Jelle De Beule
Filip Van Roe Jelle De Beule

Exclusief voor abonnees

Jelle De Beule: “Ik was 17, zij 22 en way out of my league”

De zoektocht naar balans en hun gezinsgeluk

Ze voeden samen Ellis (10), Flynn (7) en Aster (3) op, leiden een chaotisch gezinsleven en gaan allebei voluit voor hun carrière: Jelle De Beule als acteur, Sylvia Van Driessche als auteur. Thuis zit hij in zijn favoriete rol: “Ik speel heel graag met de kinderen en ja: ik kan een was insteken.” Lees hier het interview met Jelle en klik op de link onderaan voor het interview met Sylvia. 

Jelle De Beule (38): ‘Ik was 17, zij was 22 en way out of my league’

Sinds begin dit jaar werken jullie allebei thuis. Een bewuste keuze?

“Absoluut. Zeker na de geboorte van ons dochtertje Aster was de combinatie van onze jobs en het gezin echt heftig. Sylvia werkte voor het weekblad Joepie en reed elke dag van Gent naar Schelle. Ik reed naar Woestijnvis in Vilvoorde, voor De Ideale Wereld: we stonden heel wat uren per dag in de file. We hebben dat een tijd opgelost met hulp van een au pair. Het was dat of zeggen: één van ons stopt met werken en blijft thuis voor de kinderen. Die keuze wou geen van ons maken. Onze au pair ving veel op en tegen dat wij thuiskwamen, was alle praktische zever gedaan en hadden wij nog wat qualitytime met de kinderen. Dat had kunnen blijven werken ...”

Maar?

“... maar ik wilde weleens iets anders na vijf jaar De Ideale Wereld. Sylvia wilde op haar beurt meer boeken schrijven. In één keer kwam dat schoon samen: we beslisten om niet langer in de file te staan en meer tijd te creëren voor ons gezin, en thuis te werken.”

Sylvia schrijft ook reisreportages: als zij vertrekt, neem jij de boel over?

“Ik vind het zelfs gemakkelijker om iets alleen te doen. Met twee zit je soms op elkaar te wachten. De vaatwasmachine leegmaken: ik wacht, omdat ik durf te denken: misschien doet zij het wel. Maar als ik alleen thuis ben, is het simpel: dan is het voor mij.”

Ben jij een nieuwe man, Jelle?

“Wij proberen de dingen thuis gelijk te verdelen, ja. Daarbij gaan de typische vrouwendingen naar haar, de typische mannendingen naar mij. De was insteken? Ik zal dat doen als ze op reis is, maar dat is toch eerder haar branche. Ik zal sneller een boormachine vastpakken terwijl ik er – echt waar – even weinig mee aankan als Sylvia. Als we in de auto stappen en Sylvia kruipt achter het stuur, reageren de kinderen: ‘Waarom rijdt papa niet?’ Het klassieke rollenpatroon kruipt er sluiks in. Maar het belangrijkste is dat we een paar afspraken hebben waar we stilzwijgend akkoord mee gaan. Geen van ons voelt zich in een positie geduwd omdat hij man of vrouw is.”

En als jij eens de was insteekt, loopt dat goed af?

“Zeker. Ik weet perfect waar het wasproduct in moet. Maar de verdere finesse? Euh. Ik denk niet dat Sylvia alle standen van die wasmachine kent of gebruikt. (lacht)” 

Kan jij je ergeren aan huishoudelijke taken?

“We zijn allebei nogal slordig en chaotisch. Daarom zetten we af en toe de puntjes op de i. Dan gaan we echt rationeel vergaderen: wie doet er wat en wat kan er efficiënter? Wat mij het meest ergert, is dat ons huis permanent een stort is – bij wijze van spreken.”

Wat wil je, met drie kinderen in huis?

