2 Peter Van Sant, amper 58 jaar jong, wacht nu op de dood in woonzorgcentrum Remy.
Vertommen Peter Van Sant, amper 58 jaar jong, wacht nu op de dood in woonzorgcentrum Remy.

"Keelkanker heeft me rust gebracht"

LEUVENSE BLUESPAREL P. VAN SANT (58) KIJKT IN WZC REMY DOOD IN OGEN

Singer-songwriter en gitarist P. Van Sant is in woonzorgcentrum Remy in Leuven bezig aan zijn laatste hoofdstuk in wat hij zelf omschrijft als een zwaar maar boeiend leven. Op amper 58-jarige leeftijd kijkt de Leuvense bluesparel de dood in de ogen met keelkanker als onverbiddelijke scheidsrechter. "Wat zou je willen? Ik heb voor vier geleefd. Angst voor de dood heb ik niet. Vreemd genoeg heb ik nu pas de rust gevonden die ik heel mijn leven heb gezocht", zegt P. Van Sant.

P. Van Sant was een tijdje van de radar verdwenen en dat voorspelde niet veel goeds. En die vrees werd harde realiteit, want de 58-jarige Leuvenaar verblijft sinds april in woonzorgcentrum Remy in Leuven. Daar wacht hij op de dood nadat in februari vorig jaar keelkanker werd vastgesteld.

Met het onverbiddelijke einde in zicht, dreigt Leuven een bijzonder straf muzikant te verliezen die we gerust zonder blozen mogen omschrijven als een echte bluesparel. Wie een plaat van P. Van Sant beluistert, waant zich al snel in de broeierige delta van de Mississippi, met dank aan zijn rauwe stem die langzaam maar zeker rijpte in rokerige kroegen, doordrenkt met veel whisky en nog meer sigaretten.

Die twee 'partners in crime' hebben de oud-strijder nu bijna te pakken gekregen. Met een fluisterstem geeft P. Van Sant naar eigen zeggen zijn allerlaatste interview aan de krant waar zijn vader vele jaren van zijn leven sleet als zetter, uiteraard met een liter wijn, een pakje sigaretten en roltabak in de  aanslag. Of wat had u gedacht misschien...

2 Peter Van Sant (met snor) met zijn band The Boxcars. Links zie je Jokke Kerkhofs en rechts Lange Polle.
Vertommen Peter Van Sant (met snor) met zijn band The Boxcars. Links zie je Jokke Kerkhofs en rechts Lange Polle.

Terminale keelkanker...wat doet zo'n zware diagnose met een mens?

"Dat komt aan natuurlijk. Ik voelde me begin 2016 absoluut niet goed en ik werd alsmaar zieker. Toen dacht ik bij mezelf: ik zal maar eens naar de dokter gaan. Uiteindelijk kwam ik in het ziekenhuis terecht en de diagnose van het onderzoek was keelkanker. Tja, wat zou je willen? Ik heb voor drie geleefd. Of misschien wel voor vier. Eigenlijk ben ik geen 58 jaar, maar bijna 200. Op een dag komt dan de man met de hamer. Boem boem, recht op mijn kop. Keelkanker... Einde verhaal."

Was er dan geen behandeling mogelijk?

"Ik heb behandeling gekregen. Chemo, bestralingen,... Noem maar op. In het begin leek dat succes te hebben, want alle controles waren positief. Ik begon al meteen aan een nieuwe plaat te denken, maar toen kwam plots het slechte nieuws dat de kanker uitgezaaid was. Tijdens een vergadering met de artsen kreeg ik te horen dat er mij nog een operatie wachtte als laatste redmiddel. Dat zag ik absoluut niet zitten. Ik vroeg de arts of die operatie verplicht was en dat bleek niet het geval. Ik heb de dokter een fijne dag gewenst en bedankt voor de goede zorgen."

"Door die operatie zou ik mijn stem zo goed als zeker helemaal verliezen. Ik ben een zanger en een zanger zonder stem is in zekere zin al dood. En wat zou zo'n operatie me opleveren? Enkele maanden meer? Nu kan ik tenminste nog fluisteren. Ik heb me erbij neergelegd dat ik mijn laatste lied heb gezongen, al was het niet gemakkelijk. Nee, het is goed geweest. Deze oud-strijder is uitgestreden."

En nu? Wachten op de dood in woonzorgcentrum Remy?

