photo_news

Maandelijkse privéreisjes van ons vorstenpaar kosten belastingbetaler 84.000 euro

Koning Filip en koningin Mathilde hebben vorig jaar elf privéreizen gemaakt. Dat is bijna één per maand. De verplaatsingen voor die reizen werden betaald door de belastingbetaler. Alles samen: 84.110,96 euro. Dit jaar moet de koning het doen met 188.000 euro. Voor werk én privé.

Even oplijsten: onze koning ging in 2016 achttien keer naar het buitenland. Elf keer was dat voor privédoeleinden. De verplaatsingen deed hij met vliegtuigen van het Belgische leger. En dus: op kosten van Defensie. Dat kostte 373.465 euro, waarvan meer dan de helft diende voor een trip naar Japan. De elf privéreizen waren goed voor een dikke 84.000 euro. De cijfers komen van minister Steven Vandeput (N-VA) en werden in het parlement opgevraagd door Veerle Wouters (technische Kamerfractie Vuye & Wouters).

Naar verre bestemmingen reisde de vorst niet. Hij vloog twee keer naar Zwitserland, zes keer naar Frankrijk, twee keer naar Italië en één keer naar Portugal. Opvallend: de reis die de het vorstenpaar rond de jaarwisseling met de kinderen nog maakte naar de Dominicaanse Republiek staat niet in het lijstje. Of dat betekent dat hij die zelf betaalde, dan wel of die overgeheveld is naar het volgende boekjaar, is onduidelijk. Het gezin verbleef in Punta Cana en had daar een tropische strandvakantie. Volgens de toeristische site van de Dominicaanse Republiek arriveerde de vorst op 30 december en verbleef hij in het huis van een Belg. De reis duurde maar een paar dagen.

Veiligheidsredenen

Dat het vorstenpaar reist met de vliegtuigen van Defensie is niet nieuw. Er is geen andere optie. Om veiligheidsredenen mag de koning niet met een lijnvlucht vliegen. Hij moet de klok rond beschikbaar zijn om terug naar België te komen en dus moeten zowel vliegtuig als bemanning altijd standby blijven op de plaats van bestemming.

Ook eerder was er al wel eens opschudding over de hoge reiskosten van de koning. In 2015 bijvoorbeeld kwam aan het licht dat de koning en de koningin zich door Defensie hadden laten rondvliegen voor 143.138 euro. Hoeveel van die vluchten een privé-karakter had, werd nooit duidelijk. Ook de jaren daarvoor swingden de reiskosten de pan uit. Het record was voor Filips voorganger, koning Albert II. Die spendeerde in 2011 229.000 euro vliegbudget, en in 2012 219.000 euro.

Toen ook in 2014 de discussie weer oplaaide, greep de regering in. De socialistische legervakbond maakte zich toen erg boos in het feit dat het vorstenpaar met het gezin op vakantie was geweest naar Indonesië en daar een vliegtuig van Defensie voor had gebruikt. De regering besliste daarop dat het goedkoper moest en dat de koning veertig procent moest besparen op reizen met het regeringsvliegtuig.

Overigens: de rest van de koninklijke familie gebruikt amper de legervliegtuigen. Prinses Astrid deed het in 2016 twee keer, telkens voor een officiële verplaatsing. Één keer alleen naar Italië, de tweede keer samen met Prins Lorenz naar Groot-Brittannië.
Ook voor 2017 heeft de vorst al privé-reizen op de kalender staan, net als een aantal geplande staatsbezoeken. Welke dat precies zijn, kon het paleis gisteren niet zeggen. Hoeveel dat mag kosten is wél duidelijk. Er wordt 188.0000 euro budget voorzien.

Het record was voor Filips voorganger, koning Albert II. Die spendeerde in 2011 zo'n 229.000 euro vliegbudget, en in 2012 goed 219.000 euro.

Lees meer