“Onze poetsvrouw komt elke maandag. Maar ’s avonds al denk je: is die nu geweest? Het is wel proper, maar overal ligt er van alles op de grond. Daar word ik moedeloos van. Onlangs deden we een grote schoonmaak en het resultaat was zo rustgevend. Eén week later? Bám! Speelgoedexplosie! Dat je je afvraagt: hoe is dit in godsnaam gebeurd? (lacht)”

Wat voor papa ben je?

“Een geëngageerde. Ik wilde van jongs af aan kinderen. Ik zie heel graag kinderen. Ik speel graag met hen, ik kan er goed mee communiceren. Ik heb er drie en dat is geen toeval: dat is wat ik wou.”

Een ‘geboren opvoeder’, noemt Sylvia jou.

“Ik connecteer snel met kinderen. Ik toon oprechte interesse en die voelen dat. Kinderen zijn zalig. Hun vrijheid, hun onbevangenheid, hun fantasie. Onlangs op een schoolfeest hield ik even een baby van iemand vast, en die viel in slaap op mijn arm. Sindsdien ben ik de ‘baby whisperer’ in de vriendenkring. (lachje)”

Wat voor mama is Sylvia?

“Ze is heel zorgzaam, liefdevol en bezorgd, op een goede manier. Ze is fel bezig met hun gezondheid. En met de opvoeding. Zij geeft die mannen niet altijd hun zin. Ik zal al rapper zeggen dat ‘dat extra snoepje wel kan’, om zo’n beetje de toffe papa uit te hangen, terwijl Sylvia consequent nee zal zeggen.”

Je gaat volop voor je carrière als acteur: in september maak je je debuut in een film.

“Mensen zeggen soms: ‘Ik wist niet dat je acteerde.’ Frappant, want ik acteer al vijftien jaar, al was het hiervoor in het comedygenre. Nu vind ik het heel tof om meer drama te doen, om die stijl van spelen te onderzoeken. Het begon met Callboys, dan De Dag en in september maak ik mijn debuut in The best of Dorien B. Bij Woestijnvis was ik allround inzetbaar: schrijven, spelen, eindredactie, grafische rommel, zelfs montage. Nu schrijft iemand anders een scenario, ik heb enkel die focus op spelen. Dat wil ik vaker doen. Ik hoef geen grote acteercarrière, maar ik denk wel dat ik iets kan laten zien.”

Klinkt het nogal bescheiden.

“Dat is mijn aard. Ik mag al zo content zijn dat ik dit allemaal kan en mag doen dat ik er geen klets arrogantie bij doe. Anderzijds durf ik wel te zeggen dat ik iets kan. Valse bescheidenheid is lelijk, dat is niks anders dan jagen op complimenten. Ik ben trouwens ook een reeks aan het schrijven waarin ik zelf zal meespelen. Een hoofdrol, ja. Zo ben ik dan ook wel weer. (lacht)”

Waar leerde jij Sylvia destijds kennen?

“Onder de kerktoren. We komen allebei van Zele. We gingen uit in hetzelfde jeugdhuis. Sylvia was bevriend met mijn tweelingzus, en zag me voor het eerst op het ‘sweet sixteen’-feestje van mijn zus. Een tijd later, op een ‘hair modeshow’ in Zele, liep Sylvia mee. En daar viel ze me pas echt op. Way out of my league, dacht ik. Ik was 17, zij was 22. Dat is geen meiske van in mijn klas, dat is een vróúw: een andere wereld, in mijn ogen. Ze is trouwens nog altijd out of my league. Zo’n schone vrouw. Zij heeft uiteindelijk tegen mij moeten zeggen dat ze verliefd was.”

Ze moest wel. Als het jongetje niet hapt.

“Dat jongetje dacht: ik ga hier zelfs niet aan beginnen, ik maak geen schijn van kans. (lacht) Ik ben nooit veel uit geweest, ik was geen fladderaar. Wat een geluk dat Sylvia voorbijgewandeld is en mij zag staan, want van mijn kant zou het niet gekomen zijn.”

En kijk. We zijn twintig jaar later.