"Ik kon onmogelijk terug naar huis door mijn ziekte. Ze hebben me dan maar geparkeerd in rusthuis Remy. Ik moet zeggen dat ik me hier geen seconde verveel. Het eten is beter dan alles wat ik thuis ooit heb gegeten. En de lieve verpleegsters doen alles voor mij. Ik vermoed dat ze op voorhand wisten dat ik eraan kwam, want ze hebben me een kamer gegeven recht tegenover het rookkot. Daar zit ik 's nachts vaak met een glas wijn. Overdag krijg ik veel bezoek van kunstenaars en muzikanten. Een beetje rock 'n roll kan nooit kwaad, zelfs niet in een woonzorgcentrum. Nee, ik zit hier goed. Je moet toch ergens sterven."

Heb je een deadline gekregen van de artsen?

"Niet echt. Twee jaar misschien, of twee weken, wie zal het zeggen? De dood laat zich niet 'commanderen'. Ik heb ook geen angst voor dat laatste moment. In afwachting zet ik straffe muziek op en geniet ik van de vriendelijke mensen, sigaretten en wijn. Stella smaakt me niet meer sinds de behandelingen. De tijd die ik nog krijg, zie ik als een surplus. Ik ben helemaal niet pessimistisch en ik lach zelfs veel. Aan gevoelens zoals bijvoorbeeld jaloezie of kwaadheid doe ik niet meer mee. Daarvoor heb ik te weinig tijd. Het vreemde is dat ik nu pas de rust heb gevonden die ik heel mijn leven lang heb nagejaagd."

Speel je nog gitaar?

"Zeer weinig. Zonder stem vind ik er niet veel aan. Ik had graag nog een plaat gemaakt, want er zit nog muziek in mijn kop. Maar dat zal niet meer lukken, helaas. Toch zal ik muziek blijven ademen tot de allerlaatste minuut. Wie weet speel ik nog wel eens voor de lieve verpleegsters en mijn fijne medebewoners. Veel verder dan dat zal het niet meer gaan. Ik kreeg laatst nog een mooi compliment van een verpleegster. Ik had een cd van mezelf opgezet en een verpleegster zei me dat mijn liedjes haar een beetje deden denken aan Leonard Cohen. Dat is een mooi compliment. Zelf ben ik de laatste tijd nogal bezig met Herman Brood. Ook hij heeft een straf leven geleid. Ik bewonder die man wel."

Over een straf leven gesproken. Drank en drugs hebben weinig geheimen voor jou.

"Dat klopt. Op de spuit na heb ik zowat alles geprobeerd, denk ik toch. Op een bepaald moment dacht ik dat ik de veertig nooit zou halen. Dat bleek dus niet waar te zijn en meteen dacht ik: ah zo, ik kan hier toch nog één en ander uitsteken in het leven. Vroeger had ik het gevoel dat ik elke dag iets moest uitsteken om een goede dag te hebben. Dat is dom, want nu besef ik dat je ook een goede dag kan hebben zonder iets uit te steken. Tja, drank en drugs... het waren nogal eens tijden. Als je voorbij AB InBev rijdt dan zie je al die bakken bier staan. Wel, ik zeg altijd: kijk, daar staan mijn huizen."

Zal je sterven als een arm man?

"Integendeel, ik ben rijker dan de meeste mensen. Financieel gezien ben ik er berooid vanaf gekomen in het leven, want ik ben vaak in de zak gezet. Mijn eigen schuld, ik regelde mijn zaken niet goed. Ik hoop nog de tijd te krijgen om mijn auteursrechten te regelen voor mijn dood."

"Pas op he, die lieve jongens en meisjes van de muziekindustrie verdelen alles achter je gat. Ze wachten zelfs niet tot je de hoek om bent. Maar ik zal sterven als een man die een rijk leven heeft geleefd. Zo heb ik nooit tegen mijn 'goesting' gewerkt. Dat is logisch want ik heb amper gewerkt. Heel mijn leven lang heb ik gedaan waar ik zin in had en dat was muziek maken en spelen. Ik ken zo van die gasten die tijdens hun carrière er alles aan doen om zoveel mogelijk geld en eigendom te vergaren. Wel, veel van die gasten beseffen op hun 50ste dat ze vergeten zijn om echt te leven. En dan hebben ze spijt van die 30 verloren jaren...Spijt komt altijd te laat."

Heb jij spijt van iets?

