4
© VRT - Sam Van den Brandt

Jules Hanot fileert de tv-keuken: “Jeroen Meus blijft baas”

Oude(re) kijkers zullen zich misschien nog de Gentse advocaat- gastronoom John Bultinck herinneren. De volumineuze levensgenieter die ruim een halve eeuw geleden op de BRT druk met potten en pannen in de weer was terwijl een gast toekeek hoe hij vlees bakte of vis fileerde. Goed voor een wekelijks kookuurtje dat toepasselijk de titel ‘Kijk en Kook’ meekreeg. Meer moest dat in de televisionele pioniersjaren niet zijn. Maar de tijden zijn veranderd. 

Commerciële zenders doorbraken het monopolie van de staatsomroep en ontketenden een bikkelharde concurrentiestrijd die tot diep in de tv-keukens werd uitgevochten. Plots werd overal gekookt, gegrild, gewokt en gebakken en maakte Vlaanderen kennis met strenge sterrenchefs die in geen tijd tot super-BV’s promoveerden.

Foodies en schuimpjes

4
Kristof Ghyselinck

Uit het niets doken hordes ‘foodies’ op die over ‘cuisson’, quinoa, vergeten groenten of bizarre schuimpjes orakelden en zich thuis aan het fornuis Sergio Herman of Peter Goossens waanden. Geen spek voor de bek van onbeholpen keukenklunzen zoals ik, die lekker eten boven slecht koken verkiezen en vooral een indigestie overhielden aan het amper nog weg te zappen keukengeweld. Toch snoepte ik wel eens - eerlijk is eerlijk - van de brede waaier aan kookshows. Regelmatig bezocht ik ‘Mijn (Pop-up)Restaurant’, waar dictatoriale chefs - ‘Deze smurrie zou ik mijn hond nog niet laten vreten’ - meedogenloos toekomstdromen aan diggelen sloegen, en bleef ik soms hangen bij de opgeklopte sfeer en gezelligheid van het ‘Komen Eten’-rariteitenkabinet. Strak geregisseerd culinair entertainment dat evenveel met haute cuisine te maken had als met de vettige hap uit de frituur om de hoek die wel af en toe beter smaakt dan een copieuze gastronomische maaltijd.

Bij programma’s waarin het deskundig bereiden van voedsel de enige prioriteit was, haakte ik echter ongeïnteresseerd af. Ik had geen boodschap aan de enerverende West-Vlaamse betweter - ‘En wat hebben we ‘heleerd’ vandaag?’- ‘SOS’ Piet Huysentruyt. Een gewiekste ondernemer die onder het voorwendsel zijn volk culinair (her)op te voeden vooral zijn eigen keukenalaam aan de man/vrouw bracht. Van Sofie Dumont en haar nutteloze BV-keukenhulpjes had ik snel de buik vol en ik bleef angstvallig uit de buurt van Pascale Naessens en Sandra Bekkari. Zelfverklaarde gezondheidsgoeroes die wel boeken als zoete broodjes verkopen, maar amper meer voorschotelen dan een handvol noten, wat radijzen en een stukje vis dat nauwelijks een holle kies vult.

Volkse chef

4
Kristof Ghyselinck

Ruim onvoldoende voor een hardwerkende stukjesschrijver. Die heeft stevige ‘Dagelijkse Kost’ nodig. Al bijna tien jaar met liefde bereid en met kwajongensachtige branie afgekruid door Jeroen Meus. De plezante people’s champion die in zijn vernieuwde Leuvense keuken elke dag kookt zonder franjes en volgens een succesrecept dat enkel hij perfect op smaak kan brengen. Wellicht omdat Meus als geen ander beseft dat eten ontspanning in plaats van inspanning moet zijn, en dat niemand het verdient om met honger van tafel te worden gestuurd. In de loop der jaren doorgegroeid tot een ver buiten zijn keuken gerespecteerde programmamaker die kon boeien met de geschiedenis van ‘de patat’ of verrassende reportages in ‘Goed Volk’. In het fijne ‘Plat Préféré‘ overgoot hij het lievelingsgerecht van beroemde aflijvigen met een historisch sausje en veroorzaakte zelfs een heuse mediastorm omdat hij voor Adolf Hitlers adelaarsnest per se een forel wilde bakken. Dit jaar werd hij zelfs uitverkoren om op de heilige zondagavond de zonder proces veroordeelde Bart De Pauw op te volgen in ‘Twee Tot De Zesde Macht’ om, na een aarzelende start, met onderscheiding zijn diploma als quizmaster te halen. Niet slecht voor een simpele tv-kok.

4
© VRT - Sam Van den Brandt

Al blijft Meus toch vooral de volkse chef. De goedlachse allemansvriend die geen sterren nodig heeft om zijn restaurant - zelfs met enkel andijvie en worst op de kaart - vol te krijgen. Dat maakt van ‘Dagelijkse Kost’ een vesting die immuun lijkt voor elke ‘vijandige overname’. Toch lanceerde VTM met Loïc Van Impe ‘a new kid in the kitchen’. Een jonge hobbykok die - ‘Ik mocht van mijn mama geen echte chef worden’- ‘kookt op het gevoel’ en ‘passie op het bord wil toveren’. De YouTuber/foodvlogger werd van het internet geplukt in een zoveelste poging om zoveel mogelijk Meus-klanten naar de VTM-keuken te lokken. Een uitdaging die kan tellen, maar of de spring-in-’t-veld - ‘Ik kan gebiologeerd vijf uur kijken naar iemand die een brood bakt’ - ooit in de buurt van zijn idool kan komen lijkt na drie weken al een retorische vraag. De sympathieke jongeman mag dan een frisse nieuwkomer zijn die het - al is dat nu ook weer niet zo moeilijk - stukken beter doet dan Dumont en Bekkari samen, duidelijk is dat ‘Zot van Koken’ meer nodig heeft om kloeke ­dagelijkse kost te worden.

Eddy Merckx

Al is het maar omdat Loïc wel een gekloonde Jeroen Meus lijkt en een kopie zelden het origineel overtreft. Meer van hetzelfde is immers niet goed genoeg omdat verandering van spijs doet eten. En dat is jammer voor de enthousiaste kookknaap die zich kan troosten met de wetenschap dat zijn naamgenoot Lucien ook nooit kon winnen van Eddy Merckx, maar er toch in slaagde om een indrukwekkend palmares bij elkaar te fietsen.

3 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.
  • Sonja Van de Sype

    Jeroen Meus is en blijft ook mijn favoriet. Door niemand te evenaren.

  • André Van der Poorten

    100% akkoord !

Lees meer