Gilbert achter zijn tapkraan, samen met enkele trouwe klanten.
Foto Benny Proot Gilbert achter zijn tapkraan, samen met enkele trouwe klanten.

"Ik blijf werken tot ik 120 jaar ben"

OUDSTE CAFÉBAAS VAN DE STAD GILBERT MONSAERT (77) STAAT 50 JAAR ACHTER DE TOOG

Al vijftig jaar staat Gilbert Monsaert (77) achter de tapkraan van zijn café Moderna, een van de laatste bruine kroegen van Oostende. "Het kraakt en piept, m'n benen doen pijn, maar ik blijf doorwerken tot ik 120 jaar ben", grapt Gilbert.

Petit Paris, het is een apart stukje Oostende. Volksfiguren, cultuurliefhebbers, rare snuiters en ondernemers kruisen er dagelijks elkaars pad. Aparte adresjes, die heb je er ook. Neem nu de Moderna. Het café ligt aan de bushalte, in de Torhoutsesteenweg 75. Als je erin slaagt de deur open te wrikken, dan stap je meer dan tientallen jaren terug in de tijd. Links van de centrale inkom zit een oudere man, te slurpen aan zijn dagelijkse Duvel, terwijl hij stilletjes de drukte van de Torhoutsesteenweg aanschouwt. Rechts nestelt een liefhebbend oud koppeltje zich aan een tafeltje. Pintje voor de neus, handje op mekaars schoot. Achteraan heb je de toog, de vaste stek van klanten Dominique, Mario, Rudy en Nina. "Ik drink nergens anders m'n Duvel, behalve hier. Niet thuis, niet op een festival, maar alleen in de gezellige Moderna. De Duvels zijn hier het best. Gilbert, geef me er nog eens eentje. En een pintje alstublieft, voor Dominique", maakt Mario duidelijk.


Gilbert Monsaert, dat is de uitbater. Precies vijftig jaar staat hij aan de toog van zijn Moderna. "Zeg eens eerlijk, meneer: een bruine kroeg zoals de mijne vind je in Oostende niet meer, hé." Gilbert is intussen 77 jaar en daarmee de oudste barman van de stad. "Ik ben geboren in Aalst en werkte vanaf mijn 16 jaar als leerlooier in Brussel. In 1959 leerde ik mijn latere echtgenote Irène kennen, ze was van Middelkerke. We hebben er enkele jaren gewoond, maar vestigden ons in 1961 naast de Moderna. De zaak werd toen uitgebaat door Clemence en ik voelde me er thuis. Het was mijn stamcafé en ik stak er vaak de handen uit de mouwen. In 1967 nam ik de Moderna over, maar geen mens die ooit dacht dat ik hier nu nog zou staan. Ik ken duizend voornamen van mannen en vrouwen die hier een pint komen of kwamen verzetten. Als caféhouder ben je een soort biechtvader, een luisterend oor. Hier vertellen mensen de grote en kleine dingen van het leven. Ik ken veel 'secreten' hoor, maar een barman moet ook kunnen zwijgen."

Toog zelf gemaakt

Alvorens het een café werd, was de Moderna een paardenstal met hooizolder. Sinds Gilbert het roer overnam, is het interieur nauwelijks veranderd. "Ik heb in 1970 zelf mijn toog gemaakt en het is nog altijd dezelfde." Op de barkast schalt een simpel radiootje voor de hele zaak. Een kassa - laat staan 'black box' - is er niet. Gilbert gooit de eurootjes in een plastic bakje. Glazen boterhammen kosten hier amper 1,60 euro. "Ik ben de goedkoopste van Oostende. Hoeveel betaal je in de Langestraat voor een pint? Iets van een 2,20 euro of meer? Allez meneer, toen ik begon kostte een pintje 5,5 frank! De gouden jaren zestig, zeventig en tachtig zijn al lang voorbij."

Papegaai Jako

Twee meter van die toog zitten twee valkparkieten in een kooi. "Nikita en Pipo", verklapt Gilbert hun naam. "Het zijn er brave. Ik had vroeger een papegaai, Jako. Vissers brachten hem destijds uit Congo mee, vlak na de onafhankelijkheid. Helaas is Jako overleden." In 1995 overleed ook Irène en sindsdien staat Gilbert er alleen voor. "Ik heb 'zair an m'n puut'n', ik heb pijn aan mijn benen. Het kraakt en piept, maar ik blijf doorwerken. Wat moet ik anders doen? Me vervelen? Vele mensen van mijn leeftijd zitten gewoon naar televisie te gapen. Dat wil ik niet. Ik kom graag onder de mensen. Mijn klanten en vrienden laat ik niet in de steek. Ik blijf werken tot ik 120 jaar word. Ik ben elke dag open 'neuf-a-neuf', van 9 tot 21 uur. Straf, hé. Maar ik voel me goed", lacht Gilbert. "Later dit jaar zal ik een feestje geven voor mijn vijftig jaar barmanschap."

Lees meer