Laurence Machiels laat zien hoe je je tuin winterklaar maakt en je tuingerief een onderhoudsbeurt geeft.
Steven Richardson Laurence Machiels laat zien hoe je je tuin winterklaar maakt en je tuingerief een onderhoudsbeurt geeft.

Exclusief voor abonnees

Actieplan voor november: zo maak je je tuin helemaal klaar voor de winter

Deze maand maken we de tuin helemaal winterklaar zodat planten en terras de vorst goed zullen doorstaan. November is ook dé maand om je gereedschap een onderhoudsbeurt te geven. Van gazon tot planten en terras: onze tuinexperte loodst je door elke stap. In ons tuindossier vind je nog meer advies. 

Terras

• Het is hoog tijd om koudegevoelige terrasplanten naar binnen te halen. Citrusbomen, oleander, Lantana... kunnen onder 5°C al schade ondervinden. Verhuis ze naar een garage met genoeg licht of naar de serre. Zet ze niet in huis, daar is het veel te warm en te droog, de ideale temperatuur schommelt tussen 5 en 10 °C.

• De meeste vetplanten kunnen tegen de vorst, maar Aloe en Agave zijn kwetsbaarder. Verhuis ze naar een vorstvrij afdak of de serre. Strooi een laag witte kiezeltjes over de potgrond, dat vermindert de kans op rotten en weerkaatst het licht op de bladeren. Vetplanten hebben veel licht nodig.

• Snoei de langste takken van klimplanten tegen de terrasmuur af, voor ze tijdens een herfststorm de plant losrukken. Bind de takken terug aan.

• Zorg dat alle nestkastjes schoon zijn. Schrob ze met heet water schoon, laat drogen en hang ze weer op. Draag handschoenen, in oude nestjes zitten wel eens vogelvlooien.

• Laat het water van de buitenkraantjes, of omwikkel ze met bubbelplastiek of isolatiemateriaal.

Bloementuin

• Bescherm vorstgevoelige planten in de border. Strooi een pak bladeren rond Agapanthus in volle grond en Gunnera aan de waterrand. Zet vast met wat takken of plaats een stuk kippengaas rond de plant en strooi daar de bladeren in.

• Laat de herfstbladeren die van bomen en struiken dwarrelen gewoon tussen je bloemen liggen, ze vergaan tot kostbare humus voor de bodem en houden het onkruid tegen.

• Laat de bloementuin vanaf nu ongemoeid. Knip niets meer af, je borders vormen een beschermde overwinteringsplek voor tal van nuttige insecten, padden, salamanders of egels.

• Dahlia’s, gladiolen en canna’s mogen in de grond blijven tot de eerste nachtvorst, daarna moet je ze uitgraven, en droog en fris bewaren, in de kelder bijvoorbeeld. Heb je lichte zandgrond, dan kun je ze eventueel laten zitten, met een dik pak bladeren overheen. Dat spaart werk, maar als het hard vriest, ben je ze wel kwijt. Het is een gokje. Sieruien kunnen wél tegen de vorst en mogen in de grond blijven.

• Plant tulpen en andere bloembollen, mocht je dat nog niet gedaan hebben.

• Begin de volgende lente te plannen, de eerste zaadcatalogi staan online.

Groenten- en fruittuin

• Snoei de bessen. Houd van de aalbessen- en kruisbessenstruik (stekelbessen) telkens 4 of 5 hoofdtakken over; de rest knip je tot op de grond weg. Top alle zijscheuten in tot op 10 centimeter. Bij zwarte bessen knip je een derde van de (dikste) takken tot op de grond af. Knip alle frambozentakken die er dor en bruin uitzien, tot op de grond af; meestal kun je ze zelfs gewoon afbreken. Je kunt een deel van het snoeimateriaal van aal-, kruis- en zwarte bessen gebruiken om te stekken. Steek de stekjes in de grond, rond de moederstruik, dan profiteren ze al meteen van de juiste bodemschimmels om te groeien. Volgend jaar verplant je je nieuwe struikjes naar hun definitieve plek, of je deelt ze uit.

• Pluk alle grote, onrijpe vijgen die nog aan de boom hangen af, die rijpen toch niet meer. De kleine groene bolletjes, ter grootte van een erwt, laat je hangen, dat zijn de vruchten voor volgend jaar.

• Strooi bladeren rond je artisjokken tegen de vorst, en tussen de prei, over wortelen en rode bieten; zo kun je de hele winter door blijven oogsten, ook wanneer de grond bevroren is. Bedek ook alle lege bedjes met een dik pak herfstbladeren.

• Vanaf nu kun je eerste aardperen rooien. Haal alleen uit de grond wat je op dat moment nodig hebt, aardperen kunnen heel goed tegen koude en mag je de hele winter in de grond laten zitten. Strooi er ook een laag bladeren over.

• Vanaf nu kun je bessenstruiken en -bomen met blote wortels planten. Die zijn een pak goedkoper dan planten in pot, je hebt meer keuze en de planten gaan makkelijker aan de groei. Wacht niet te lang, de minder courante soorten zijn snel uitverkocht.

• Knip verdroogd blad van de aardbeien af en haal de uitlopers en het onkruid weg, aardbeien moeten ruimte en licht hebben om tot grote planten te kunnen uitgroeien.