“Sylvia is mijn beste vriendin. Het is geen toeval dat het zo lang goed zit: wij vinden elkaar nog altijd interessant. Wij hebben nog altijd oog voor elkaar.”

Wat bewonder je aan haar?

“Alles. Ze heeft een heel eigen karakter en persoonlijkheid en is daar consequent in. Ze is zuiver, nooit hypocriet. En ze is mooi, of zei ik dat al? (lachje)”

Wat is het geheim van een lange, gelukkige relatie?

“Ondanks het grote gezin en onze drukke jobs, proberen we tijd te maken. En dan bedoel ik niet naast elkaar in de zetel vallen en zeggen: ‘Staan de vuilzakken al buiten?’ Nee, wij gaan elk jaar een paar dagen zonder de kinderen op reis. En één avond per week nemen we een oppas en gaan we uit eten. En los daarvan? Wij wíllen vooral samenblijven.”

Dat lijkt me handig.

“Je lacht, maar het is zo. Je moet rationeel én emotioneel durven zeggen: ‘Dit is goed.’ Je kan al rap denken: het gras is groener aan de andere kant, laten we daar eens grazen. Maar dan moet je ratio ingrijpen en zeggen: bon, wacht, wat geef ik daarvoor op? Niet dat dat zo vaak voorkomt, maar iedereen is menselijk. Als het zodanig evident is om altijd voor je relatie te kiezen, weet je dat het goed zit.”

Maken jullie soms ruzie?

“Ik heb een vrij korte lont, ik kan nogal rap kwaad worden en Sylvia ook, dus het knettert weleens. Daarna lachen we ermee en praten we het uit: what’s the main issue? Waar zijn we over bezig? Onze ruzies starten kinderachtig, maar eindigen altijd volwassen.”

Wat voor partner ben je?

“Ik steek graag en moeiteloos tijd in onze relatie. Ik toon interesse in haar en in haar werk. Ik heb tónnen respect. Wij kunnen goed samen zijn, vind ik. We zijn niet zo’n koppel dat niets meer te vertellen heeft. Of ik romantisch ben? Attent? (denkt lang na)” 

Het is te lang stil, Jelle.

“Oké, oké. Ik ben niet zo goed met verjaardagscadeaus. Ik zeg dan: ‘Ga u maar iets kopen, ik zal het betalen.’ Dan zegt, of denkt, ze ongetwijfeld: boer. (lacht) Meestal koop ik iets op een ander moment. Iets waarvan ik weet: dit is echt iets voor haar.”

Hoe belangrijk is humor in jullie relatie?

“Ik ben niet altijd de grapjas, soms moet je ook eens iets intelligents kunnen zeggen, hè. Ik kan thuis lekker boring zijn: boeken lezen en de nerd uithangen. Maar ik maak Sylvia graag aan het lachen. Soms, als er vrienden bij zijn, vind ik het tof om die humorpet op te zetten. Maar er is geen grapdwang.”

Is er iets in het huishouden dat je wil overnemen?

“Onlangs is het ‘boodschappen doen’ in mijn bakje gelegd. Ik doe dat nochtans niet graag. Ik winkel zonder systeem. Twee dagen later sta ik voor de frigo: er is nog vlees, maar niks om erbij te eten. Er is een reden waarom mensen met een lijstje naar de supermarkt gaan, zeg je? (grijnst) Maar goed: het koken an sich doe ik gelukkig wel graag.”

Je laatste jaren als dertiger gaan in: ben je bezig met ouder worden?

“Ik ben vooral heel erg in het nu. Omdat het allemaal al zo snel gaat. Ik ben 38 ,maar ik heb nooit het gevoel dat ik dat ook effectief ben. In mijn hoofd ben ik zoveel jonger. Nog altijd dat jongetje, hè. (lachje)” 

Precies wat Sylvia zo aantrekkelijk aan je vindt. Voor het interview met Sylvia klik je hier. 

Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.

Lees meer