-
getty images -

Exclusief voor abonnees

“Ze kende me niet alleen, ik was van haar en zij van mij”

Corine Koole interviewt over de raadselen van passie en affectie

Ondanks de liefde voor zijn vrouw openbaarde onmiddellijke grote liefde voor zijn collega zich aan Luc, het ­onomkeerbare bewijs dat de enige ware dus wel bestaat.

“Het was oktober 2015 toen ik aan het einde van de middag na een vergadering nog wat napraatte met een vrouwelijke collega. Behalve wij tweeën was er niemand in de kamer. De wintertijd moest net zijn ingegaan, want toen ik langs haar door het raam naar buiten keek zag ik collega’s in de schemer naar hun auto’s lopen. Een paar weken eerder hadden we ontdekt dat we op dezelfde lagere school hadden gezeten in Rotterdam. Daar spraken we over toen het gebouw om ons heen steeds stiller werd. Ze droeg zoals gewoonlijk een combinatie van oranje en rood. Het was me al eerder opgevallen hoe uitgesproken en verzorgd ze was in haar manier van kleden. Op de een of andere manier raakte me dat, de aandacht die ze besteedde aan haar uiterlijk leek precies goed gedoseerd. 

Ik vertelde over het park naast mijn ouderlijk huis waar ik altijd hardliep en zij riep verbaasd uit: “Maar dat was het park achter mijn middelbare school waar ik altijd met mijn overbuurmeisje de hond uitliet.”
“Dat buurmeisje” zei ik, “ik ken haar. Zij was een klasgenoot van mij. Maar dan moeten wij elkaar vroeger ook ooit hebben ontmoet.” We schoten in de lach, nog onwetend over het feit dat onze opwinding natuurlijk niet het toeval zelf ­betrof, maar de graagte waarmee we elkaar dit gunden en daar ­betekenis aan hechtten.

We praatten verder, inmiddels bijna als oude vrienden. Het was of ze me kende omdat ze wist waar ik kind was geweest. Ineens zei ze: “Weet je dat ik in het ­begin geaarzeld heb of wij wel moesten samenwerken? Ik was bang dat ik iets voor je zou gaan voelen, maar ik was blij dat jij geen enkele aanleiding gaf.” En ik, verbaasd over haar confidentie die zo uit de lucht kwam vallen, zag ineens heel helder hoe het zat. Zij kende me niet alleen, ik was van haar en zij was van mij. Een bespottelijke en tegelijk onontkoombare vaststelling. Ik ben zo ongeveer de laatste man op aarde die een affaire begint. Dat is me veel te lichtzinnig en daarvoor hou ik te veel van mijn vrouw. Maar wat deze vrouw in haar oranjerode vest met haar woorden in gang zette was onomkeerbaar. Haar woorden ­bleven galmen in mijn oor, we praatten even door, toen ik mezelf hoorde uitroepen: “Maar het is gewoon onbestaanbaar dat wij niet samen zijn, wij horen bij ­elkaar.’”

Met een versiertruc of het mannelijk benutten van een in de schoot geworpen kans had dat niks te maken, maar alles met een besef van voorbestemd zijn. De onmiddellijke grote liefde die ik voelde was voor mij niet minder dan een openbaring, het ­bewijs dat de enige ware dus wel bestaat. Niet dat ik me op dat moment voornam alsnog vreemd te gaan, of wat voor ­banale termen er voor zoenen met een ander dan je vrouw er verder ook bestaan. Ik hoefde haar niet te zoenen, ik hoefde haar niet te voelen, haar nabijheid was hier aan de vergaderhoek van het bureau al overweldigend genoeg. Ik voelde me onder dat lage plafond in het ­inmiddels verlaten pand door haar aanwezigheid omarmd en verwarmd waar ik me in mijn huwelijk tijdens een echte ­omarming gewoon al die jaren gelukkig en oké getrouwd had gevoeld. We konden niet alleen heel goed samenwerken, zoals iedereen al was opgevallen, we pasten bij elkaar, zoals bijna niemand bij elkaar past. Ik kan het niet anders zeggen. En schaamte was er niet, alleen geluk en dat maakte het nog ­erger.

Na onze plotselinge bekentenissen ­hielden we allebei onze mond. Had ik ooit eerder zo zonder schroom iemand ­gezegd dat ik bij haar hoor? Nee, natuurlijk niet. Het had voor de hand gelegen dat een man als ik zijn woorden ­onmiddellijk had willen terugnemen. Dat ik meteen zou denken aan de dagen en maanden die zouden volgen waarin we ongemakkelijk moesten samenwerken. Maar in plaats daarvan pakte ze mijn hand en keek ze me aan. Zo hebben we minutenlang naast elkaar gezeten. Zwijgend. Later zou ze zeggen: je verraste me hiermee, maar vervelend vond ik het niet. Deze paar zwijgende minuten markeerden het einde van het gesprek, toen gingen we naar huis.

Een week later hebben we voor het eerst afgesproken. In het park van onze jeugd waar ik ooit hardliep en zij de hond uitliet. Eerst dronken we koffie en daarna hebben we gewandeld. Ze was gespannen en liep een eindje bij mij vandaan. Maar zelfs zonder haar aan te raken voelde ik haar en ook als ze niet sprak, spraken we. En toen we even later toch onder een boom zoenden, kon ik het niet geloven. Er was geen terughoudendheid ook al waren we ons iedere seconde bewust dat we getrouwd waren met een ander. Later ­hebben we nog paar keer in een hotel afgesproken, maar dat bleek voor haar te verwarrend. Ze had last van haar ­geweten, haar leven was haar met twee mannen te schizofreen. En dat begrijp ik heel goed, het ­lichamelijke aspect van onze liefde is ook zeker niet het hoofddoel. Er is helemaal geen doel, alleen beweging. Het is soms of ik alle kanten opschiet.

Inmiddels werken we niet meer samen. We zien ­elkaar elke dinsdagmiddag en soms op donderdag. Dan drinken we koffie en daarna gaan we weer naar huis. Laatst doorbrak ze die routine door me op te wachten bij de finish van een ­marathon. In de tijd dat ik hardliep had zij getennist, daarna was ze naar me toe gereden. Zo ­bezweet hadden we elkaar nooit gezien en zo kreeg onze liefde er toch onverwacht een schakering bij. Soms praten we over de fase in ons leven waarin we wel dag en nacht samen zullen zijn, als haar kinderen groot zijn, bijvoorbeeld. Maar zo ver is het nog lang niet. Die middag na de marathon namen we bij de afslag allebei een andere richting. Dat voelde niet alleen verdrietig maar ronduit verkeerd. In gedachten ben ik altijd naar haar op weg.”

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Luc gefingeerd.

Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.

Lees meer