Martines man, waarmee ze vijftig jaar getrouwd was, stierf aan corona. In het ziekenhuis beleefden ze hun laatste dag samen.
Getty Images/iStockphoto Martines man, waarmee ze vijftig jaar getrouwd was, stierf aan corona. In het ziekenhuis beleefden ze hun laatste dag samen.

Exclusief voor abonnees

Martine (73) verloor haar man na vijftig jaar huwelijk aan corona: “Op zijn laatste dag zei hij voor het eerst dat hij van me hield”

In onze reeks ‘Lust & Liefde’ vertelt Martine (73) hoe haar man stierf door corona, na een huwelijk van vijftig jaar, en over hun laatste dag samen in het ziekenhuis. “De jongens die ik gekend had, waren me al na twee weken beginnen te vervelen, maar met deze man was ik na negen maanden getrouwd.”

“Meer dan vijftig jaar waren we getrouwd. Raar eigenlijk, wie blijft er nu vijftig jaar bij dezelfde man? Ik denk weleens: hoe zou mijn leven er hebben uitgezien als ik een ander was tegengekomen, wie was ik dan geweest? Of wat als ik een andere kant op had gekeken, 28 mei 1968 op de boot naar Noorwegen? Een vriendin had gezegd: ik heb een tante in Hamburg en een broer in Noorwegen, waar wil je heen? Ik koos voor het laatste.” 

Ultieme liefde of gemakzucht?

“Vlak voor we aan boord gingen van de Black Prince, zag ik een man in een blauw jasje en spijkerbroek en met een getrimd ringbaardje. Ik had mijn vriendin nog niet aangestoten of hij kwam naar ons toe en stelde zich voor. Hij speelde saxofoon en ging voor het avontuur naar Oslo. Hij zag in mij een scharrel voor de nacht, zonder ook maar het flauwste benul dat we elkaar nooit meer zouden laten gaan. Ik was 21, hij 27. Ik wilde studeren, op reis. De jongens die ik gekend had waren me al na twee weken beginnen te vervelen, maar met deze man ben ik na negen maanden getrouwd. Ik kwam uit Geuzenveld, hij uit Slotermeer, enig kind van een gescheiden moeder.”

“Nu hij er niet meer is, is mijn hoofd één grote kluwen. Er zijn dagen dat ik alleen maar huil, maar de verwarring is groter dan alleen het verdriet, de gebeurtenissen van de laatste weken schieten in willekeurige volgorde door elkaar heen. De laatste dagen voor de woensdag na Pasen toen hij stierf, de dromen die ik had, dat ik in een donkere keuken zat en iemand hoorde bewegen, dat ik op de tast op zoek ging naar diegene en hem per ongeluk de bril van het hoofd stootte waarna die op de grond viel.”

Iemand zei: we gaan sederen, en de woorden gleden gladjes langs me heen, alsof ik plots en genadig een schild kreeg aangemeten

“Was het de bril van mijn man? Was hij het? En hoe moet ik achteraf zo’n lang huwelijk kwalificeren? Het is niet achteraf, ik hou nog steeds van hem. Maar toch, was het ultieme liefde die me ertoe dreef een leven lang bij hem te blijven of speelde ook gemakzucht een rol? De vijftig jaren vloeien in elkaar over. Ik weet van veel niet meer wat de volgorde was, ik kan door het verlies niet meer op woorden komen.” 

“Ik zie hem voor me, vlak voor zijn dood. Ik aan de ene kant van het bed, een verpleegkundige aan de andere kant. Beiden hielden we een hand vast. Ik complimenteerde haar met haar mooie ogen en hij amuseerde zich met deze nieuwe situatie en alle aandacht. En dan ineens zie ik weer voor me hoe hij dit voorjaar van zijn fiets viel, op 14 maart, na die zware longontsteking waarvan we dachten dat hij helemaal over was. De jonge, knappe politieagent die zich over hem heen boog, en zei: hoe gaat het met u?, en dat hij antwoordde: goed hoor, en met u? Waarom onthoud ik juist zulke details?”

