Wikimedia Commons/Lgcharlot

Mysterie opgelost: hoe de stenen in Death Valley kunnen wandelen

Death Valley is het schouwtoneel van een van de meest mysterieuze verschijnselen die ooit gezien zijn. Al sinds 1948 waren wetenschappers met verstomming geslagen door de 'wandelende' stenen van het droge meer Racetrack Playa. Niemand zag de stenen - sommige 320 kilogram zwaar - ooit bewegen maar dat het gebeurde, was duidelijk: ze lieten sporen van soms honderden meters achter. Onderzoekers van het Oceanografisch Instituut van San Diego zijn er nu in geslaagd het geheim te ontrafelen.

Death Valley is een woestijn, bezaaid met stenen, die zich uitstrekt in de Amerikaanse staten Nevada en Californië. Het is een van de warmste plekken ter wereld. Regenen doet het er amper. Toch zijn in het zand van Death Valley altijd lange sporen te zien, die stoppen bij de rotsen. Hoe dat kon, verbaasde wetenschappers al sinds 1948. Sommigen dachten aan zandhozen, anderen staken het op de wind. Maar bewijs werd niet gevonden.

Tot nu. Onderzoekers Richard Norris en James Norris van de universiteit van Californië installeerden camera's die de stenen in beeld brachten. Enkele stenen kregen een GPS-toestel aangemeten. Dat registreerde gegevens over de bewegingssnelheid en locatie van de stenen. Hun aanpak leverde resultaat, want in december zagen beide neven de rotsen op een nacht plots bewegen.

De temperatuur was die bewuste nacht gedaald tot onder het vriespunt en door een regenbui vormde zich een laagje ijs rond de stenen. Het ijs brak daarna in grote stukken, waarop de stukken door de harde woestijnwind over een laagje water dreven en de steen op hun tocht meenamen.

De studie verscheen in het wetenschappelijke vakblad PLOS ONE. "De ironie van dit fenomeen verbaast me", zei James Norris aan de Los Angeles Times. "Op een plaats waar amper vijf centimeter regen per jaar valt, worden de stenen verplaatst door mechanismen die je vaak in poolgebieden kan waarnemen."

Lees meer