• Koop witloofwortels, als je er zelf geen gekweekt hebt, en plant ze in een emmer of hoge kist. Strooi op de bodem tuinaarde of potgrond en plant de witloofwortels dicht bij elkaar. Vul aan met grond maar laat het kroontje bloot. Geef een beetje water en zet de emmer op een donkere, koele plek: de garage, de kelder of een vorstvrij tuinhuis. Na een maand verschijnen de eerste stronkjes.

Serre

• Haal de filterpomp uit de vijver en vis ook de pomp uit de regenton. Zo’n regentonpomp op accu is ongelooflijk handig in de zomer, maar ’s winters berg je ze beter op voor ze schade ondervindt van de vorst. Klik de accu los en bewaar hem droog.

• Ruim de laatste tomatenplanten, komkommers, aubergines en paprika’s in de serre op, ze worden nu een haard van bladluizen en schimmels.

• Was de ramen van de serre, zodat de terrasplanten die er overwinteren maximaal licht krijgen. Doe een scheutje ontsmettingsmiddel in het water, voor de binnenkant. Ruim de rommel op en controleer alle potten op slakken(eitjes). Vis bladeren uit de goten.

• Leg isolerende folie klaar, zodat je er als de kippen bij bent wanneer er vorst voorspeld wordt. In een serre kan het ook vriezen!

• Haal kruiden in pot als peterselie, bieslook, munt en oregano naar binnen. Normaal verliezen ze nu hun blad, maar op een warmere plek blijven ze groen en kun jij verder oogsten. Basilicum kan nu alleen nog in huis overleven, die kan niet tegen de koude.

• Breng citroenverbena, citroengras en gember naar de serre, die kunnen geen vorst hebben.

Gazon

• Zolang het niet vriest blijf je maaien, zo’n 5 tot 6 cm hoog, gras stopt pas met groeien wanneer de grond kouder wordt dan 5°C. Maak je robotmaaier wel wat vaker schoon, het gras blijft de hele dag vochtig en klit makkelijk aan de wielen. Daardoor verliest je maaier grip, moet hij harder werken en vaker opladen. Draai het toestel om en veeg het met een borstel schoon. De nieuwste robotmaaiers mag je met de tuinslang onderaan schoonsproeien, dat is nog gemakkelijker. Gaat het vriezen, trek dan de stekker uit het laadstation en berg je robotmaaier op. Je hangt hem best aan de muur, met een bijbehorende plaat. Maai je nog klassiek? Breng je grasmaaier naar het tuincentrum voor onderhoud, of doe het zelf. Maak de bougies schoon, ververs de olie en reinig de luchtfilter.

• Hark de bladeren van je gazon, anders verstikken ze het gras. Een beetje bladeren mag je laten liggen en maai je samen met het gras mee; het vormt een prima composteerbare mengeling.

• Vanaf nu kun je kalk strooien. Geef niet zomaar kalk, misschien heeft je gazon dat helemaal niet nodig! Doe eerst een bodemanalyse. Geef nu geen gazonmest meer, daarmee wacht je tot maart. Een laagje compost kan nu wel.

Je gereedschap schoon en scherp de winter in

•  Stalen gereedschap moet je goed onderhouden, anders gaat het snel roesten en wordt het bot. Geef je spade voor de winter een flinke beurt. Haal de meeste aarde met een krabbertje weg en zet het blad glad met schuurpapier. Was de spade af, wrijf ze goed droog en olie ze in met een zachte vod en wat plantaardige olie. Een houten steel wrijf je in met lijnolie.

• Van een heel seizoen knippen, verliest je snoeischaar aan scherpte. Zet het snijmes weer scherp, met een diamantvijl. Je hoeft de schaar niet uit elkaar te halen, en ook maar één kant te slijpen, de schuine snijkant. Houd de schaar vast in een licht schuine hoek en draai zachtjes een tiental rondjes met je vijl over het schuine snijvlak. Vet je schaar daarna in met plantaardige olie.

• Een heggenschaar snoeit zoveel beter wanneer je ze oliet. Doe het elke keer voor je gaat snoeien en ook voor je ze opbergt voor de winter. Bespuit de boven- en onderkant van het zaagblad met een spray voor heggenscharen. Laat ze even draaien, zodat het vet tot in alle hoekjes kan doordringen. Haal er de batterij uit, stockeer die droog en hang je schaar op. Stop het zaagblad in zijn plastieken omhulsel of wikkel er een doek rond tegen het stof.

• Hang al je gereedschap op! Steelgereedschap hang je tegen de muur (je hebt daarvoor handige kliksystemen), klein gereedschap gaat de kast in. Contact met de grond is de voornaamste oorzaak van het roesten van gereedschap in de winter.

Of je nu een groot gazon hebt of een kleine stadstuin: groen vergt onderhoud. Maar welke onderhoudsbeurten mag je echt niet overslaan? Met de adviezen van onze tuinexperten wordt de verzorging van je tuin een fluitje van een cent. Je leest alles in ons dossier

Bye bye onkruid: onze experte toont hoe je zelfs de hardnekkigste soorten uit je tuin weert

Chrysanten zijn niet alleen mooi op het kerkhof: zo houd je ze mooi en gezond

Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.

Lees meer