"Neen, ik zou alles opnieuw doen zoals ik het heb gedaan. Soms overvalt me wel eens het gevoel dat ik te veel liefde heb laten liggen voor de muziek. Ik koos daar echter bewust voor en dat gevoel van spijt was nooit sterk genoeg om het anders te doen. Dat leverde bij momenten wel slopende situaties op. Ik heb veel hoogtes en laagtes gekend in mijn leven. Je moet als songwriter ook kunnen afzien om een straffe song te schrijven, alsof je hunkert naar dat ongeluk of die tegenslag in het leven. Eenzaamheid is altijd een trouwe partner geweest in mijn leven. Ik koos het moeilijke pad met overtuiging. Tegenwoordig gaat het anders. Die jonge zogenaamde muzikanten hebben eerst een manager, vervolgens een 'coiffeur' en gaan pas dan denken aan muziek schrijven. Wel, dan ben je een popsterretje zeker... Ik zeg altijd 'less is more' en dat geldt zeker voor mijn soloperiode. Je moet dieper durven en kunnen gaan om mooie songs af te leveren."

Welke song vind je zelf de beste die je ooit schreef?

"Dan kijk ik vooral naar mijn tijd als solo-artiest. 'Frozen in time' hang ik aan de kapstok voor de mooiere jassen. Ook 'Six feet under' komt aan die kapstok. Die song ga ik laten spelen op mijn begrafenis. Ik ga sowieso muziek van mezelf laten spelen en ik nodig enkel de mensen uit die het waard zijn om me uitgeleide te doen. Ik weet nu ondertussen wie het iets kan schelen dat P. Van Sant bezig is aan zijn laatste hoofdstuk in het leven. Het feit dat ik muziek van mezelf zal laten spelen, is geen kwestie van 'dikke nekkerij'. Het is mijn erfenis aan de wereld. Trouwens, de enige die geen last heeft van je begrafenis ben je zelf. Ik zal er niet meer zijn maar mijn muziek blijft hier."

Weet je nog hoe het allemaal is begonnen destijds?

"De details zijn we onderweg verloren in drank en co maar het prille begin was natuurlijk het succes van The Boxcars. Ik was vijftien toen de microbe me te pakken kreeg en op mijn zestiende speelden we al live. We konden en we wilden niet meer terug. The Boxcars had ook een straffe bezetting. Met gasten als Luk De Graaf, Lange Polle (Paul 'monsieur Pol' Van Bruystegem van Triggerfiner, nvdr), Jos 'Jokke' Kerkhofs, Ludo Kerkhofs, Henri Ylen en Harry Van Buel kon je muzikaal wel ergens komen. Eerst speelden wij het voorprogramma van Big Bill maar later keerden de rollen om. Ik weet nog goed dat het 'dikke ambras' was in de Leuvense muziekscène toen Jokke Kerkhofs van Big Bill overstapte naar The Boxcars. Jokke had een scherp gevoel en voelde goed aan wat we moesten doen om succes te hebben. Toen was de trein goed vertrokken en de trein reed snel. Te snel, soms."

Wat vonden ze daar thuis van want van school kwam wellicht niet veel meer in huis?

"Natuurlijk niet. We leefden een droomleven en de schoolbanken konden me gestolen worden. Je kan wel denken dat ik thuis niet op applaus werd onthaald. Ik weet nog heel goed dat ik eens thuis kwam van een repetitie en mijn vader zat in de stoel bij de oude radio. Daar zat hij nooit. Hij had net een nummer van The Boxcars gehoord op de radio. Zijn woorden waren letterlijk: 'Je klinkt als een ouwe neger van 80 die staat te bedelen voor een Stella'. Ik vond dat natuurlijk een groot compliment maar zo had vader het niet bedoeld. Integendeel. Maar ik begon te lachen en trok meteen terug naar Leuven om me een stuk in mijn 'kloten' te drinken om dat compliment te vieren. Onze pa verdomme...I love my dad."

Slotvraag: hoe moet de wereld zich P. Van Sant herinneren?

"Als iemand die bezeten was van muziek en als levensgenieter. En als iemand die niet van de 'snoep' kon afblijven. We moeten daar niet onnozel over doen. Nu ik terminale keelkanker heb, betaal ik een hoge prijs maar niemand heeft me kunnen temmen. Ik heb mezelf ook niet kunnen temmen, al lukt dat nu stilaan wel.


Ik wil iedereen ook nog zeggen dat je nooit je humor mag verliezen in het leven. Met de dood voor ogen sta ik positiever in het leven dan de meeste mensen zullen denken. Ik wil ook dat de mensen me herinneren als een pur sang muzikant die aan heel veel zijn kloten heeft geveegd. Vrijheid was mijn grootste goed. Die vrijheid heeft me veel gekost. Ik zal nog meer zeggen: het waren geen solden maar het was verdomme leven in het kwadraat."

Lees meer