“Op Tweede Paasdag ging het zo slecht met hem dat we verzocht werden naar het ziekenhuis te komen. Iemand zei: we gaan sederen, en de woorden gleden gladjes langs me heen, alsof ik plots en genadig een schild kreeg aangemeten. Ik hoorde de woorden wel en als zorgverlener begreep ik dat dit het einde was. Toch deden ze me niets, ook al zag ik mijn kinderen huilen. Al die momenten waarvan je van tevoren vermoedt dat ze je onderuit zullen halen – niks. En dan ineens onverwacht toch getackeld worden.”

Zo luiden dus de laatste woorden van een stervende man tegen de vrouw met wie hij vijftig jaar getrouwd is. Wonderlijk

“‘Wilt u nu afscheid nemen?’, zei ook iemand. Met de kinderen zat ik bij hem, het was fijn dat ik gewoon bij hem kon zijn, want ik had zelf ook kort coronaverschijnselen gehad en nam aan dat ik voorlopig immuun was. Zijn laatste dagen waren vredig geweest, de kamer bood zicht op een straat waar mensen fietsten en liepen. We zeiden niet veel, hij was erg moe, en ik dacht aan de talloze wandel- en fietstochten die wij samen hadden gemaakt. Pas nu ik na weken weer in mijn eentje fiets, valt me op dat je alleen maar echtparen in de bossen ziet.” 

“Ik voelde zijn hartslag nog”

“Wilt u afscheid nemen? ‘Nou, schat, daar ga je dan’, zei ik. En hij zei: ‘Ja, het is niet anders. Ik hou van je en ik ben trots op je.’ Tegen onze jongste zoon zei hij: ‘Zul je je aanrecht afmaken en hoe is het met de konijnen?’ Tegen onze oudste zoon zei hij: ‘Zul je goed voor mama zorgen?’ En eerlijk gezegd heb ik onze zoon daarna snel op het hart gedrukt dat gebod niet te letterlijk te nemen, hij heeft zijn eigen leven. Maar zo luiden dus de laatste woorden van een stervende man tegen de vrouw met wie hij vijftig jaar getrouwd is en tegen zijn jongens. Wonderlijk. Geen idee wat ik liever had willen horen, hij vond die konijnen leuk, en wat mij betreft: in de vijftig eerdere jaren had hij niet één keer gezegd dat hij van me hield. ‘Zo’, antwoordde ik, ‘die hebben we dan toch binnen.’ 

“En toen begon het wachten. Een verpleegkundige kwam binnen en zei: het lijkt of hij verandert, maar zelf zag ik niks. Er kwam een andere verpleegkundige die zei: voelt u zijn pols eens. Iedereen was zo lief voor me, maar ze vergisten zich, ik voelde zijn hartslag nog. Voelt u eens iets beter, drong iemand aan, en ineens hoorde ik hem heel diep ademhalen en de pols gleed weg. Dat is nu bijna drie maanden geleden. Hij had al last van zijn longen, misschien had hij zonder dit virus nog drie jaar geleefd, maar niet langer.”

“Zoals onze liefde me overkwam, niet alleen in de zin van toeval, maar vooral in de zin van heftig door iemand geraakt worden zonder precies te weten waarom, zo overkwam me zijn dood. Hij hield zijn pen altijd vast tussen wijs- en middelvinger, hij groette op de fiets iedere voorbijganger. Ik geneerde me weleens en dan antwoordde hij: ‘Stil, ik ga ze opvoeden.’ Als ik nu op de fiets zit, ben ik onzichtbaar, ik groet niemand en niemand groet mij.”

De naam Martine is ­gefingeerd.

Meer ‘Lust&Liefde’-artikelen van Corine Koole lezen? Dat kan hier.

Lees ook:

Elise (30) kijkt terug op de quarantaine met haar lief: “Het benauwde me dat ik niet weg kon” (+)

Susanna (59) blikt terug op haar vorige liefdes: “Hij was het duwtje dat ik nodig had om mijn huwelijk te beëindigen” (+)

Lieve (48) zag haar vriend in de cel belanden toen ze zwanger was: “Ik ben zo terug, riep hij toen hij die nacht geboeid werd afgevoerd” (+)

8 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.
  • Josée Horemans

    Das ook plezant als ge op de laatste dag van uw partner na meer dan 50 jaar de zin "Ik hou van u" te horen krijgt!?

  • Dirk Caers

    Ik stel alles in het werk om een voor jullie zo gunstig mogelijk lot te bekomen. Begrijpen jullie dat dan echt nog niet?

Lees meer