intussen is hij vijf en spreken we nog altijd geregeld af.”

“We hebben bewust voor crisisopvang van jonge kinderen gekozen. Dan weet je dat afscheid nemen erbij hoort, maar het blijft moeilijk. Bij ieder kind dat weggaat huil ik, en ook bij de kinderen vallen er vaak tranen. Meestal lassen we dan even een pauze in. De box en babykleertjes verdwijnen in de kast en iedereen neemt de tijd om even te bekomen. Zodra het weer goed voelt, laten we onze coördinator weten dat we beschikbaar zijn. Gewoonlijk krijgen we dan al binnen de week telefoon. De nood aan pleegzorg is groot. Mijn hart breekt als ik een pasgeboren baby ophaal dat moederziel alleen in een ziekenhuisbedje ligt. Niemand die hem tijdens de eerste dagen van zijn leven wilde. Dat is hard. Maar ik kan niet boos zijn op die ouders. Vaak zijn ze in instellingen opgegroeid. Ze weten niet wat een gezin hebben inhoudt ...”

HIER VOEL JE JE GELIEFD

“Momenteel hebben we ons achtste pleegkindje. Hoelang hij bij ons blijft, valt af te wachten. Dat varieert van enkele weken tot een jaar, afhankelijk van hoe snel hij naar huis of naar een langdurig pleeggezin kan. Zolang een pleegkind hier woont, maakt het deel uit van ons gezin. Ik hoop vooral dat we een warme basis kunnen bieden. Je geliefd voelen is voor iedereen belangrijk, maar voor kwetsbare kinderen misschien nog net iets meer. Ze hebben zoveel meegemaakt. Negen maanden ongewenst in de buik of onder invloed van drugs of geweld laat zijn sporen na.”

BOEKJE MET MIJLPALEN

“Bij elk vertrek geven we een boekje met foto’s en mijlpalen mee. Zo kunnen ze lezen wat hun eerste woordjes waren, wanneer ze hun eerste stapjes zetten … Onze gegevens staan er ook in. Het zou fijn zijn als ze ons later opzochten. Ook dan willen we er voor hen zijn. Hoe groter je netwerk, hoe meer kansen in het leven.”

4 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.
  • Heidi Dilis

    In de pleegzorg worden de ouders van de kinderen meestal als monsters bekeken. Ikzelf, mijn broer en zus zijn ook geplaatst geweest. Onze echte ouders hebben ons nooit slecht behandeld en altijd liefde gegeven. Reden voor de plaatsing was dat ze arm waren, schulden hadden en dat mijn moeder even werd opgenomen in een instelling. Onze pleegouders zeiden ons, dat onze ouders slecht waren. Bij mijn stage in een pleegzorg-instelling zeiden ze soms kinderen weghalen enkel op vermoedens.

  • Jeff Smulders

    Ik geloof dat 100 % heb zelf in een tehuis gezeten en niet opgegroeid bij ouders, heb mijn pa en ma gekend maar heel weinig. Ik zag ze maar zelden, ik neem het ze kwalijk dat ze dit gedaan hebben heb mezelf door het leven moeten knokken. Ik zou niet willen zijn zoals de jongeren van nu, materialisme gaat boven wat anders dan ook, Ze worden gepamperd en krijgen nog geld bij als ze ruzie makeen dat is de wereld van nu.

Lees meer